‘Hij weet écht alles beter’

Profiel Peter R. de Vries bijt zich vast in zaken die hij wil oplossen. Hij vraagt veel van zichzelf, en van anderen. „Bang zijn voor bedreigingen is in mijn ogen laf.”

Peter R. de Vries; mensen noemen hem een ‘pitbull’ Foto Dirk-Jan van Dijk/Lumen

Royce de Vries en vader Peter R. de Vries zitten dagelijks tegenover elkaar in het kantoor dat zij met elkaar delen. Boven het hoofd van Royce hangt ingelijst het Ajax-shirt van Nicky Verstappen. Hij zou er eigenlijk in begraven worden, maar het werd net te laat bezorgd voor de uitvaart. Het heeft al die jaren gediend als een geheugensteun: die zaak moet nog worden opgelost.

„Mijn vader zag parallellen tussen Nicky en mij”, zegt Royce, nu 28 jaar en advocaat. „Ik was bijna even oud als Nicky toen hij werd vermoord, ik had ook altijd een Ajax-shirt aan…” Dus toen vorige week bekend werd dat er eindelijk een DNA-match is in de zaak, hingen Royce en zijn vader ieder kwartier aan de telefoon. Het was een emotioneel moment voor het héle gezin De Vries. „Mijn zus, mijn moeder en ik kennen de familie Verstappen ook al twintig jaar.”

Als Peter R. de Vries ergens aan begint, laat hij niet meer los. Zijn gedrevenheid is uitzonderlijk. Neem de zaak Nicky Verstappen. Voor zijn SBS-programma Peter R. de Vries, misdaadverslaggever wijdde hij er tientallen afleveringen aan. Hij lobbyde voor nieuwe wetgeving die DNA-verwantschapsonderzoek mogelijk maakte. Met dat instrument is nu een verdachte gevonden. In 2012 werd nog een andere cold case waar hij jaren aan werkte opgelost met verwantschapsonderzoek: een DNA-match leidde naar de moordenaar van Marianne Vaatstra.

In dat jaar stopte De Vries met zijn misdaadprogramma. Contacten met nabestaanden werden hem te veel. „Je moet het zo zien: een gewone journalist maakt een item en laat het onderwerp achter zich. Maar Peter blijft contact houden”, zegt Chantal van Schuylenburch, die zeventien jaar als regisseur met hem samenwerkte. De Vries voert nog correspondenties met nabestaanden uit de jaren tachtig, weet ze. Soms gaat hij met ze uit eten. Ieder jaar stuurt hij ze een bloemetje, op de sterfdag van hun kind. „Peter sleept twintig jaar verslaggeving achter zich aan”, zegt Van Schuylenburch.

Pitbull

Vraag zijn kennissen en collega’s naar De Vries, en ze beginnen als eerste over zijn fanatisme. Meerdere mensen gebruiken het woord „pitbull”, of, als hij het op iemand heeft gemunt, „bloedhond”. „Ik ben nog nooit iemand tegengekomen met zijn onstuitbare inzet”, zegt Joop Reichart, zijn voormalige chef bij weekblad Panorama. „Als Peter een zaak aanneemt, vreet hij zich erin.”

Alle tijd die hij overhoudt, besteedt hij aan zijn familie, het beantwoorden van e-mails en aan sporten. Dat doet hij vijf keer per week: fitness, bootcamp en wielrennen – minstens 40 kilometer. In zijn eentje, want in groepen heeft hij geen zin. Alcohol drinkt hij zelden. Vrienden heeft De Vries nauwelijks. „Dat zou ik hem wel gunnen”, zegt zoon Royce. „Maar hij zegt dat hij daar geen tijd voor heeft.”

De discipline die de misdaadjournalist zichzelf oplegt, vraagt hij ook van anderen. „Als hij zijn tijd voor je opoffert en hij komt erachter dat je je niet hebt voorbereid, maakt hij je af”, zegt cameraman Marco Hogenboom die vanaf 1998 de wereld rondreisde met Peter R. de Vries. „Kom je met een onderwerp aan, volgen er veel kritische vragen”, zegt oud-regisseur Van Schuylenburch. „Hij zit bovenop de feiten. Heb je die niet precies op een rijtje, dan kan hij narrig worden.” Van Schuylenburch kon daar wel mee omgaan, maar zag bij andere medewerkers de irritaties oplopen.

„Hij is een betweter”, zegt Marco Hogenboom. „Maar hij wéét ook alles beter.”

De cameraman herinnert zich de opname van een stand-up in Suriname. De Vries moest daarvoor een lap tekst uit zijn hoofd leren. „Het ging telkens mis, waarop regisseur Kees van der Spek zei dat ze het dan maar in tweeën moesten knippen. Dat wilde Peter natuurlijk niet. Toen het daarna weer niet lukte, werd hij boos. ‘Wat sta je daar nou!’, schreeuwde hij naar Kees. Die vluchtte de auto in. Toen het daarna nóg niet lukte, gooide Peter zijn zonnebril kapot.” ’s Avonds in het hotel stond opeens De Vries daar. Tranen over zijn wangen. Het speet hem zo.

