Fietsen zonder gedoe (en dat mag wat kosten)

Het kost wat, die huurfietsen met blauwe voorband. Toch rijden alleen al in Amsterdam ruim 12.000 van die ‘swapfietsen’ rond. „Vroeger werd elk jaar mijn fiets gejat. Het gemak dat je ervoor terugkrijgt, heerlijk.”

Foto Daniël Niessen

Wie er eenmaal oog voor heeft, kan ze niet meer missen: de fietsen met blauwe voorband. Een slimme marketinguiting van Swapfiets, een Amsterdams bedrijf dat fietsabonnementen verkoopt. Voor 15 euro per maand krijgen abonnees een omafiets met kettingslot. Wanneer er iets aan de fiets mankeert, komt een fietsenmaker hem repareren, of omruilen (‘swappen’) voor een andere fiets. Nooit meer gedoe, is het motto.

Bediende Swapfiets in 2014 alleen nog Delftse studenten, inmiddels rijden 54.000 mensen in Utrecht, Rotterdam, Amsterdam en achttien andere Nederlandse steden op zo’n fiets met blauwe voorband. Ook in België, Duitsland en Denemarken is Swapfiets actief, met nu een kleine 6.000 abonnees. In Amsterdam, waar in het tweede jaar al 12.000 mensen op zo’n fiets rondrijden, is de gemiddelde abonnee 27,4 jaar oud. Ook andere fietsbedrijven beginnen te experimenteren met abonnementen.

Op pad met ‘swapper’ Casper Bakker (23), student commerciële economie. Hij en zijn collega’s rijden in kleine auto’s door de stad, en repareren van ’s ochtends acht tot ’s avonds tien swapfietsen. Fietsenrek op het dak, reservewiel, fietspomp en gereedschapskist achterin.

Bakker, die het heerlijk vindt om aan zijn eigen fiets te sleutelen („ketting smeren, spannen, banden oppompen en dat-ie dan weer als nieuw voelt, dat is toch heerlijk?”), is onderweg naar een klant die nog geen twee uur geleden, een klapband kreeg. Hij appte de reparatiedienst.

Reparaties korter dan 10 minuten worden ter plekke opgelost. Lekke voorband, loszittende voordrager – dat werk. Ander herstelwerk wordt centraal gedaan.

Reparaties zijn bij het abonnement inbegrepen. Tenzij de abonnee onverantwoordelijk is omgegaan met zijn fiets: dan wordt ‘nalatigheidstoeslag’ gerekend, meestal de inkoopkosten van het te vervangen onderdeel. Bakker moet elke klant vragen hoe het defect ontstaan is. (Op liegen staat ook een boete.) Wat als iemand te hard een stoepje oprijdt en er een slag in het wiel komt? Vervelend, maar nalatig, legt Bakker uit. Het komt zelden voor dat klanten zo’n toeslag moeten betalen, zegt hij erbij. Over lekke banden wordt sowieso niet moeilijk gedaan. Op z’n dashboard ligt een geplastificeerd A4’tje met instructies: „Maak je elke swap wel epic/een feestje?”

Foto Daniël Niessen
Foto Daniël Niessen

Een paar honderd fietsen

Basis voor de Amsterdamse swappers is een loods op Amstel Business Park. Hier staan een paar honderd fietsen in vijf lange rijen. Nieuwe fietsen, fietsen die zijn teruggevonden in het fietsdepot, fietsen waar wat aan mankeert en weer opgelapte. Achterin zes werkstations, bemand door fietsenmakers. Gereedschap aan de wand, fiets aan twee haken. Meestal worden er banden geplakt, wielen gericht en spaken vervangen. De zes fietsenmakers worden geacht negen tot zestien reparaties per dag te doen, afhankelijk van ervaring en moeilijkheidsgraad. Zogenoemde ‘allrounders’ verrichten ondersteunende taken: ze smeren sloten, pompen banden op en maken handvatten vast. Eenmaal opgelapt gaan de fietsen terug de roulatie in.

Lees ook: Na de deelfiets moet nu de elektrische deelstep doorbreken

Hoofdfietsenmaker Gregory van der Hoeven (27) overziet de operatie. Elke reparatie wordt vastgelegd in een computersysteem, zodat hij er lering uit kan trekken. Hoe vaker fietsen terugkomen voor reparatie, hoe meer geld dat het bedrijf kost. Van der Hoeven is al structurele problemen tegengekomen. „Te vaak zat er speling in het crankblad, de zadelpenklem raakte te snel los en lagers gingen niet zo lang mee als we willen – op die punten is de fiets inmiddels verbeterd. Daarnaast doen we preventief onderhoud aan elke fiets die binnenkomt. Dan draaien we asmoeren en dragerboutjes vast en smeren we de ketting. Liefst gaat zo’n fiets natuurlijk vier of vijf jaar mee. Uiteindelijk is het de bedoeling dat we hier alleen nog maar banden plakken.”

