Trump gaf zijn fiat voor een oliepijpleiding, nu is er vreugde én onrust in deze prairiestaten

Oliepijpleiding Sinds president Trump zijn fiat gaf voor de aanleg van de oliepijpleiding Keystone XL is er veel vreugde én onrust in de prairiestaten waar de pijplijn moet komen. NRC reist langs de route, te beginnen in het noordelijkste indianenreservaat Fort Peck, Montana.

Foto: Inge Hondebrink

Haar Indiaanse naam is ‘de Grizzlybeer staat op’. Tressa Welch kreeg hem tijdens een ritueel waarbij pijlen onder de huid van haar bovenarm werden gestoken. De littekens geven haar inheemse naam kracht.

Toen president Trump in maart vorig jaar een streep haalde door het veto dat zijn voorganger Obama over de aanleg van de Keystone XL had uitgesproken, liep Tressa Welch uit protest 110 kilometer van de oostgrens naar de westgrens van het reservaat Fort Peck, in de Amerikaanse staat Montana. Een spiritueel leider zong het waterlied en brandde tabak en kruiden bij de rivier. Hoog boven de stoet zag ze een adelaar cirkelen, een ‘gezant van de Grote Geest’. Meestal brengt hij goed nieuws, maar de aanleg van de ‘black snake’ gaat vooralsnog gewoon door. NRC reisde afgelopen voorjaar langs de route.

De Indiaanse Tressa Welch werkte eerst voor een oliebedrijf. “Ik was heel jong, verdiende veel. Ik realiseerde me niet goed wat ik deed.” Foto: Inge Hondebrink

Toen Welch haar protestmars liep, klonk in het eerste stadje buiten het reservaat, zo’n honderd kilometer naar het westen, gejuich. Dagelijks verzamelen boeren zich bij de John Deere-dealer; in de koffiehoek tussen de groengeel glimmende landbouwmachines was Trumps fiat geweldig nieuws.

Drie jaar eerder had het al moeten beginnen, denken de mannen, maar Obama legde de Keystone XL in 2015 stil en toen er ook nog die opstandige Indianen en andere militanten bij Standing Rock bijkwamen, had dat de discussie over olie- en pijpleidingen weer doen oplaaien.

„Ik ben blij dat het gezond verstand zegeviert”, verzucht de knoestige RJ Winderl. „Als die demonstranten gewoon zouden werken, hadden ze daar niet wekenlang kunnen zitten.”

Hij tekende een contract met TransCanada voor een kort stukje pijp onder een uithoek van zijn land. 4.000 dollar boden ze hem; over eventuele risico’s is niet gesproken. Dertig jaar lang mag er straks dikke teerzandolie onder zijn land doorstromen. Mensen van TransCanada inspecteren met vliegtuigjes de route al, zegt RJ lachend. Hij is gebeld of ze zijn gravel mogen gebruiken voor een weg naar een toekomstige pompinstallatie. „Er loopt al zoveel onder de grond hier en een pijpleiding lijkt me veiliger dan een trein.”

Eerder werkte Tressa Welch voor een oliebedrijf. Als indiaanse onderhandelde ze met reservaatbewoners over heilige plekken en andere bijzondere locaties. „Ik was heel jong, verdiende veel. Ik realiseerde niet goed wat ik deed.” Sinds ze Standing Rock bezocht, is ze voltijds ‘waterbeschemer’ geworden.

Tressa Welch wil oude rituelen terugbrengen in het reservaat dat lijdt onder lethargie en alcoholisme. Wanneer ze haar volk ‘vertegenwoordigt’, draagt ze een gekleurde rok, versierde mocassins en haar haar in een vlecht. „Normaal loop ik in jeans”, zegt ze besmuikt. Er staan, zoals overal bij de afgelegen prairiehuizen, meerdere pick-uptrucks rond het huis. Zij kan toch ook niet zonder olie?

Er volgt een geschiedenisles, waarbij Tressa benadrukt dat zij het liefst te paard zou gaan en in een tipi zou leven. „Terug naar de tijd van vóór de Europeanen, die ons dwongen in reservaten te leven en onze taal niet meer te spreken. Ze vonden ons wilden.” En ze vervolgt: „Het is onmenselijk dat je moet vechten om je water schoon te houden.” Veel steun uit de Trumpstadjes buiten het reservaat, waar sommigen de indianen steevast ‘wagonburners’ en ‘prairieniggers’ noemen, krijgt ze niet.

Yellowstone-rivier

Honderd mijl naar het zuidoosten staat Dena Hoff fier tussen haar schapen bij de wildstromende Yellowstone-rivier in Montana. Op de oever vliegt een gier op van een aangespoelde coyote. Twee adelaars met witte koppen cirkelen hoog in de lucht.

Schapenboer Dena Hoff voert een eenzame strijd tegen de Keystone XL die tien mijl verderop onder de Yellowstone zal doorgaan. Mensen in Montana willen niet geïnformeerd worden, zegt Dena Hoff, en ze zijn ook niet gewend hun mond open te doen. Hun nachtmerrie is een herhaling van Standing Rock, dat er mensen van heinde en verre de prairie opkomen om de rust te verstoren. „Maar er zijn maar twee soorten pijpleidingen”, zegt ze stellig, „degene die lekken en die gaan lekken. Het is onvermijdelijk.”

