Foto Guillaume Megevand

‘Geen land is ooit veilig voor roekeloze politici. Ook in Europa niet’

Afscheidsinterview Zeid Ra’ad Al Hussein is een van de meest uitgesproken Hoge Commissarissen die de VN ooit had – wat hem mogelijk een tweede termijn kostte. ‘De begroting van dit kantoor is lager dan het bedrag dat Zwitsers jaarlijks aan chocola besteden.’

Toen Zeid Ra’ad Al Hussein vier jaar geleden begon als Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, kreeg hij van zijn voorgangster een T-shirt. Daarop stonden alle scheldwoorden gedrukt die zij tijdens haar mandaat naar haar hoofd had gekregen. Nu zwaait ‘Zeid’, zoals iedereen hem noemt, zelf af. Op 1 september neemt de Chileense oud-president Michelle Bachelet het van hem over. Zeid geeft Bachelet geen T-shirt. Hij is ongetwijfeld de meest uitgesproken Hoge Commissaris die de VN ooit heeft gehad. De scheldwoorden die tegen hem zijn gebruikt, zouden niet eens op een maat XL hebben gepast.

President Maduro van Venezuela noemde hem eens „een tumor”. Zelf bezigde Zeid, een Jordaanse prins die zijn titel bij de VN niet gebruikt, ook geregeld ferme taal. Zo zei hij eens dat de Filippijnse president, die betrokken zou zijn geweest bij doodseskaders, „psychiatrische evaluatie” nodig had. President Trump noemde hij „schuldig aan staatsgefinancierd kindermisbruik”, omdat die migrantenkinderen gescheiden van hun ouders liet opsluiten. Hij joeg de Indiase regering in de gordijnen met een hard rapport over schendingen van de mensenrechten in Kashmir. Hij zei eens: „Als je dit werk doet, hou je weinig vakantiebestemmingen over.”

Vier jaar heeft Zeid volgemaakt als Hoge Commissaris. Eén termijn. Hij had misschien een tweede termijn gewild, vertelt hij in het statige Palais Wilson, zijn kantoor aan het meer van Genève. „Maar al na twee jaar was duidelijk dat de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, die zo’n verlenging moeten goedkeuren, daar weinig zin in hadden. Mijn kantoor publiceerde kritische mensenrechtenrapporten over alle vijf. In ruil voor een tweede termijn zouden ze compromissen van ons eisen. Ik zou Frankrijk en Engeland niet meer kunnen bekritiseren om hun migratiebeleid. China niet over de situatie in Tibet en Xinjiang. Rusland niet over de behandeling van LGBT. En de VS niet over de opruiende retoriek vanuit het Witte Huis tegen minderheden en de media. Dan had ik mezelf in de mute-stand moeten zetten. ”

Velen kennen Zeid als bevlogen mens. Hij is toegankelijk en hartelijk, maar kan ook heel serieus zijn. Zijn speeches zijn lang en erudiet, vol filosofische verwijzingen. Hij gelooft in een multilaterale wereld en heeft het gevoel dat die aan alle kanten onder druk staat. Toen hij in de jaren negentig tijdens de oorlog in Joegoslavië werkte voor de VN (als politiek medewerker), zag hij eens een auto rijden met een schedel erop, als trofee. Dat beeld heeft hem nooit losgelaten. Na de oorlog klom hij op bij de VN in New York. Later was hij tweemaal Jordaans ambassadeur bij de VN. Zo leerde hij de organisatie van diverse kanten kennen.

U was de eerste Hoge Commissaris die zijn toespraken van tevoren niet door ambassadeurs liet lezen. Uw voorgangers waren diplomatieker.

„ Dit kantoor moet zich vaker uitspreken over mensenrechtenschendingen. Er zijn er meer dan vroeger. Oók in landen waar we voorheen weinig werk hadden. Mijn voorgangster, Navi Pillay, was aan het eind uitgesprokener dan in het begin. Ik pakte het op waar zij stopte.”

U beschuldigt Myanmar van genocide en vergelijkt de methodiek van populisten met die van IS. Is er geen andere manier?

„Nee. Als mensenrechten worden geschonden, moeten wij in actie komen. In de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, die zeventig jaar bestaat, staat wat die rechten zijn. Stel, een patiënt met een steekwond komt bloedend in het ziekenhuis. Humanitaire organisaties ontfermen zich over de patiënt. Ze verplegen, verbinden, genezen hem. Maar wij zijn in het leven geroepen om achter de daders aan te gaan. Wij vertellen ze: back off! Wij proberen mensen tot tien te laten tellen voor ze anderen leed toebrengen.”

Sommige regeringen hadden zo de pest aan u dat ze in maart verhinderden dat u de Veiligheidsraad toesprak over Syrië, minuten voordat u het podium zou betreden.

