Dit zijn broodtrommels die wél worden leeggegeten

Lunch Halfopgegeten boterhammen, broodjes die na ontleding zijn afgekeurd. In het ergste geval is de trommel de tas niet eens uit geweest. Drie experts over de lunchbox voor hun kinderen.

‘Ik wil dat ze blij worden als de trommel opengaat’

Rachida Kharbouch (38) heeft met haar zus Najima een foodblog, Healthy Sisters. Ze heeft twee dochters (15 en 9) en een zoon (8).

„Het beste advies dat ik ooit kreeg, was van een kinderarts. Mijn jongste was een slechte eter en die arts zei: ‘laat hem, als hij honger krijgt, komt hij vanzelf’. Dat werkte. Ze moeten aan tafel zitten en eten wat de pot schaft, maar ik dwing ze niet. En ze mogen om de beurt zeggen wat ze willen eten, zolang we niet drie dagen achter elkaar friet eten.

„Sarah (15) maakt haar eigen lunch, ze sport veel en eet veel volkorenbrood. Noor (9) is nu al een health freak, ze eet liever tomaatjes dan snoep. Amin (8) is wel een zoetekauw. Ik wil dat ze blij worden als de trommel opengaat. Ik teken een smiley op een banaan of ik steek hartjes of sterren uit een bananenpannenkoekje. Een parasolletje of een vlaggetje erbij – het hoeft allemaal niet veel tijd en geld te kosten, maar zo eten ze met plezier.

„Mijn moeder was een keukenkoningin, ze gaf liefde in kilo’s. Ik heb met overgewicht te kampen gehad en ik weet nu: mijn kinderen zijn echt niet zielig als ze gezond eten. Ik ga uit van 80/20: 80 procent gezond, 20 procent genieten. Soms zie ik op school al die drinkpakjes. O jongens, reken eens uit hoeveel suiker dat per week is, denk ik dan. Ik geef water mee, met een druppeltje ranja of zelfgemaakte icetea.

„Omdat de kinderen niet altijd alleen maar brood willen, geef ik soms sneetjes bananenbrood mee. De jongste vindt dit heerlijk met een laagje pindakaas. Hij maakt er gewoon een boterham van.

‘Niet te ingewikkeld doen en variëren, dan komt het wel goed’

Maarten Hoekstra (44), de kok en mede-eigenaar van Mister Kitchen (productontwikkeling en culinaire evenementen). Hij heeft twee zoons, Toon (13) en Lenny (7).

„Toon is een heel makkelijke eter, maar hij houdt niet van brood. Het liefst neemt hij de restjes van de vorige avond mee. Een stuk pizza, pasta met tomatensaus, nasi, een wrap – alles kan. Alles wat Aziatisch is, kookt mijn vrouw, zij is half Chinees. De rest kook ik, ik maak meestal ook de trommels als ik niet op reis ben. Als er niets is, bak ik weleens pannenkoeken, ook lekker voor het ontbijt. Klasgenoten moeten vaak hard lachen om wat Toon meeneemt, maar ze zijn vast jaloers en zelf wordt hij er heel blij van.

„Lenny eet het liefst brood. Met zoet beleg. Zijn trommel is een beetje een compromis want als er niets lekkers in zit, komt alles onaangeraakt terug. Meestal krijgt hij twee hartige en twee zoete boterhammen mee. Vaak met wat komkommer of tomaatjes erbij. En altijd water.

„Als je niet te ingewikkeld doet, en je varieert een beetje, komt het wel goed. Mijn culinaire achtergrond is een voordeel: thuis hebben we het vaak over eten, het is leuk om te zien dat de jongens dan meedoen. Eens per maand koken ze in Amsterdam-Noord bij buurtrestaurant Hotmamahot. Dan staan ze de hele zaterdag in de keuken en’s avonds komen de ouders om het samen op te eten. Toon heeft echt interesse in eten – hij eet ook oesters en kreeft mee – hij kan al behoorlijk goed proeven. En als ik thuiskom met een nieuwe pindakaas of groentespread van Mister Kitchen zegt Lenny altijd: wat is dít nu weer!”

‘Mayo in plaats van boter maakt brood meteen lekkerder’

Michelle Roost (41), voedingsexpert, schreef met Manon van Eijsden het boek Wegwijs in de voedingsjungle, gewoon gezonde voeding voor kinderen van 0 tot 9. Ze heeft drie kinderen: Cato (7), Amelie (8) en Lucas (10).

„Ons boek heeft niet voor niets ‘gewoon gezonde voeding’ in de titel. We zijn van de antihype. Elke dag iets van volkoren granen, snackgroente en zuivel, dan ben je er al. Er is niets mis met een gewone bruine boterham. Maar een kale boterham is niet zo aantrekkelijk. Het wordt meteen lekkerder met een dun laagje mayonaise in plaats van boter onder je kaas, of iets knapperigs zoals komkommer erbij. Wij eten altijd volkorenbrood, daar kun je ook mee variëren. De ene keer met zaden en pitten, dan weer eens tijgerbrood of een mueslibolletje. En soms stop ik een briefje in de trommel met een mop of iets liefs.

„De jongste houdt niet zo van de avondmaaltijd, die zou veel meer brood eten als ze haar gang kon gaan. Maar brood als compensatie voor de rest vind ik dan weer niet zo gezond.

„Ze smeren hun brood zoveel mogelijk zelf. ‘Hartig, smeren, zoet’ is de leidraad. Dus altijd iets hartigs en dan nog zoet of iets van humus of pindakaas. Met alleen hartig wordt het snel te zout. Zoet geeft energie maar weinig voedingsstoffen. Als je dun belegt en je varieert voldoende, krijg je van alles genoeg binnen. Wil je dan een keer gestampte muisjes? Prima.

„Een wrap meegeven naar school doe ik niet zo snel. Het moet een beetje praktisch zijn. We smeren ook vaak bevroren boterhammen, dat vinden sommige mensen vast vreselijk, maar dan blijft het langer fris. Amelie wil soms een salade mee, maar met warm weer doe ik dat niet. Daarvoor ben ik dan toch te veel levensmiddelentechnoloog.

Een kwartiertje lunchpauze op school vind ik trouwens echt te kort. Er zou wel iets meer aandacht voor het eten mogen zijn. Niet dat ze dan ook alles moeten opeten. Als je voelt dat je verzadigd bent, is het genoeg, dat moet je ook leren.”

    • Martine Kamsma