Nou kan Rotterdam eindelijk weer eens wow worden

Clubcultuur Na lang wachten heeft Ted Langenbach vanaf 8 september weer zijn eigen club: Now&Wow. Was dit de broodnodige impuls die de ingedutte clubcultuur van Rotterdam nodig heeft?

De afgelopen jaren waren er wel vaker Now&Wow feestjes in de Maasssilo, zoals dit feest in 2016 Foto Frank de Roo

Wat betreft Ted Langenbach is de cirkel rond. Rotterdam is eindelijk weer klaar voor een bruisende clubcultuur. Negentien jaar na het roemruchte Now&Wow op de Lloydpier opent zijn gelijknamige club op de tiende verdieping van de Maassilo, met drie zalen. Vanaf 8 september kunnen elke zaterdag zo’n 1.500 mensen de glorietijd waarin Rotterdam dé dancestad van Nederland was, nieuw leven inblazen.

Om dat te bewerkstelligen heeft Langenbach de hulp ingeschakeld van een nieuwe generatie party-organisatoren: Karim Soliman (Rotterdam Rave) en Frankie Dros (Blijdorp Festival). De club wil een plek bieden aan verschillende subculturen in het huidige uitgaansleven in Rotterdam.

Sommige evenementen moeten echter juist op zoek naar een nieuwe locatie, zoals Herr Zimmerman van Mario Ortiz Martinez. „Na negen jaar in de hoofdzaal te hebben geprogrammeerd werden we nu afgescheept met een van de kleinere zalen, dat is voor ons geen optie. Wat dat betreft is het tegenstrijdig dat Ted zegt de scene nieuw leven in te willen blazen terwijl hiermee een vaste waarde in de stad verloren gaat.”

Martinez betwijfelt of er genoeg publiek in Rotterdam is om elke zaterdag een clubavond van een dergelijk kaliber te vullen. Dros: „We komen er vanzelf achter of er op dit moment geen grote club is omdat er geen animo voor is, of omdat de tijd er nog niet rijp voor was. Ik denk dat de mensen er wel zijn, maar dat ze een schop onder hun kont nodig hebben. Een grote club is goed voor de mindset van mensen, het is onvergelijkbaar met een avond in de kroeg hangen.” Langenbach: „Ik spreek regelmatig taxichauffeurs die toeristen en studenten ’s nachts naar Amsterdam brengen om daar uit te gaan. En van festivalorganisatoren hoor ik dat Rotterdammers het land afreizen om in hun feestbehoefte te voorzien. Die mensen moeten weer thuiskomen.”

Feest in WORM in de Witte de Withstraat (2012). Foto Vincent Mentzel

Hoe komt het dan dat Club Trash na een half jaar haar deuren sloot, bij gebrek aan publiek? En Transport, de club in de kelder van Annabel, is nooit echt gaan lopen. Langenbach: „Zowel bij Trash als bij Transport merkte je dat de clubs niet omarmd werden door het publiek omdat ze niet kunnen tippen aan de originele voorgangers, zoals Bahn en Perron.”

De keuze aan kleine en middelgrote clubs is ondertussen wel gegroeid. Toffler is sinds een paar weken weer open en BAR, Bird, WORM en Mono zijn uitgegroeid tot vaste waarden in het dance-aanbod. Toch is het nachtleven in Rotterdam volgens Dros een beetje ingedut. „BAR voorziet zeker in een behoefte, maar is eigenlijk net te klein om echt dat wow-gevoel te hebben. Zelf kwam ik net na de hoogtijdagen van Now&Wow, Las Palmas en Off Corso kijken. Sindsdien is er geen steady clubcultuur geweest.” Hij weet niet of dit een omkeerpunt zal zijn. „Het is moeilijk om te zeggen wat de stad precies nodig heeft. Maar continuïteit in het aanbod is goed, zeker voor de groeiende groep internationale studenten die gewend zijn om uit te gaan in grote clubs.”

Geregisseerde nachtcultuur

Kristian de Leeuw van BAR is het eens met Dros dat het nachtaanbod in de stad te schraal is. „Op dit moment gebeurt er te weinig.” Begin dit jaar won BAR de gemeentetender om van de emaillefabriek (Ferro) in het Vierhavengebied een club te maken. Over pakweg een jaar kunnen daar zo’n 1.500 mensen terecht. Als hij één frustratie heeft is het de neiging van de gemeente om de nachtcultuur in de stad te willen regisseren, in plaats van faciliteren. „Zij hadden bijvoorbeeld bedacht dat Ferro een grote hal moest worden, maar dat is een ouderwets idee uit de jaren 90. Het is toch gek dat ze op het stadhuis bedenken hoe een nieuwe club eruit zou moeten zien?”

