Opinie

    • Mirjam de Winter

Food-moe

Al die foodtrucks en foodtruckfestivals hangen me inmiddels zo de keel uit, dat ik deze week ietwat verveeld door de splinternieuwe Foodhallen op de Kop van Zuid slenterde. Noem me blasé of nuffig, maar ik was vooral teleurgesteld in de voorspelbaarheid van het aanbod (internationaal streetfood), de soms belachelijk hoge prijzen en het publiek (dagjesmensen, toeristen en welvarende gezinnetjes uit Barendrecht). Maar ik zou me tegelijkertijd moeten schamen voor mijn negatieve (voor)oordeel, want ben me terdege bewust van het belang van dit soort initiatieven voor de aantrekkelijkheid van de stad. Natuurlijk is de hal alweer een nieuwe aanwinst voor Rotterdam en is de locatie (Pakhuismeesteren op de Wilhelminapier) fantastisch. De stad oogt en voelt nergens zo hip en cosmopolitisch als daar, met het nog altijd populaire Hotel New York, De Rotterdam, Lantaren/Venster, Las Palmas en het tegenovergelegen Deliplein met Theater Walhalla en de Fenix Food Factory.

Maar, zeg ik verveeld, de Rotterdamse Foodhallen doen me te veel denken aan die in Amsterdam, en ook aan die in bijvoorbeeld Gent en Antwerpen, waar ik afgelopen zomervakantie toevallig was. Overal diezelfde formule; een oud industrieel of monumentaal pand als locatie met aan weerszijden eetstands met taco’s, oesters, hamburgers, pizza, hotdogs, verse springroll’s, bao’s en in het midden lange eettafels of statafels. In Madrid (Mercado San Migael) en Parijs (Les Enfant Rouges) zag je hetzelfde 10 tot 15 jaar geleden al. Een concept dus waarvan je je kunt afvagen, net als met al die foodfestivals en foodtrucks, hoe lang het allemaal nog kan duren. En hoe lang die portemonees nog gevuld blijven, want ‘food’ is een dure liefhebberij, weet intussen iedere foodtruckfestivalbezoeker.

Mijn alsmaar mijn groeiende aversie tegen de (wereldwijde) foodtrend geldt dan weer niet voor de FenixFood Factory. Daar begon een groep jonge, sympathieke en hoogopgeleide Rotterdammers ruim vier jaar geleden al met een voorloper van de Foodhallen. De oude havenloods (Fenixloods 2) op Katendrecht werd min of meer gekraakt door deze pioniers, die het aandurfden om een overdekte markthal te beginnen met vernieuwende horeca en ambachtelijke – gedeeltelijk ter plekke geproduceerde – producten. Net als in de Markthal zijn de meeste klanten er geen wijkbewoners of Rotterdammers, maar vooral toeristen en dagjesmensen. Dat is op zich jammer, maar de Fenix Foodfactory heeft desalniettemin ongelofelijk veel betekend voor het „upgraden” van de stad en Katendrecht in het bijzonder. Het is er nog altijd rauw en oorspronkelijk en in sfeer niet te vergelijken met de veel commerciëlere Foodhallen of Markthal.

Ondanks de populariteit van de Fenix Food Factory lijkt aan het avontuur van deze sympathieke pioniers nu een einde te komen. De Stichting Droom en Daad van Wim Pijbes gaat de loods verbouwen en onduidelijk is of er in de nieuwe opzet ruimte blijft voor de huidige ondernemers. Ik betreur dat, maar heb er ook begrip voor dat de ontwikkeling van Katendrecht en de Fenixloodsen doorgang moet vinden. Je kunt tenslotte niet eeuwig blijven pionieren, zelfs niet in Rotterdam. En wie weet luidt het vertrek van deze pioniers ook langzaam het einde van het foodtijdperk in. En wordt eten weer gewoon dat waar je je maag mee vult.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.

    • Mirjam de Winter