Bekijk ook deze fotoserie van eerdere demonstraties: Protestactie met tipi’s in de sneeuw

Dena Hoff maakte het zelf mee. Drie jaar geleden had ze dagenlang geen drinkwater nadat er meer dan twaalfhonderd vaten ruwe olie in de Yellowstone-rivier lekten. Ook in 2011 barstte een pijpleiding onder de rivier. Het kostte Exxon Mobile 135 miljoen dollar om de boel op te ruimen.

Ondertussen maken de handhavers in de regio hun borst nat voor mogelijk protest tegen de Keystone XL. Er klonk bulderend gelach toen een diender bij een bijeenkomst zei dat hij zat te wachten tot ‘de hippies’ de rivier over zouden steken. Het verstomde toen dezelfde politieman vervolgde: „Maar als ik merk dat ze géén Amerikaans staal gebruiken voor de pijpleiding, loop ik over naar de andere kant!”

Er zijn maar twee soorten pijpleidingen: degene die lekken en die gaan lekken.

Marmath

De weg naar Marmath op de grens met Noord-Dakota leidt door National Grassland vol dor gras. Tot er zich een filmdecor ontvouwt van grillige rotsformaties. Je verwacht een indiaan met een geweer, klaar om de anderen te seinen dat er weer een pionierswagen door de vallei rijdt.

In Marmath kruist 1st Street met Main Street; eromheen liggen straatjes met kapot asfalt. De huizen die overeind staan, zijn veelal onbewoond. Ertussenin trailers en zelfgebouwde optrekjes. Naast het in 1914 gebouwde Mystic Theatre aan Main Street dat recentelijk een lik verf heeft gekregen, zitten twee mannen op gitaren te tokkelen. „Ooit woonden er wel vijfduizend man hier aan de spoorweg, nu kom je net aan de honderd als je katten en honden meetelt”, zegt Jacob MrGarr lachend.

Marmarth ademt wildwestverhalen. De bende van Jesse James zou hier gevangen hebben gezeten. De fameuze indiaanse krijgsheer Sitting Bull kreeg er halverwege de 19de eeuw een legerkogel in zijn heup. En President Theodor Roosevelt schoot een paar decennia later bij de Little Missouri rivier zijn eerste buffel èn zijn eerste grizzlybeer.

Jacob mcGarr denkt dat Keystone een zegen voor de regio is. Als er werk is, gaat de streek weer bloeien, voorspelt hij.Foto: Inge Hondebrink

Jacob mcGarr kwam twaalf jaar geleden in deze spookstad aan. Op zijn dertigste heeft hij vier kinderen. Hij werkt in de olie „van de Canadese grens tot hier en verder naar het zuiden”. De Keystone XL is een zegen voor de regio, denkt hij. Marmarth overleeft nu op de paar toeristen die op het verval afkomen. Als er werk is, gaat de streek weer bloeien, voorspelt hij. „Het zou cool zijn hier weer een winkel te hebben, zodat ik melk kan kopen voor mijn kinderen.” Voor écht grote boodschappen moet hij 130 kilometer rijden voor de dichtsbijzijnde Walmart.

Hij heeft al wel eens een olielekkage meegemaakt, dáár is hij niet bang voor. „Toen stonden we met een ploeg van wel drieduizend man olie op te vegen, middenin de nacht, in korte broek en op cowboylaarzen.” Hij is ervan overtuigd dat een olielek op korte termijn schadelijk is, maar als de „natuurlijke substantie na een tijdje is ingedaald verbeter je juist de grond. Uiteindelijk is het een natuurproduct.”

Toen stonden we met een ploeg van wel drieduizend man olie op te vegen, middenin de nacht, in korte broek en op cowboylaarzen.

Baker

In Baker, niet ver van Marmath, lopen twee interstate pijpleidingen dwars door de stad. Daarom is er een terminal met wat olietanks. Als de Keystone XL realiteit wordt, komen daar drie reuzentanks bij met een capaciteit van 600.000 vaten.

Op zaterdagochtend is er maar één diner open. In het halletje hangt een A4’tje met de aankondiging van een benefietdiner voor de National Rifle Association. Binnen zit een achttal mannen – eentje petloos – aan de koffie. „Sprechen Sie nicht Deutsch?”, vraagt een man met een geblokt hemd. Karl vertelt trots dat hij 39 jaar in de olie werkte, zelfs voor Shell. „De meeste mensen in deze stad hebben wel iets met olie te maken.”

De mannen stemden allen Trump, hij heeft onze mentaliteit, zegt een iets jongere man van rond de zeventig met helblauwe ogen. „Jullie vinden de prairie mooi, het zwarte vee op het groene veld. Maar als de kalveren in de gierende storm bij min 25 omvallen en je moet er middenin de nacht uit… elk kalf duizend dollar waard…” Hij zwijgt even om zijn woorden te laten indalen en vervolgt triomfantelijk: „Dát is Trump! Hij is géén politicus. Hij zegt het zoals hij het ziet; en precies zo.”

