Opinie

    • Caroline de Gruyter

Nu is China de optimist

Zoals de energie in 2001 bij het westerse model lag, zo ligt die nu bij het Chinese model. Amerika en Europa ogen vermoeid.

In het boek Tumult van Hans Magnus Enzensberger staat een leuke anekdote over Mao. Die had op een dag bezoekers uit Europa. Een Fransman vroeg hoe de Grote Roerganger de toekomst zag. Mao haalde een opschrijfboekje uit zijn borstzak, bladerde wat en scheurde er een onbeschreven bladzij uit. Die gaf hij als antwoord aan de Fransman.

Eén ding kun je echter wel met zekerheid zeggen: de strijd tussen de grootmachten is bepalend voor de toekomst van de wereld. Dat is altijd zo geweest. De toekomst, ook ónze toekomst in Europa, hangt af van de manier waarop Amerika en China komende jaren met hun groeiende rivaliteit omgaan.

China heeft Amerika bijna ingehaald als grootste economie ter wereld. Militair steekt het Amerika, althans in Azië, naar de kroon. Daardoor groeit zijn politieke invloed mondiaal. Het interessante is dat Amerika China zelf heeft geholpen om zich te ontwikkelen. In de Koude Oorlog waren de Amerikanen in competitie met de Sovjet-Unie, en hadden ze er belang bij om China te vriend te houden. Na de val van de Muur was de Amerikaanse verwachting dat ook communistisch China zijn autoritaire model aan de wilgen zou hangen. Amerika was de enige overgebleven supermacht. Het kapitalisme en het democratische model hadden ‘gezegevierd’. Steeds meer autocratisch geregeerde landen kozen dit liberale pad. Van Amerika – de sterkste, de winnaar – ging onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. China zou dat voorbeeld wel volgen. De wereld was één grote markt, waar een politiek gesloten systeem niet kon profiteren. In juni 2001 zei de toenmalige Belgische minister Louis Michel in Shanghai met grote stelligheid tegen een zaal studenten: „Op economische liberalisatie volgt politieke liberalisatie.” De studenten keken hem met grote ogen aan.

Nu is China economisch super-geglobaliseerd, terwijl de politieke repressie enkel toeneemt. Zoals de energie in 2001 bij het westerse model lag, zo ligt die nu bij het Chinese model. Daar is dynamiek, daar is ongebreideld optimisme. Alles wordt geïnvesteerd in de ambitie om nog groter en sterker te worden. In de nieuwe ‘zijderoute’ tot in Europa. In de overname van landbouwproductie tot in Afrika. En in militaire bases, nu ook steeds vaker buiten Azië.

Amerika en Europa ogen vermoeid. Wat hun toekomststrategie is, weet niemand. „Westerse regeringen hebben zich ‘overeten’ aan hun succes”, schreef de Amerikaanse hoogleraar Stephen Kotkin laatst in het blad Foreign Affairs. Westerse regeringen hebben de negatieve bij-effecten van de globalisering te weinig bestreden, waardoor intern de politieke weerstand groeit. Van buiten groeit die weerstand ook: landen als Turkije en Rusland, die lang op Europa waren gefixeerd, wenden het hoofd richting China. Het kán dus: succes hebben zónder democratisch te worden. Ook in de EU flirten sommige regeringen met „illiberalisme”.

China en Amerika bepalen het verloop van deze wedloop. De climax kan komen, schrijft Kotkin, als China het lef heeft om Taiwan terug te pakken. Alleen Amerika kan dit voorkomen. Maar dan moet het Pentagon nu troepen naar Azië verplaatsen. Wil president Trump een militaire clash met China? Velen betwijfelen het.

Europa heeft hier weinig invloed op. Het heeft geen leger en wil er ook geen. Wat het wel kan, is zijn economische macht gebruiken om de slinkende liberale en democratische zone op de wereld – meer een vluchtheuvel nu – te schragen. Ministers praten in Brussel over een eigen, Europese ‘Euraziatische zijderoute’. Uitstekend. Waarom China een ‘walkover’ gunnen als je er een hoge politieke prijs voor betaalt? Europese landen kunnen ook multilaterale organisaties bij Amerikaanse afwezigheid overeind houden, door goede initiatieven in te dienen en met één stem te blijven praten.

Zo niet, dan is de toekomst voor Europa vooral een leeg blaadje dat ons door iemand anders wordt overhandigd.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter