Gevaarlijke mix van factoren treft peso en lira

Valutacrisis

Niet alleen de Argentijnse peso, ook munten van andere opkomende landen staan onder druk. Met de dure dollar is het oppassen.

De koersen van buitenlandse valuta bij een wisselkantoor in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires deze week Foto Eitan Abramovich / AFP

Het spande er deze week om welke munt voorop zou gaan in de wedstrijd ‘slechtst presterende valuta na de Venezolaanse Bolivar’. De Argentijnse peso? Of toch de Turkse lira? Overtuigende winnaar, na een reeks dalingen: de peso.

Die stond vrijdagavond ruim 16 procent lager ten opzichte van de Amerikaanse dollar dan maandagochtend. De Turkse lira raakte in een week ruim 9 procent kwijt tegenover de dollar. Het koersverlies van beide munten versterkt een devaluatie die al maanden bezig is. Een Argentijn die in een wisselkantoortje staat moet nu zo’n 40 pesos neertellen voor één dollar. Begin dit jaar was dat nog 18 pesos. Een Turk die een dollar wil kopen, moet er nu krap 7 lira voor neertellen, tegen minder dan 4 in januari.

Argentinië en Turkije – ze hebben weinig met elkaar te maken, behalve dat ze alle twee gelden als ‘opkomende economieën’ die door organisaties als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) al jaren worden gezien als vatbaar voor financiële crises. De valuta van andere opkomende landen, zoals India, Brazilië, Zuid-Afrika en Indonesië, kregen deze week ook klappen, zij het minder hard.

Wat is er aan de hand? Een gevaarlijke mix van factoren waar onder meer het IMF en de Wereldbank herhaaldelijk voor waarschuwen, is nu aan het werk. In die mix zitten: afbouw van het ultraruime monetaire beleid in de westerse wereld. Slecht beleid in de getroffen landen zelf. En besmetting: het overslaan van onrust naar andere landen.

Eerst het monetaire beleid. Besluiten die ver weg worden genomen, bij de Federal Reserve in Washington, DC, zijn voelbaar tot in Buenos Aires, Istanbul of Sao Paolo. Overheden, bedrijven en banken in opkomende landen bouwden de voorbije jaren veel schulden op in Amerikaanse dollars. De door de Fed bepaalde rente in de VS stond ongekend laag, rond de nul. Pas recent is de Fed stapsgewijs begonnen met renteverhogingen, al is het huidige percentage van tussen de 1,75 en 2 procent nog steeds laag. Een hogere rente in de VS laat zich voelen: de dollar wordt meer waard ten opzichte van andere valuta en het (her)financieren van schulden in dollars wordt duurder.

Buitenlandse schulden

Voor een land als Argentinië is dat van wezenlijk belang. 70 procent van de Argentijnse overheidsschuld is uitgegeven in buitenlandse valuta, blijkt uit gegevens van het IMF. Dat percentage is alleen in Oekraïne hoger. Met overheids- en bedrijfsschulden, dikwijls in dollars, financiert Argentinië een groeiend tekort op de zogeheten ‘lopende rekening’, waarin import en export en ook bijvoorbeeld bedrijfswinsten worden meegerekend. Turkije kent dezelfde combinatie: een tekort op de lopende rekening, plus veel schulden in buitenlandse valuta (in het Turkse geval 40 procent van alle schulden, soms ook in euro’s).

Volgens gegevens van het IIF, een denktank van grote internationale banken, is zowel Argentinië als Turkije bijzonder vatbaar voor een duurdere dollar. Stijgt die 10 procent in waarde ten opzichte van deze landen, dan groeit de schuld van die landen met ruim 4 procent als percentage van het bbp.

Groeiende financiële gaten die worden gevuld door schuld die duurder wordt. Dat dit niet eindeloos goed kon gaat, lijkt vanzelfsprekend.

Alleen, veel problemen werden de afgelopen tijd verbloemd door ongebreideld optimisme op de financiële markten. Niet alleen wilde een land als Argentinië graag lenen in dollars, beleggers stonden ook in de rij om de schuld te kopen. Want door hetzelfde lage rente-beleid van centrale banken gingen beleggers graag op zoek naar een beetje extra overzees rendement. In juni vorig jaar gaf Argentinië nog een staatslening uit met een looptijd van maar liefst honderd jaar. De emissie werd meer dan driemaal overtekend, ondanks de geschiedenis van staatsfaillissementen van het land.

Vertrouwen verdampt

Dergelijk blind vertrouwen stutte ook de peso. Maar vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Inmiddels hangt het land weer aan het infuus van het IMF.

Lees ook: Een siësta en de peso is wéér gedaald

Voor zo’n schok is meer nodig dan renteverhogingen in de VS. Die had iedereen toch al voorzien. Zo komt dat tweede ingrediënt in de mix in beeld: slecht beleid. In zowel Argentinië als Turkije begon de crisis met bemoeienis van de regering met de nationale centrale banken. Eind vorig jaar zei de Argentijnse regering het inflatiedoel – in de VS en in Europa is dat iets voor centrale banken – op te hogen, om meer economische groei te genereren. Het doel werd 15 procent, in plaats van tussen de 8 en 12.

Prompt verlaagde de centrale bank de rente van 28 naar 27 procent. In april bleek vervolgens dat de inflatie de pan uit rees. Toen werd de rente weer verhoogd, maar het vertrouwen was verdampt en de pesocrisis was een feit. Deze week ging de rente van 45 naar liefst 60 procent. Ook in Turkije ging de politiek op de stoel van de centrale bank zitten. President Recep Tayyip Erdogan voerde zelfs campagne met de belofte zijn greep op het monetaire beleid te vergroten. Ook hij wilde lagere rentes.

Besmetting

Landen als India en Brazilië, waar de valuta deze week ook wegzakten, kennen problemen van soortgelijke aard. Het Indiase tekort op de lopende rekening loopt op, onder meer door meer en duurdere olie-import. In Brazilië groeit de spanning op de financiële markten over de verkiezingen van oktober. Onafhankelijkheid van de centrale bank is in beide landen niet gegarandeerd, net als overigens in Zuid-Afrika, waar de rand steeds meer onder druk komt te staan.

‘Kwetsbaarheden’ blijven theoretisch zolang het geld blijft vloeien. Maar nu het tijdperk van het goedkope Amerikaanse geld op zijn einde loopt, is het oppassen geblazen in de opkomende landen. Een paar foutjes, en het IMF moet weer invliegen.

    • Mark Beunderman