Drie jaar geleden was er dagenlang geen drinkwater nadat er meer dan twaalfhonderd vaten ruwe olie in de Yellowstone-rivier lekten.Foto: Inge Hondebrink

De groep mannen valt hem bij. Die demonstranten zoals in Standing Rock met zijn indianen en hun sympathisanten moeten hun mond houden. De jongere man lacht schamper: „Een gemene bende. Ze waren gewoon op elkaar aan het schieten, die gekken.”

De stemming aan tafel wordt grimmiger. Nee, tegenstanders van hun president hebben geen poot om op te staan. Net zoals die grondeigenaren in Nebraska twee staten verder die naar de rechter stapten om de Keystone XL tegen te houden. Karl bromt: „Die lui stoppen elke ochtend honderden liters diesel in hun tractors maar houden wel tegen dat er meer olie naar Amerika komt. Zonder diesel kunnen ze hun bedrijven sluiten. Ik snap niet dat ze dát nou niet begrijpen in Nebraska.”

Norfolk

Het hete achterzaaltje van Pizzeria Valentino’s in Norfolk, Nebraska – bijna duizend kilometer naar het zuidoosten - zit bomvol. Vanavond is er een avond van NEAT (Nebraska Easements Action Team), opgericht door jurist Brian Jorde om landeigenaren te helpen bij de onderhandelingen met TransCanada.

Die lui stoppen elke ochtend honderden liters diesel in hun tractors maar houden wel tegen dat er meer olie naar Amerika komt.

Baker

Voor de glazen deur staan borden om mee te nemen: No trespassing. Protect property rights and water. Binnen veel geblokte bloezen en gelooide gezichten. Een enkeling draagt een shirt met Pipeline fighter erop. Eén vrouw heeft wel vijftig badges op haar trui.

Afgelopen november dwong de rechter TransCanada de route van de pijpleiding aan te passen vanwege milieurisico’s voor de Sandhills en de onderaardse Ogallala-rivier die miljoenen mensen van water voorziet. Omdat er nu opnieuw contracten moeten worden getekend, zijn de landeigenaren langs de herziene route plots pionnen geworden in de strijd tegen TransCanada. Ze zijn mondiger dan negen jaar geleden toen het allemaal begon, denkt jurist Brian Jorde, en dat kan het proces drastisch vertragen. En misschien zelfs tegenhouden.

Een kleine vrouw met strenge mond en lange grijze vlecht werd in december benaderd door TransCanada omdat haar land aan de nieuwe route ligt. Ze vroeg hen wat ze moest doen bij een lekkage. „Water kopen, zeiden ze. Hoe kan ik voor honderdvijftig koeien flessen water kopen?” Zij en haar man hebben zich direct bij NEAT aangesloten.

Het land van Ted en Lisa Hoffman ligt aan de nieuwe route van de pijpleiding. Ze zijn bang dat het water wordt vervuild bij lekkages. “Hoe kan ik voor honderdvijftig koeien flessen water kopen?”Foto: Inge Hondebrink

Met zoveel republikeinen in het zaaltje houdt Brian Jorde zich verre van politiek, maar naarmate de avond vordert haalt hij feller uit naar de olie-industrie. Dat het bedrag dat TransCanada kwijt is aan het afkopen van landeigenaren maar 1,4 procent is van het totale budget van de Keystone XL: „Laat je niet afleiden door de dollars! Ze kunnen niet genoeg betalen voor de risico’s die je loopt.” En hoe oliebedrijven de politiek manipuleren: „Ze strooien geld rond en krijgen wat ze willen. En ze noemen het democratie.”

De kaartjes van Brian Jorde worden zwijgend weggestopt; na de lawine van woorden lijkt de zaal in verwarring. Het besef dringt door dat je in je eentje zwak staat maar om je als republikein bij zo’n actiegroep aan te sluiten is voor een aantal mensen nog net een brug te ver.

Ik stem op Trump, maar ik schrijf hem wel eerst een brief dat ik wat nu gebeurt niet leuk vind.

De vrouw met de grijze vlecht en haar drie koppen grotere man nemen de No trespassing-borden mee voor thuis. Ze hebben TransCanada al eerder laten weten dat alle contacten via NEAT lopen en hebben sindsdien niets meer gehoord.

„Het is niet eerlijk als ze ons land afpakken”, zegt de vrouw en ze begint te huilen. Het land wordt al meer dan honderd jaar bewerkt door de familie van haar man Ted Hoffman. Hij weet niet goed wat te doen. „Ze is er kapot van”, zegt hij zacht. Lisa Hoffman: „Ik denk gewoon dat de president geen research heeft gedaan naar wat er bij een lekkage kan gebeuren. Hij keek ernaar en dacht: dit is geld, dit is goed!” Ondanks alles stemt Lisa Hoffman een volgende keer toch weer op Trump: „Ik stem op hem, maar ik schrijf hem wel eerst een brief dat ik wat nu gebeurt niet leuk vind.”

De artikel is tot stand gekomen met een bijdrage uit het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

    • Jacqueline Maris