Geluk is de mogelijkheid van een vlucht

Schrijver Arnon Grunberg verblijft veertien dagen in een Vlaams verpleegtehuis en schrijft daar dagelijks over. Vandaag het slot van de serie.

Om iets terug te doen voor de genoten gastvrijheid geef ik een workshop schrijven. Sommige bewoners, en medewerkers, moeten gestimuleerd worden. Medewerker Jana vraagt zelf of ze mee mag doen.

Eerst laat Vanjuschka me haar kamer zien. Knuffels, planten, wol, ze is een trui aan het breien. „Op zondag nemen mijn ouders mij mee naar huis, dan zie ik mijn kat weer. Hij heet Musti.”

Een kennis, verpleegkundige, zei: „Je bent niet tot de kern van het verpleegtehuis doorgedrongen als je geen plas en poep hebt gezien.” Er is incontinentie, maar plas en poep heb ik niet gezien. Vaak valt de luier pas op als de pyjamabroek is aangetrokken; een rok verhult meer dan een pyjamabroek.

Engin gaat op een bepaalde manier staan als hij moet plassen. „Hij kan naar de wc”, zegt teamcoach Patricia. „Maar hij doet het graag zo. Luiheid.”

We schrijven onze verhalen in de leefruimte. Ook Rita, die zware ms heeft, is gekomen. Ik ben verliefd op Rita, vanwege haar lach. Ze kan niet meer bewegen, maar ze lacht alsof ze zeventien is. Ze schrijft: „Ik heb een dochter die in Oostende woont. Niet lang geleden zijn we daar mosselen gaan eten. Heel erg lekker.”

Martine (jongdementie) schrijft: „Ik dans supergraag salsa. Ik schilder graag met verf.” Ze moet huilen als ze haar tekst voorleest.

Engin (verstandelijke beperking) vertelt met behulp van het geplastificeerde alfabet waarop hij letters aanwijst: „Ik ben Europees kampioen boksen. Ik heb zeven mensen knock-out geslagen en ik zou hier ook wel eens mensen willen slaan. Ik wil graag in neuzen knijpen, ik knijp het liefst in de neus van Heleen. Maar soms ben ik verdrietig omdat ik gescheiden ben.”

Vandaag kom ik erachter dat Engin drie grote zonen heeft. Onlangs zei een van zijn zonen ‘papa’ tegen Engin, toen was hij gelukkig, vertelt ‘zorgkundige’ Martine.

Sommige bewoners zijn treurig omdat ze hier nooit meer weg komen. Geluk is de mogelijkheid van een vlucht, dat hebben verpleegtehuizen, kantoren, gevangenissen en gezinnen met elkaar gemeen. Soms ís geluk de vlucht.

Vanjuschka vraagt of ik er morgen nog ben. „Ja”, zeg ik.

„Dan kun je me nog opmaken”, antwoordt ze.

Ik sluit af met de volledige tekst van Etienne (jongdementie), een brief aan zijn vrouw. Praten kan hij niet meer, hij loopt als een robot, maar hij speelt accordeon en hij typt: „Viviane, komt gij nog vandaag? Ik voel mij niet goed! Groeten, Etienne xxx.”

(Alle afleveringen op nrc.nl/cultuur)

    • Arnon Grunberg