Een doorbraak in het spaghetti breken

Wat eten we? Waarom is het zo moeilijk spaghetti in twee stukken te breken? Twee studenten ontdekten hoe het wel kan.

Foto Meliha Gojak

Er zijn restaurants die kinderen een schaar geven bij hun spaghetti. Kinderen vinden dat geweldig, gelegitimeerd spelen met je eten. Ouders die zichzelf hebben aangeleerd pasta te eten zoals het hoort, zien het met lede ogen aan. Maar ze moeten toegeven: verknipte pasta levert uiteindelijk minder geknoei op dan geslinger met slierten vol tomatensaus. Want pasta met een vork eten is voor kinderen net zo moeilijk als rijst eten met stokjes.

Praktisch ingestelde ouders breken thuis de spaghetti voor het koken in tweeën, past alles ook meteen in de pan. Nou ja, in tweeën. Terugkerende irritatie is dat het zelden lukt om spaghetti te breken zonder dat er allemaal stukjes rond het fornuis vliegen.

De wetenschap zou de wetenschap niet zijn als ze zich niet zelfs met dit bagatel zou bezighouden. En dan specifiek met de vraag: waarom lukt het bijna nooit om een sliert spaghetti in tweeën te breken, maar breekt-ie meestal meteen in meer kleine stukjes? Richard Feynman – natuurkundige, Nobelprijswinnaar, brandkastkraker – had er al eens een experiment aan gewijd, maar kwam er niet uit. Na zijn dood, in 2005, kwamen twee Franse natuurkundigen met een verklaring, na een reeks experimenten met Barilla-spaghetti (nummer 1). Als een droge spaghettisliert knakt wanneer je ’m aan de uiteinden buigt, trekken er na de eerste knak flexural waves, elastische golven, door de sliert. Voordat de spanning is opgeheven, bezwijkt de sliert dan alsnog op een of meer andere plekken onder de spanning: het snap-back-effect, noemen ze dit. Op YouTube staat een filmpje waarin het knakken in extreme slow motion gefilmd is. En telkens zie je: de stukjes breken niet tegelijk en ze breken (en schieten weg) in tegengestelde richting. Elke knak veroorzaakt een nieuw golfje en een nieuwe breuk. Tot alle spanning verdwenen is.

Het knakken van spaghetti in slow motion.

Nu is er, dertien jaar en duizenden spaghettisplinters later, een nieuwe doorbraak in het pasta-onderzoek. Twee studenten van het Massachusetts Institute of Technology hebben ontdekt hoe je een droge sliert wél in tweeën kunt breken. Met een speciaal gebouwd apparaat draaiden ze behoedzaam aan de uiteinden van de 20 of 24 centimeter lange spaghettisliert en zagen dat het dan lukte om hem maar op één plek te laten breken. Volgens hun theorie doordat de spanning na de eerste breuk verdwijnt, als de gedraaide sliert weer in de houding springt. Een uitkomst die, hopen ze, meer is dan een ‘culinaire curiositeit’, want misschien valt hun onderzoekje wel door te trekken naar stokken, stengels en hengels in alle soorten en maten.

Intussen blijven we achter met de vraag hoe we deze kennis thuis kunnen gebruiken. Met een bosje spaghetti voor vier personen lukt het niet. De slierten stuk voor stuk draaien en breken? Hoe laat eten we dan in vredesnaam? Voor het rondvliegende spaghettisplinterprobleem vallen we terug op wat we een vriendinnetje zagen doen: met haar knie verpulverde ze haar noedels in het zakje voordat ze het boven de kom opentrok. Dus: spaghetti in een theedoek, breken en de doek uitschudden boven de pan. Of beter: oefenen op de vorktechniek, zodat we de spaghetti nooit meer hoeven te mishandelen.

    • Martine Kamsma