Twistgesprek: bedreigt de EU de academische vrijheid?

Volgens Wim Voermans bedreigen EU-subsidies de onafhankelijkheid van het hoger onderwijs. Herman Lelieveldt bestrijdt dat. Een twistgesprek per e-mail onder leiding van Europaredacteur Wilmer Heck.

Uit het Jean Monnet-programma financiert de EU onder meer Jean Monnet-leerstoelen en lessen over EU-onderwerpen aan hogescholen en universiteiten. Mede hierom toonde de SP zich in Kamervragen bezorgd over de invloed van de Europese Commissie op het hoger onderwijs in Nederland.

Wim Voermans is WV. Herman Lelieveldt is HL.

WV: „Tot op zekere hoogte vormt het Jean Monnet-programma inderdaad een bedreiging voor de academische onafhankelijkheid. Die houdt in dat de instellingen van hoger onderwijs zelf gaan over de inrichting van hun leerprogramma’s en de aanstelling van vakken en hoogleraren. Daaraan worden aan universiteiten hoge eisen gesteld. Voor de instelling van een vak of een leerstoel moeten én alle gremia van een faculteit én het college of de raad van decanen zich akkoord verklaren. Dat loopt anders bij Jean Monnet-benoemingen. Daarbij bepaalt de Europese Commissie, met experts van buiten de eigen universitaire instelling, of een vak of leerstoel dienstig is. Het college van decanen kijkt ook niet naar de kwaliteit van de te benoemen Jean Monnet-hoogleraar. Dat doet de Europese Commissie. Dat is een probleem aan het worden: steeds meer EU-vakken, steeds meer Jean Monnet-hoogleraren: de maat is zoek.”

HL: „Voermans haalt hier academische onafhankelijkheid en externe financiering door elkaar. Heel veel onderzoek en onderwijs wordt vandaag de dag extern gefinancierd en het Jean Monnet-programma is in die zin niet anders dan de subsidies die de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) of The Bill and Melinda Gates Foundation verstrekken. De keuze om hier naar mee te dingen ligt bij de universiteit zelf. De EU beoordeelt de voorstellen op de kwaliteit van de aanvrager, het werkplan en disseminatie, net als de NWO dat doet in zijn beurzenprogramma. De lat ligt vrijwel net zo hoog als bij de NWO. Dit jaar werd van de meer dan 1.000 aanvragen slechts 13 procent toegekend. In Nederland hebben slechts drie docenten een Jean Monnet-leerstoel toegekend gekregen.”

WV: „Ik haal niets door elkaar. De praktijk is meestal deze: iemand die nog geen hoogleraar is, doet een aanvraag voor een Jean Monnet-leerstoel om hoogleraar te kunnen worden. En al vergen de voorwaarden voor de Jean Monnet-subsidie dat je als hoogleraar in vaste dienst bent bij een instelling, op het moment van de aanvraag is dat meestal niet het geval. Een kandidaat doet met zijn aanvraag een gooi naar het hoogleraarschap, een aanstelling die hij, zo belooft zijn instelling, krijgt als de EU-subsidie binnenkomt. Niet gek dat er zoveel aanvragen zijn. De kandidaat moet beloven vakken te ontwikkelen en te onderwijzen op EU-terreinen. Die moeten in het curriculum worden ingebracht. In die zin kannibaliseren Jean Monnet-leerstoelen op het reguliere curriculum, want de vakken blijven meestal bestaan nadat de subsidie afloopt. De kandidaten noch de opportuniteit van de vakken worden op de reguliere manier door de eigen instelling getoetst.”

HL: „Klopt niet. De Jean Monnet-leerstoelen kunnen worden aangevraagd door universitair hoofddocenten en door gewone hoogleraren. Dat ambitieuze docenten hoogleraar willen worden kan ik me voorstellen, maar in het huidige academische klimaat is het onverstandig om als Jean Monnet-leerstoelhouder veel voor de klas te gaan staan. Uiteindelijk tellen bij een reguliere hoogleraarsbenoeming vooral de publicaties, niet de cursus-evaluaties. Mijn ambities hebben weinig met titels en benoemingen te maken: ik wil vooral mijn studenten de EU beter leren begrijpen. En als een instelling ervoor kiest om na afloop de cursus te continueren, zou het dan kunnen dat studenten er veel belangstelling voor hebben?”

WV: „Klopt wel. Ik heb het karakter van de aanvragen, vakken en kandidaten de afgelopen jaren zien veranderen als wetenschappelijk directeur. Tegenwoordig zijn Jean Monnet-leerstoelen bijna allemaal springplanken naar het hoogleraarschap, maar dan zonder de gebruikelijke toetsingen. Zo krijgen we steeds meer EU-vakken in het curriculum met zeer gemotiveerde en loyale Jean Monnet-hoogleraren. De vakken die ze geven en leeropdrachten die ze uitvoeren worden heel specifiek. Zelf bekleed je een Jean Monnet-leerstoel in voedselbeleid, vooral de EU-dimensie ervan, terwijl je hoofdzakelijk politieke wetenschappen doceert. Zo komt een EU-terrein binnenvaren in je verder algemene politicologische vakkenaanbod. Die vakken over voedselbeleid in de EU blijven waarschijnlijk ook als de subsidie ophoudt. Er ontstaan verdringingseffecten: we gaan meer lesgeven in dingen die de Europese Commissie aardig vindt. Dat is niet de bedoeling. Wat zou je ervan vinden als de Nederlandse regering voor het aankomende jaar een P.J. Oud-subsidie ter beschikking zou stellen voor het geven van vakken over de dividendbelasting, waar zoveel misverstanden over bestaan, aan universitaire studenten? En dat degene die die vakken gaat geven dan hoogleraar wordt?”

HL: „Ah daar zijn we. Voermans schetst het schrikbeeld van een Europees trollenleger van loyale Jean Monnet-hoogleraren die langzaam maar zeker het onderwijs in alle uithoeken van de EU verstikken met vakken die nergens meer over gaan. Het spijt me, maar mijn onderzoek naar voedsel beslaat een breed terrein en ik ben daarop helemaal niet zo aardig geweest voor de EU; het EU-mededingingsrecht staat duurzaamheidsafspraken in de weg; het doorgeschoten interne marktdenken maakt het voor landen schier onmogelijk ons voedsel nog gezond te houden; de EU-goedkeuringsprocedures voor pesticiden zijn veel te gepolitiseerd en moeten op de schop. Ik heb eerder het idee dat de EU met mijn leerstoel zijn eigen oppositie subsidieert, iets dat de socioloog Jan Willem Duyvendak ooit het summum van de democratie noemde.

En over wat je zegt te hebben meegemaakt op je eigen universiteit. Daar was je toch zelf bij? Geen enkele Jean Monnet-aanvraag kan de deur uit zonder dat je deze als instelling goedkeurt, dus waarom heb je daar in je tijd als wetenschappelijk directeur dan geen stokje voor gestoken? En als het in Leiden zo is dat een Jean Monnet-leerstoel automatisch leidt tot een hoogleraarschap is er inderdaad iets goed mis met jullie interne kwaliteitszorg.”

WV: „De jij-bakken laat ik voor wat ze zijn. Lelieveldts laatste alinea’s bewijzen nu precies waar het probleem zit. Jean Monnet-leerstoelen worden een steeds politieker instrument: een EU-verschansing met EU-ambassadeurs.”

HL: „Prima onderwerp voor onderzoek door een Jean Monnet-leerstoelhouder. Go for it Wim!”

    • Wilmer Heck