Ontmaskerde kindermisbruikers

De Vries bracht in zijn misdaadshow ongekende primeurs. Hij spoorde voortvluchtigen op, ontdekte gerechtelijke dwalingen, ontmaskerde kindermisbruikers, fraudeurs en moordenaars. Hij wordt nog steeds vanuit het hele land benaderd door nabestaanden van slachtoffers van onopgeloste moordzaken: of hij hen kan helpen.

Die samenwerking met families is belangrijk voor De Vries. „Hun emoties zijn mijn brandstof om aan de gang te blijven”, zegt hij daarover. „Als ik dan weer bij een familie over de vloer kom en op het dressoirkastje een foto zie staan met een kaarsje ernaast…”

Maar hij heeft de steun van nabestaanden ook nodig als rechtvaardiging voor zijn uitzendingen. Om televisie te maken van een moord, moet De Vries wroeten in privézaken. Hij toont op televisie jeugdfoto’s van de slachtoffers en hun huilende ouders: het is te verantwoorden, zolang de nabestaanden erachter staan.

Puttense moordzaak

In de Puttense moordzaak lag dat anders. Twee zwagers waren in die zaak veroordeeld voor de moord op de 23-jarige stewardess Christel Ambrosius in 1994. Daarmee dacht haar moeder de zaak te kunnen afsluiten – totdat De Vries zich ermee ging bemoeien. In 43 uitzendingen die hij aan de zaak wijdde, wist hij aan te tonen dat de zwagers niet de daders konden zijn. De zaak werd heropend, de mannen vrijgesproken, een andere man veroordeeld. Het is misschien wel de belangrijkste onthulling uit zijn carrière. Maar de moeder van Christel Ambrosius gebruikte haar spreekrecht tijdens de rechtszaak om hem de oren te wassen. De Vries zou haar „onnodige pijn” hebben bezorgd. „Hij achtte het bijvoorbeeld journalistiek noodzakelijk om zijn televisie-uitzendingen te larderen met opnames van mijn dochters graf”, zei ze. Ook hekelde ze het feit dat De Vries een meisje dat op haar dochter leek had ingezet voor een reconstructie, en een helikopter boven haar woning liet rondvliegen voor filmopnames. De Vries noemt haar kritiek wrang. „Zij had liever dat onschuldigen voor de moord op haar dochter nog vastzaten, en de schuldige zijn straf ontliep.”

Toen hij in 2008 een Emmy Award won met de documentaire waarin Joran van der Sloot op verborgen camera erkent achter de verdwijning van Natalee Holloway te zitten, kreeg De Vries soortgelijke kritiek: hij zou willen ‘scoren’ met andermans leed. Een misverstand, zeggen mensen die hem goed kennen. „Als hij de keus nog zou kunnen maken, zou hij helemaal niet beroemd willen zijn”, zegt zoon Royce.

Marco Hogenboom herinnert zich een gesprek met De Vries: als je het opnieuw mocht doen, zou je die uitzending over Joran van der Sloot dan precies zo hebben gemaakt? De reporter slikte. Hij had zijn Emmy liever ingeruild om de zaak Verstappen op te lossen, zei hij.

In die zaak trok hij nauw op met de ouders van Verstappen. Hij meldde de doorbraak in de zaak als eerste via Twitter: „Een strijd van 20 jaar… wordt toch beloond! Today is the day!” Daarna gaf hij een persconferentie met de politiechef en de officier van justitie, waarin hij het woord voerde namens de familie, die met hem op de eerste rij zat.

Peter R. de Vries door de tijd heen (Foto’s ANP/Hollandse Hoogte:

Behalve met nabestaanden werkt De Vries samen met de politie. Die deelt informeel dossiers van onoplosbare zaken, in de hoop dat zijn speurwerk leidt tot nieuwe inzichten. „We namen volledige proces-verbalen door en spraken dan af wat wel en niet gebruikt mag worden”, zegt Klaas Wilting, oud-politiewoordvoerder in Amsterdam. De samenwerking riep weerstand op binnen de politie. Een deel vond het niet kunnen. Jaloezie speelde daarin een rol, zegt Wilting. „Als hij aan een zaak werkte waar de politie ook mee bezig was, streek Peter uiteindelijk de eer op.”

Voor een misdaadreporter die zo gedreven is in het ontmaskeren van criminelen, is Peter R. de Vries opmerkelijk coulant voor criminelen die hij zelf kent. Hogenboom refereert aan de vriendschap die ontstond met zijn oom Ruud Smit, een kunstenaar die vanwege zijn verslaving vaak betrokken raakte bij kleine misdrijven. „Peter kreeg zo’n zwak voor Ruudje dat hij hem heel lang heeft geholpen”, vertelt Hogenboom. „Een aantal jaar later pleegde Ruudje zelfmoord. Peter sprak op de begrafenis. Elk jaar met Kerst en op zijn sterfdag stuurde hij een bloemstuk naar Ruudjes moeder, mijn oma. Tot ook zij overleed.”