Ook hij vraagt zich af of er genoeg aanwas in de stad is voor twee nieuwe clubs van dergelijke grootte. „Daarom is het beter om klein te beginnen en daarna uit te bouwen. Maar met alleen Rotterdammers ga je de clubs niet vullen, als wij een meerdaags evenement organiseren komt ruim de helft van de bezoekers uit Amsterdam. Met BAR hebben we geprobeerd om een jongere generatie in deze stad enthousiast te maken voor vernieuwende muziek. Dat is soms een lullige, ondankbare taak, want wil je kwaliteit bieden of de rekeningen betalen? De Vibes is in Rotterdam een groot succes, omdat het gewoon een dorpsdiscotheek is. Maar het is geen plek die je stad allure geeft op muzikaal vlak.”

Foto Vincent Mentzel

Nationale doorbraak

Dj Benny Rodrigues heeft ook zijn twijfels of mensen op een wekelijkse clubavond zitten te wachten. „De huidige generatie clubbers heeft met zo ongelooflijk veel prikkels te maken, dat ik me goed kan voorstellen dat ze constant op zoek gaan naar iets nieuws. Dat heeft zich vertaald in de huidige festivalcultuur. Maar als er een persoon is die dat kan doorbreken is het Ted Langenbach wel, dat heeft hij in de jaren 90 bewezen.” Zelf beleefde de dj, die zich tot de Nederlandse top mag rekenen, achttien jaar geleden zijn nationale doorbraak bij Now&Wow.

Ook Cengiz Mengüç, programmeur van Mono, hoopt dat Langenbachs club voor een verlevendiging van het uitgaansklimaat zal zorgen. „Op dit moment merk je dat als er in de stad tegelijkertijd twee toffe feestjes zijn het nergens echt druk is. Als Rotterdam zich zou willen profileren als metropool zou de clubcultuur veel meer op waarde moeten worden geschat. Dat betekent ook soepeler zijn in het vergunningsbeleid.” Hij noemt het festival DÂK als voorbeeld, dat deze zomer op het laatste moment geen doorgang kon vinden omdat het niet de aangevraagde vergunning kreeg.

Provinciestad

De Leeuw beaamt dat de gemeente en Rotterdam Partners (verantwoordelijk voor het toerismebeleid) de clubcultuur niet weten te waarderen. „Burgemeester Van der Laan heeft in Amsterdam de 24-uurscultuur gestimuleerd. Niet voor de schimmige nachtcafés, maar juist voor elektronische muziek. Mede daardoor zijn ze nu als stad wereldwijd toonaangevend in die scene. Wij zijn wat dat betreft gewoon een provinciestad, we doen niet eens mee.”

Om de achterstand in te halen is het volgens hem van belang dat de gemeente onderzoek doet in andere steden. „Dat Berlijn al jarenlang Europees beste uitgaanscultuur heeft en de belangrijkste startup-hub van Europa is, is geen toeval. Een aantrekkelijk nachtleven en een grote creatieve klasse gaan hand in hand. Voor een levendige clubcultuur moet je rommeligheid en vergankelijkheid in je stad omarmen.” Net als Langenbach concludeert hij dat clubs als Bahn en Perron succesvol waren om hun rauwe, ongestileerde karakter. „Mensen willen plekken waar je kunt verdwalen en op ontdekkingsreis kunt.” Now&Wow zit dan weliswaar in de volledig gerenoveerde Maassilo, volgens Langenbach kun je in de nieuwe club ouderwets rondzwerven. „We hebben genoeg obscure plekjes om te zoenen of te kroelen met je potentiele partner of minnaar.”

De tijd zal leren of Rotterdam op de clubcultuur op een keerpunt staat. De Leeuw: „Ik vind het stoer dat Ted en Pietra [Langenbachs vriendin en zakelijk partner] het toch weer gaan proberen. Hopelijk kan Now&Wow weer voor enige landelijke allure zorgen. Ted is wel de enige geweest die de afgelopen twintig jaar busladingen Amsterdammers deze kant op heeft gekregen. Als het hen lukt om open te blijven en het lukt ons om deze hut open te gooien dan kun je een verschil maken. Maar wie weet mislukt het allebei.”

Rodrigues: „Golfbewegingen zullen altijd blijven komen en gaan. Ik heb geleerd dat feesten die worden georganiseerd vanuit een eigen behoefte, voor de eigen achterban, uiteindelijk de grootste verrijkingen voor de nachtcultuur zijn. Op die manier hebben Karim en Frankie rond 2010 voor een flinke opsteker in het Rotterdamse uitgaansklimaat gezorgd. Het feit dat zij nu met Ted samen gaan werken aan de nieuwe Now&Wow maakt voor mijn Rotterdamse hart de cirkel rond.”

    • Tara Lewis