Minister van Defensie Hennis in 2014

‘In Irak zal ik óók het belang van de Nederlandse kiezer dienen’

VVD’er Jeanine Hennis leert al een tijdje Arabisch: ze wordt de VN-chef in Irak.

Premier Mark Rutte (VVD) heeft zijn best voor haar gedaan, ja. In zijn gesprekken met VN-secretaris-generaal Antonio Guterres. Maar de vraag naar de lobby van de premier irriteert Jeanine Hennis-Plasschaert (45). „Zo doen bewindslieden dat. Niet alleen de premier. Ik heb het zelf ook gedaan als minister van Defensie. En het hoort bij het takenpakket van Buitenlandse Zaken om Nederlandse kandidaten onder de aandacht te brengen bij internationale organisaties.”

Hoe komt u precies aan deze baan?

„In mijn vijf jaar als minister van Defensie heb ik veel contacten opgebouwd. Ook bij de VN. Ik hoorde over mogelijke vacatures en ik heb een gesprek gehad met de secretaris-generaal van de VN, Antonio Guterres, en daarna is de bal gaan rollen. De SG keurt de benoeming goed, maar ook de VN-Veiligheidsraad moet geconsulteerd worden en vooral de vijf permanente leden. Pas als het een done deal is, weet je het zeker.”

Waarom wilt u dit doen?

„In mijn werk voor de Europese Commissie in Brussel en later in Letland, dat toen nog geen EU-lid was, zag ik wat gebrek aan vrijheid en veiligheid met je doet. Het is altijd de rode draad geweest in mijn loopbaan. Zoals het credo is van Defensie: onze vrijheid begint bij die van een ander. Daar geloof ik heilig in. Hoe het in Irak gaat, dat heeft uiteindelijk ook invloed op onze veiligheid hier en ik ben vastberaden om daar mijn steentje aan bij te dragen.”

Met u raakt de VVD-fractie opnieuw een ervaren Kamerlid kwijt, na het vertrek van Han ten Broeke. Kan de fractie dat wel aan?

„Het is een fractie met talenten. Dat komt wel goed.”

Lees ook de reconstructie in NRC net voor het aftreden van Jeanine Hennis als minister

U verlaat de Tweede Kamer tussentijds, voorzitter Khadija Arib zal u daar vast en zeker op aanspreken. Kiezers verwachten volgens haar dat u blijft zitten tot er verkiezingen zijn. Hoe ziet u het zelf?

„Ik begrijp haar, ik zie ook het tempo waarin Kamerleden vertrekken. Maar als je dan kijkt wat ze gaan doen: meestal zijn het nobele banen in het openbaar bestuur. Dit werk in Irak gaat over collectieve en individuele vrijheid en als ik in Irak als Nederlander de missie kan leiden is dat ook een manier om invulling te geven aan een taak die ik in het Europees Parlement, in de Tweede Kamer en als minister van Defensie vervulde. Het belang van de kiezer zal ik nu op een andere manier gaan dienen.”

Hoe dan?

„Europa wordt omringd door instabiliteit en die is van invloed op onze vrijheid. Als het in het Midden-Oosten misgaat, voel je dat onmiddellijk. Wij importeren conflicten. Denk aan aanslagen in onze binnensteden, aan de vluchtelingenstromen.”

Wat wordt uw belangrijkste taak?

„In Irak is de instabiliteit nog niet voorbij. IS is militair verslagen, maar er zijn nog strijders, er is nog heel veel onrust. Mensen willen terug naar hun huizen, die vaak zwaar beschadigd zijn of verwoest. De voorzieningen moeten hersteld worden. De relatie tussen Bagdad en de Koerdische stad Erbil is gespannen. De shi’ieten, de sunnieten en de Koerden hebben elkaar hard nodig maar die samenwerking gaat niet altijd zomaar vanzelf. Er waren verkiezingen in mei, een stabiel bestuur is cruciaal. Er moeten belangrijke stappen worden gezet als het gaat om het afleggen van verantwoording voor oorlogsmisdaden door IS. De VN spelen zoveel mogelijk een ondersteunende rol.”

Hoe zien ze in Irak de VN-vertegenwoordiger?

„Irak wordt steeds zelfbewuster, mensen worden zich bewuster van de Iraakse identiteit. Je ziet ook dat mensen die eerst nog waren gericht op hechte banden met bijvoorbeeld Teheran nu nadrukkelijk praten over Irak van, door en voor Irakezen. Ze nemen meer afstand tot de invloed uit het Westen en landen als Saoedi-Arabië en Iran.”

U bent ook uit het Westen.

„De VN worden niet gezien als het Westen of de VS. De Irakezen weten dat ze de VN hard nodig hebben voor de wederopbouw en de terugkeer van vluchtelingen. Er is ook veel geld mee gemoeid. Mijn eigen missiebudget is 55 miljoen euro per jaar en daarnaast zijn er allerlei hulpprogramma’s van en via de VN. In mijn eigen missie zitten een paar honderd man. Het is na Afghanistan de grootste politieke missie van de VN.”

Hoe staat Irak ervoor?

„Het is heel fragiel. Door de militaire strijd tegen IS was er verbroedering en het is nu belangrijk dat die standhoudt. Er is veel te doen. Ik ben er zelf drie keer geweest, voor het laatst in 2017. Gewonden keerden in die tijd terug van het front in Mosul. Ik was ook in Falluja, nog maar net bevrijd van IS. Mensen keerden terug naar hun huizen, maar zagen een enorme verwoesting. Maar je zag ook een enorme veerkracht.”

Wat verwacht u van de samenwerking met de shi’itische geestelijke Moqtada al-Sadr, die de verkiezingen heeft gewonnen en bekendstaat als anti-Amerikaans?

„Dat kan ik nog niet zeggen, eerst maar eens aan het werk. Al-Sadr heeft in aanloop naar de verkiezingen steeds benadrukt dat iedereen erbij hoort in Irak, hij is fel tegen corruptie. Sterke beïnvloeding van buitenaf helpt ook niet per se om de rust te brengen in Irak.”

Dat bent u niet, ‘invloed van buiten’?

„Het is onze taak als VN om daar te helpen. Ik ben niet Saoedi-Arabië of Iran.”

Hoe heeft Jan Kubis het gedaan?

„Je weet soms pas jaren later wat de waarde is van de inspanningen die iemand heeft geleverd. Hij heeft een goede reputatie en het is zeker dat hij enorm betrokken was. Deze baan is bepaald geen walk in the park.”

Hoe belangrijk is zo’n positie volgens u voor Nederland?

„Je zit er namens de VN, niet namens Nederland. Maar als je als land lid bent van organisaties zoals de NAVO en de VN, is het belangrijk om mensen te hebben op bepaalde posities, om te weten wat er speelt, om ertoe te doen.”

Hoe gevaarlijk is het? Een van uw voorgangers, Sergio Vieira de Mello, kwam om bij een aanslag. Ad Melkert, die ook VN-gezant was, overleefde een aanslag.

„Het is geen veilige omgeving en je bewegingsruimte is beperkt. Maar er zal vast en zeker goed op me worden gelet.”

    • Petra de Koning