„Ik hoef regeringen niet te verdedigen. Die verdedigen zichzelf wel.”

U noemde de presidenten Trump en Orbán „demagogen”. Helpt het slachtoffers als je politici zo aanspreekt?

„Denk niet dat ik de hele dag tegen regeringen tekeerging. Voor ik in het openbaar iets zei, waren er maanden gepasseerd. Soms jaren. Eerst stuur je achter de schermen berichten. Je praat met ambassadeurs, belt ministers. We trainen mensenrechtenfunctionarissen in veel landen, ondersteunen politieagenten en rechters, geven technische assistentie, enzovoort. Maar als ministers maanden de telefoon niet opnemen omdat ze ‘te druk’ zijn, als ze met financiële repercussies dreigen, als we na herhaald aandringen een land nog niet in mogen, dan wordt het tijd voor openbaarmaking, dat is de last resort.”

Dreigen ze echt met financiële repercussies?

„O ja. Als politieke leiders naar Genève komen, betuigen ze steun voor wat we doen. Maar als we ze bekritiseren, dreigen ze de geldkraan dicht te draaien. Mensenrechten vormen één van de drie pilaren van de VN [naast vrede & veiligheid en economische & sociale ontwikkeling, red.]. Toch krijgen we maar drie procent van de VN-begroting. De begroting van dit kantoor is lager dan het bedrag dat Zwitsers jaarlijks aan chocola besteden. Wij moeten het vooral hebben van vrijwillige donaties. Die gaan gelukkig omhoog nu. De grootste donoren zijn Europese landen, waaronder Nederland.”

Terug naar de ‘last resort’: openbaarmaking. Helpt dat?

„ Soms werkt het. De minister die maanden onbereikbaar was, hangt binnen drie minuten aan de telefoon. Regeringen zijn niet statisch. We hadden een moeilijke relatie met de vorige regering van Sri Lanka. Met de nieuwe regering hebben we een dialoog. Dat geeft hoop. Ook met Oezbekistan en Ethiopië is er een opening. Iedereen weet: wij geven toch nooit op.”

En Europa?

„Ik ben bezorgd over Europa. Vooral in Oost-Europa keert het tij. Minderheden worden in het nauw gedreven, gediscrimineerd. De rechterlijke macht wordt gepasseerd of voor de kar van politici gespannen. Ook in Italië en Oostenrijk hitsen politici burgers op. In Scandinavische landen wordt een extreemrechts discours dominanter.”

U zei dat Europeanen ‘overreageren’ bij terrorismebestrijding. Hoe reageren Europeanen als u ze op de vingers tikt?

„Verbluft. Ze verwachten dat je over Congo of Jemen begint. Dat zijn ze gewend. Mensenrechten, dat is voor hen nog altijd iets voor het zuidelijk halfrond. Europeanen denken dat ze de beste rechtbanken hebben, de meest solide instituties. Maar in Europa treedt slijtage op. Voor mij is duidelijk: geen land is ooit veilig voor roekeloze politici. Ook in Europa niet.”

In een speech in 2016 in Den Haag nagelde u politici als Geert Wilders aan de schandpaal wegens ‘haatzaaierij’, met een duidelijke verwijzing naar het Europese verleden. Denkt u dat de geschiedenis zich herhaalt?

„Ik verwijs soms naar zeventig jaar geleden. Maar in Oost-Europa hoef je maar dertig jaar terug. Er zijn ook parallellen met 1913: economieën groeiden, er waren nauwelijks grenzen of tarieven, wetenschappers werkten intensief samen. Toen de boel uit het lood raakte, waren er geen internationale instituties om alles bijeen te houden. Die hebben we nu wel. En ze staan onder druk. Als elk land president Trumps ‘America First’-voorbeeld volgt en alleen nog voor zijn eigen belang gaat, is er binnenkort geen gemeenschappelijk belang meer. Dan gaan we terug naar de ouderwetse machtspolitiek waarbij de grootste, sterkste landen aan het langste eind trekken.”

Wat verwijt u de populisten?

„Ik begrijp dat mensen ongelukkig zijn met de huidige wereldorde. Maar immigranten en vreemdelingen als zondebok gebruiken, dat is onacceptabel. In de EU was in 2016 gemiddeld 4,5 procent migrant, vaak uit een ander EU-land. Waarom die hysterie? Waarom mensen bang maken met wilde prognoses over geboortecijfers in Afrika? Waarom roepen dat Europa ‘onder de voet wordt gelopen’? Maar het werkt. Als mensen werkloos zijn of ongerust over de toekomst, steunen ze politici met de meest simplistische antwoorden.”

Heeft Europa qua mensenrechten een voorbeeldfunctie?

