Opinie

    • Harald Merckelbach

Filmpjes en Klare Taal, een gevaarlijk duo

Van zijn studenten leerde Harald Merckelbach de uitdrukking pics or it didn’t happen: we geloven het pas als het op beeld staat. Maar we schieten daarna te snel door in gevolgtrekkingen.

We kijken naar de wereld en willen samenhang zien, oorzaak en gevolg. Dat zit er al heel vroeg in. Toon peuters een filmpje van bal A die bal B raakt, waarna B gaat rollen en hun onmiddellijke conclusie is dat A de beweging van B heeft veroorzaakt. Zo’n instinctief gevoel voor oorzaak en gevolg is een zegen. Zo leren we heel snel dat je je kunt verbranden aan vuur en dat je kunt verdrinken in water.

De andere kant van de medaille is dat we regelmatig doorschieten in onze haastige gevolgtrekkingen. Amerikaanse onderzoekers illustreerden dat met een experiment waarin proefpersonen naar plaatjes keken van een vrouw die met een boodschappenmandje door een winkel loopt. Ze staat stil voor de schappen met sinaasappels. In het volgende plaatje liggen de sinaasappels op de grond. De proefpersonen weten later met grote stelligheid te vertellen dat de vrouw de sinaasappels op de grond liet vallen, ofschoon dat nergens was te zien. De proefpersonen zagen een effect – sinaasappels op de grond – en maakten er in een enkele oogopslag een verhaal bij over de oorzaak – de vrouw dus.

Met ons visuele apparaat maken we handige verhalen over hoe de wereld in elkaar steekt en daarom zijn we verzot op alles wat beeld is. We worden op onze wenken bediend door de digitale revolutie, waarvan de uitwerking is dat we elke dag weer overladen worden met een onafzienbare stroom van foto’s, videoclips en filmpjes. De overtuigingskracht van al dat materiaal vinden we vanzelfsprekend. Van mijn studenten leerde ik de uitdrukking pics or it didn’t happen: we geloven het pas als het op beeld staat.

De digitale revolutie voltrekt zich ook in de rechtszaal. In toenemende mate duikt daar bewijs op in de vorm van beeldmateriaal. Want zo’n beetje iedereen heeft een mobiele telefoon waarmee calamiteiten zijn vast te leggen. Op veel plaatsen hangen beveiligingscamera’s die overtredingen kunnen registreren. Een fraaie computeranimatie maken van de (veronderstelde) toedracht van een delict is tegenwoordig een fluitje van een cent. Al dat beeldmateriaal kan tijdens een rechtszaak worden ingebracht. Daar kleeft wel een risico aan. Als ergens de causaliteitshonger groot is, dan wel in de rechtszaal. Voortdurend gaat het daar om de vraag wie verantwoordelijk is voor dit delict of deze schade. Omdat de overtuigingswaarde zo groot lijkt, kan beeldmateriaal snel, te snel de causaliteitshonger stillen. Amerikaanse psychologen lieten in hun onderzoek zien dat beeldmateriaal juryleden lui maakt; ze nemen genoegen met minder bewijs.

Lees ook: Wie slowmotion-beelden kijkt, oordeelt strenger

De meest elegante analyse die ik van dit probleem ken, komt van de Berlijnse strafpleiter Ferdinand von Schirach. Hij beschreef het geval van een bekende zanger die het op een luchthaven aan de stok krijgt met een paar paparazzi. Ze filmen hoe de zanger een van hen met een tas slaat. Ze verkopen het filmpje aan een grote krant en doen aangifte van mishandeling. De zaak komt voor en dreigt uit te lopen op een veroordeling van de zanger, precies omdat het filmmateriaal boekdelen lijkt te spreken. Maar de zanger heeft een goede advocaat, die de beelden door deskundigen laat beoordelen. Deze experts stellen vast dat het slachtoffer niet werd geraakt door de tas en dat het beeldmateriaal is gemanipuleerd: er zijn fragmenten uit het filmpje gesloopt en wel fragmenten die laten zien wat de paparazzi doen. Door de nadruk op alle handelingen van de zanger ontstaat het misverstand dat hij zonder aanleiding de paparazzi te lijf ging, terwijl die feitelijk het zoontje van de zanger belaagden. Nadat dit allemaal duidelijk was geworden keerde de officier van justitie de zaak om: de paparazzi werden vervolgd wegens het doen van een valse aangifte en verspreiding van het filmpje werd verboden.

Een mooi einde, maar Von Schirach merkt terecht op dat de zanger voldoende middelen had om de hulp in te roepen van eersteklas experts. Dat is niet elke justitiabele gegeven. Het algemenere probleem is dat juridische vraagstukken zich zelden laten vangen met de simpele leunstoelcausaliteit waartoe filmpjes aanzetten. In de rechtszaal gaat het vaak om effecten die meerdere oorzaken hebben, om oorzaken die meerdere effecten hebben, om oorzaken die noodzakelijk, maar niet voldoende zijn, kortom lastige materie. De Rotterdamse hoogleraar Raimond Giard wijdde er onlangs een fraai artikel aan (‘Het naadje van de causaliteit’) in het vakblad Expertise en Recht. Ingewikkelde causaliteit kun je niet op de hurken uitleggen. Ik zeg het met nadruk omdat het onder juristen en politici tegenwoordig hip is om aan te dringen op Klare Taal in de rechtszaal. Jurisprudentie op vmbo-niveau oogt sympathiek, maar om de filosoof Wittgenstein te parafraseren: de grenzen van onze taal zijn de grenzen van ons begrip. Die zijn met filmpjes en Klare Taal snel bereikt. Het is een gevaarlijk duo.

Harald Merckelbach is hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht.
    • Harald Merckelbach