Beste vriend Cor van Hout

De Vries had één beste vriend: Heineken-ontvoerder Cor van Hout. Hij schreef met hem een boek over de ontvoering en de twee bleven contact houden, tot Van Hout in 2003 werd geliquideerd. Op zijn begrafenis zei De Vries: „Ik weet honderd procent zeker dat hij nog nooit iemand heeft vermoord of daartoe opdracht heeft gegeven.”

Waarom neemt de crimefighter het op voor een onderwereldkopstuk? Het antwoord moet misschien wel worden gezocht in zijn eigen jeugd. De Vries, kind uit een gereformeerd gezin van zes, zette zich als puber af tegen zijn kleinburgerlijke omgeving. Hij maakte problemen op school, raakte betrokken bij winkeldiefstalletjes en knokpartijen. In een boek over zijn jeugd uit 2013 stelt De Vries dat hij, onder andere omstandigheden, misschien ook wel als crimineel was geëindigd. Wat was nou eigenlijk het verschil tussen hem en Cor van Hout? De Vries: „We hadden allebei iets met misdaad. Hij pleegde misdrijven. Ik beschreef ze. Had dat ook omgekeerd kunnen zijn als mijn wieg toevallig in de Staatsliedenbuurt had gestaan?”

Beluister onze Holleeder-podcast over Cor van Hout:

De Vries lijkt criminelen in te delen in ‘goede’ en ‘slechte’. Iemand als Joran van der Sloot is in zijn ogen „intrinsiek slecht”, terwijl Van Hout weliswaar „een boef” is, maar „wel een eerlijke boef”. Dit soort oordelen velt De Vries „op basis van mijn jarenlange ervaring met criminelen”, maar hij erkent dat het ook wel een beetje „subjectief” is.

Vaart hij ook op zijn intuïtie als hij een misdrijf probeert op te lossen?

Nee, zegt de Vries. „Ik volg de feiten. Iedereen die met mij heeft gewerkt weet dat mijn archief bijna legendarisch is. Dossiers, gespreksverslagen: het zit er allemaal in.”

Soms wel, zegt rechtspsycholoog Peter van Koppen, die vaak met De Vries samenwerkte. „Dan zei Peter: ik ben er heilig van overtuigd dat hij het gedaan heeft. Op zulke momenten gaat hij op zijn gevoel af en niet op feiten.”

Die stelligheid is zijn grote kracht én zijn valkuil, zegt Wouter Bos, officier van justitie in Den Haag. „Het recht kent talloze tinten grijs, maar Peter is niet zo van grijstinten.”

Vader

Waar dat vandaan komt? Op de sterfdag van zijn vader kreeg De Vries te horen dat hij tijdens de oorlog in het verzet had gezeten. Hij zou twee Duitsers hebben geliquideerd. De Vries deed „vrij veel moeite” om er meer over te weten te komen. Maar de misdaadjournalist wist het grootste mysterie uit zijn eigen leven niet te ontrafelen.

Het verleden van zijn vader speelt „op een bepaalde manier wel een rol” in zijn eigen leven, denkt De Vries. Op zijn vaders grafsteen staat de tekst: ‘Liever staand sterven dan op je knieën leven’. Een variant daarop liet De Vries op zijn onderbeen tatoeëren: On bended knee is no way to be free. „Ik denk dat ik net als mijn vader een bepaalde onverschrokkenheid heb”, zegt hij.

Het herhaaldelijk bekritiseren van PVV-leider Geert Wilders, die hij onder meer beschuldigt van fascisme, ziet De Vries als voorbeeld daarvan. „Er komen weleens andere BN’ers op me af, die zeggen: wat goed dat jij stelling durft te nemen! Dan vraag ik: waarom zeg jij dan niks? Durven ze niet, bang voor bedreigingen. Dat is in mijn ogen laf gedrag. Dan denk ik echt: hoe kún jij met jezelf leven?”

Dit jaar kwam een lang gekoesterde droom van De Vries uit: De Raadkamer, een tv-programma waarin rechters, advocaten en officieren samenkomen om over rechtszaken te praten. Het werd voortijdig van de buis gehaald: te weinig kijkers.

Zijn werkgebied is ondertussen uitgebreid. Met zijn zoon begon hij al een voetbalmakelaarskantoor, vorig jaar kwam daar een advocatenfirma bij. Hij treedt vaak op in talkshows – een rol die hij zeer serieus neemt. Hij vraagt er 1.500 euro bruto voor, maar bereidt zich dan wel tot in de puntjes voor.

Is Peter R. de Vries het vak van misdaadjournalist ontgroeid? „Ik ben natuurlijk niet meer alleen journalist”, zegt De Vries. Wat is hij dan wel? „Ik ben een instituutje geworden. Niet omdat ik dat zelf beoogde, dat is gewoon zo gegroeid. Ik ben nu meer: Peter R. de Vries.”

    • Andreas Kouwenhoven
    • Kim Bos