„Twee wereldoorlogen begonnen hier. Europeanen weten wat leed is. Daarom speelden Europeanen een grote rol bij het opzetten van de naoorlogse internationale instituties. Ze wisten: we moeten tegen onszelf worden beschermd, anders doen we elkaar soms vreselijke dingen aan. Kijk, deze foto heb ik genomen in het Roosevelt-museum, in Hyde Park: de conceptversie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, vol opmerkingen in de kantlijn. Deze eerste versie is geschreven door de Franse jurist René Cassin, die later de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Cassin raakte gewond in de Eerste Wereldoorlog. Hij kwam vaak, met stok, het Palais binnen. Die eerste versie van hem is zóveel scherper en krachtiger dan de officiële verklaring die later door landen is aangenomen.”

Lees ook de column van Maxim Februari: Mensenrechten, steeds minder universeel

Omdat ze werd geschreven door iemand die de misère had doorleefd?

„Dat denk ik. Zijn ervaring was nog rauw.”

Weinig Europeanen hebben de oorlog nog meegemaakt. Vervliegt daarmee ook de droom die men in 1948 had, dat de wereld kon worden verbeterd?

„Dat is een belangrijke vraag: moet je leed kennen om het te voorkomen? Ik blijf hopen van niet. Mijn kinderen vroegen eens: ‘Papa, als we in de bus of metro zien dat iemand een gehandicapte, migrant of oude man slecht behandelt, wat moeten we dan doen?’ Ik zei dat het normaal is als mensen die zoiets zien, bang zijn om er wat van te zeggen. Het kan gevaarlijk zijn. Maar bijna iedereen in die metro heeft dat. Al die mensen wachten tot een ander iets doet. Dus ik antwoordde de kinderen: een individu kan weinig, maar collectief kunnen mensen veel. Als twintig mensen in de metro opstaan en protesteren, kunnen ze onrecht stoppen. Dus, als je in zo’n situatie bent: kijk elkaar aan. Oogcontact is cruciaal. Zo stel je vast: we zijn met veel. Daarna kun je opstaan, want je weet dat anderen volgen. Mondiaal is het net zo. Als dit kantoor, het Hoge Commissariaat van de Mensenrechten, niet meer hardop kan spreken, hoe kun je dan schendingen voorkomen?”

Gaat Michelle Bachelet dezelfde lijn volgen als u?

„Ze gaat het vast goed doen. Ze is kinderarts, is tweemaal president geweest en heeft de VN-organisatie voor vrouwen geleid. Ze is zelf gemarteld, tijdens de Chileense dictatuur. Haar ouders ook. Haar vader heeft het niet overleefd. Ik denk dat zij niet onder de indruk is als president Trump zegt: ‘Torture works’.”

Wordt u hierna weer ergens Jordaans ambassadeur, zoals voorheen?

„Nee. Ik weet niet precies wat ik ga doen. Misschien schrijf ik een boek. Eerst moet ik uitrusten. Mezelf opnieuw aan mijn gezin voorstellen.”

Uw vrouw en kinderen zijn in New York blijven wonen.

„Ja, en ik heb ze te weinig gezien. En soms was ik afgepeigerd en gedeprimeerd. Elke dag word je in dit werk geconfronteerd met het meest weerzinwekkende leed dat er is. Dat hoort erbij. Maar een jaar geleden zat ik er zo doorheen, dat mijn vrouw zei: ga jij maar eens naar The Great British Bake Off kijken, een wedstrijd voor thuisbakkers op de Britse tv. Ze zette me voor het scherm en ik was meteen geboeid. Een van de kandidaten haalde twee minuten voor de deadline een soufflé uit de oven. Net op tijd. Ik zat op het puntje van mijn stoel. Maar de soufflé zakte in voordat de jury ernaar kon kijken. En de tranen stonden in mijn ogen.”

U bent in elk geval niet cynisch geworden.

„Nee, beter grienen om een ingezakte soufflé! Velen verliezen de hoop en worden bitter. Wat mij op de been hield, is de vechtlust van mensenrechtenactivisten overal ter wereld, tegen de klippen op. De schrijver Primo Levi zei eens dat er een paar monsters zijn, en legioenen functionarissen die de andere kant op kijken en gruwelijke dingen laten passeren. Ik heb heel erg mijn best gedaan om niet zo’n functionaris te zijn.”

Op 3 september krijgt Zeid Ra’ad Al Hussein in Den Haag de jaarlijkse Mensenrechtentulp uitgereikt. Dat is een prijs van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

In het tijdschrift The Economist publiceert hij wat hij zijn ‘parting shot’ noemt: Grassroots leaders provide the best hope to a troubled world

    • Caroline de Gruyter