In zo’n abonnementsconstructie snijdt het mes aan twee kanten: zowel klant als aanbieder heeft belang bij een goed product dat lang meegaat. De Swapfiets is daarom geen standaardmodel, maar door Swapfiets ontworpen, zegt directeur Steven Uitentuis. Hij pakt een fiets erbij en wijst: „Dure binnenbanden die niet zo snel lek gaan, slijtvaste ketting en een voordrager in plaats van een bagagedrager, want anders nemen die studenten natuurlijk allemaal mensen achterop – leuk, maar dan gaat binnen de kortste keren het achterwiel kapot.”

Uitentuis wil niet zeggen hoe vaak een fiets gemiddeld terugkomt voor reparatie en ook niet hoe lang een fiets mee moet gaan om genoeg te verdienen aan zo’n abonnement. De concurrent leest mee.

Foto Daniël Niessen
Foto Daniël Niessen

Abonnement in opkomst

Abonnementen op fysieke goederen, zoals een leaseauto, maaltijdpakketten, boodschappen of wasmachines zijn in opkomst. Dat blijkt uit recent Europees onderzoek van het ING Economisch Bureau (overigens niet naar fietsabonnementen). Nederlanders zijn wel aanzienlijk minder enthousiast dan de gemiddelde Europeaan. Zeven op de tien Nederlanders ziet niet in wat er aantrekkelijk aan zo’n abonnement is.

Wie wel voordelen ziet, is vooral enthousiast over het afdekken van het onderhoudsrisico en het omzeilen van een hoge aanschafprijs. Beide lijken op een fiets minder van toepassing. Die is goedkoper dan een auto of wasmachine, en ook de onderhoudskosten zijn vele malen lager. Sterker: zelf een band plakken of ketting erop leggen kost niets. Maar de aanschafprijs van een fiets is volgens Marieke Blom, hoofdeconoom bij ING, „net hoog genoeg om pijn te doen”.

Blom: „Daar komt bij dat er aanvullende diensten in zo’n abonnement zitten, zoals een diefstalverzekering en reparatieservice. Een product aanschaffen mag dan meestal net wat goedkoper zijn dan er een abonnement voor afsluiten, de meerwaarde zit ’m voor consumenten in het afdekken van die risico’s. Nederlanders verzekeren graag.” Swapfietsen zijn verzekerd tegen diefstal (eigen risico: 40 euro, of 100 als de fiets niet dubbel op slot stond).

Op die meerwaarde voert Swapfiets-directeur Uitentuis zijn marketing. „We claimen niet dat Swapfiets voor iedereen goedkoper is dan een eigen fiets, dat verschilt per persoon. Liever dragen we de boodschap uit dat je bij ons altijd een fiets hebt die het doet.”

Uitentuis vond zelf uit dat driekwart van de abonnees voor een Swapfiets koos omdat het ‘de snelste en goedkoopste weg naar een nieuwe fiets’ was. Voor 10 tot 20 procent was milieuvriendelijkheid de reden – het principe dat fietsen continu rouleren. Uitentuis is voorzichtig om daarmee te pronken: „We zijn er nog lang niet. Elke keer als een van onze fietsen kapot gaat, produceren we afval. Maar het is wel zo dat we ons best doen een zo duurzaam mogelijke fiets te bouwen waarvan elk onderdeel vervangbaar is, zodat ze een optimale levensduur hebben.” De benzineauto’s waar de swappers nu nog in rijden, wil Uitentuis vervangen door elektrische, of door een soort fietskar. Proeven daarmee lopen.

Lees ook: Nooit meer op een barrel fietsen

Weesfietsen

Voor Amsterdam is er een ander potentieel voordeel. Amsterdammers hebben er een handje van om fietsen die ze niet meer gebruiken – sleutel kwijt, wiel kapot – achter te laten in een fietsenrek. Ruim 135.000 (15 procent) van de 900.000 fietsen die in Amsterdam geparkeerd staan, zijn volgens de gemeente weesfietsen. Verkeerswethouder Sharon Dijksma (PvdA), bij monde van haar woordvoerder: „Abonneefietsen worden verwijderd of vervangen als ze kapot zijn. Zo kan dit model bijdragen aan onze ambitie om fietsparkeerplekken beter te benutten.”

Vooralsnog lijkt het college meer te zien in ‘niet-persoonsgebonden deelfietsen’, die je per rit met een app huurt. „Als Amsterdammers en forensen dat systeem gaan gebruiken, is een tweede of derde fiets die op het station geparkeerd blijft staan niet meer nodig.”

Maar juist die deelfietsen werden vorig jaar door het vorige college van de straat gehaald, omdat te veel ruimte zouden innemen. Het idee is nu drie aanbieders onder voorwaarden een nieuwe kans te geven.

Swapfiets werkt intussen aan verdere groei. Misschien groeit er zo een nieuwe generatie fietsers op. Waarin iedereen werkende lampjes en remmen heeft, en niemand meer z’n eigen band plakt.

    • Rens Lieman