‘Twee genen reguleren hoeveel we dromen’

Iedere week bespreekt de redactie wetenschap hier een opvallend persbericht. Deze week: Zijn dromen genetisch geprogrammeerd? Japanse onderzoekers denken nu twee ‘droom-genen’ op het spoor te zijn.

Tekening bij het persbericht van een slapende muis die geholpen door slaapkabouters 1 en 3 (acetylcholinereceptoren 1 en 3) droomt over een slapende kat op de schoot van een eveneens slapende Michel Jouvet (1925-2017). Jouvet was een pionier in de wetenschap rond REM-slaap. Illustratie Hiroko Uchida

Wetenschappers breken zich nog altijd het hoofd over wat het nut is van dromen. De meest gangbare verklaring voor het optreden van deze virtuele nachtelijke belevenissen is dat de hersenen op die manier de indrukken van de voorgaande dag verwerken – en vastleggen. Levendige dromen vinden plaats tijdens de zogeheten REM-slaap (Rapid Eye Movement), een fase van de slaap die gepaard gaat met een verhoogde hersenactiviteit en het kenmerkende heen en weer schieten van de ogen.

Japanse onderzoekers schrijven deze week in Cell Reports dat zij bij muizen twee genen hebben geïdentificeerd die de duur van de REM-slaap reguleren. Het bijgeleverde persbericht vertaalt dat voortvarend in „droomgenen”. De Britse tabloid The Daily Mail ging op basis hiervan nog een stap verder en trok de conclusie dat de wetenschap niet ver verwijderd meer is van de mogelijkheid om nachtmerries uit te schakelen!

De werkelijkheid is helaas iets minder spectaculair. De genen die de Japanners manipuleerden bevatten de instructies voor de aanleg van zogeheten acetylcholinereceptoren, eiwitten op de cel die reageren op signalen van boodschapperstoffen, in dit geval acetylcholine. Het is een belangrijke regulator van slaap, zo was al bekend uit ander onderzoek.

De Japanners ontdekten dat als zij niet één maar twee van de betrokken genen (Chrm1 en Chrm3) tegelijk uitschakelden de REM-slaap bij muizen nagenoeg geheel verdween. Dat bleek uit metingen van de hersenactiviteit tijdens de slaap van de muizen.

Maar: dat zegt niets over dromen als fenomeen. In het hele wetenschappelijke artikel komt het woord droom niet één keer voor. Keurig houden de auteurs het op REM-slaap. Dat had ook in het persbericht gemoeten.