Opinie

    • Tom-Jan Meeus

De VVD begint moe te worden van de eigen fouten. (En soms ook van Rutte)

Deze week: waarom alle partijschandalen ook draaien om de stijl van de partijleider.

Ofwel: wat er gebeurt als een partij te veel moet incasseren om haar machtspositie te continueren.

Je kunt veel van VVD’ers zeggen – maar hun talent voor lichtgeraaktheid is laag ontwikkeld. Hebben ze in andere partijen een slechte dag, dan weet je: als ik daar nu ga praten, dan komt het chagrijn me reeds van verre tegemoet: het is niet eerlijk, het ligt aan de media, aan ambtenaren, etc.

Niet bij de VVD. Daar hebben ze doorgaans de houding: klagen over tegenslag verkleint de tegenslag toch niet.

Maar toen ik donderdag aan het einde van de middag door de VVD-gangen wandelde, was het anders.

De zoveelste affaire, het gedwongen vertrek van Kamerlid Han ten Broeke, kwam ongebruikelijk hard aan.

Je zag bekende Kamerleden en medewerkers met betraande ogen. Gewonde en verslagen mensen.

Blijkbaar was het incasseringsvermogen op.

Rond het vertrek van Halbe Zijlstra als minister van Buitenlandse Zaken, had je dit voorjaar ook al een onkarakteristieke geraaktheid onder VVD’ers.

Donderdag was de stemming er slechter op geworden door het optreden, eerder die middag, van fractievoorzitter Klaas Dijkhoff voor de camera’s.

Hij vertelde de NOS en RTL4 dat hij Ten Broeke, in 2013 door een toenmalig fractiemedewerker beschuldigd van seksueel wangedrag, zou hebben ontslagen omdat hij als Kamerlid een relatie met een 25-jarige medewerkster had.

Je had VVD’ers die dit een „schandalige trap na” richting zijn voorganger Halbe Zijlstra vonden. Je had andere VVD’ers die erop wezen dat de partijtop, met Ruttes medeweten, Ten Broeke nog in 2014 campagneleider voor de Europese verkiezingen had gemaakt: wilde Dijkhoff soms ook Rutte beschadigen?

Dijkhoff legde intern uit dat het een misverstand was: hij bedoelde alleen dat de mores sinds #metoo veranderd zijn.

Maar zijn optreden paste voor sommigen bij het vermoeden dat de fractievoorzitter net te gretig aan zijn eigen profiel werkt – signalen die al langer uit de fractie komen.

En zo vermengde de verslagenheid over de zoveelste VVD-affaire zich met argwaan over Dijkhoff. Een gevaarlijke cocktail.

Je kon denken: de VVD wordt getroffen door de Wet van Murphy. Je kon ook denken: dit soort verbittering ontstaat als een partij te veel moet incasseren om haar machtspositie te continueren.

Er komt iets bij. Ontegenzeggelijk begint de VVD last te krijgen van Rutte-moeheid.

Het zit niet in zijn bestuurlijk-politieke vaardigheden of de opiniepeilingen, die gunstig blijven. Het zit in zijn stijl.

Afgelopen weekeinde had de partijtop haar bekende brainstorm in het Zuid-Franse Goult, in het buiten van Ben Verwaayen. Dit doet de partijtop elk jaar aan het einde van de zomer, en dat is precies het punt: zoals Rutte hecht aan dit soort vaste patronen, zo slaat bij partijgenoten verveling toe.

Zijn ze wéér in Goult geweest.

Ook op andere gebieden valt op dat de VVD onder Rutte volgens eenzelfde stramien opereert. Bijvoorbeeld in de manier waarop de vele VVD-affaires zich de laatste jaren ontwikkelden: ook daarin is de stijl van de leider zichtbaar.

Dreigde zo’n zaak naar buiten te komen, of kwam hij naar buiten, dan wist de partij het in andere media doorgaans klein te houden of weg te masseren.

Een tactiek, zo is gebleken, van beperkte waarde. Want haalde de affaire daarna alsnog over de volle breedte het nieuws, dan was dat doorgaans dodelijk voor de betrokken VVD’er.

Zo ging dat met de drie gevallen bewindslieden inzake de Teeven-deal (Opstelten, Teeven, Van der Steur). Zo ging het met Kamerlid Mark Verheijen, met partijvoorzitter Henry Keizer, minister Halbe Zijlstra (Buitenlandse Zaken), en deze week Ten Broeke.

En duidelijk is dat Rutte, een control freak, in sommige van deze gevallen de mediastrategie kende.

Zo is onder partijmedewerkers bekend dat de premier in 2015 het in opspraak geraakte VVD-Kamerlid Verheijen in eerste instantie verdedigde met een tekst (een zogenoemde ‘woordvoeringslijn’) die de afdeling voorlichting van de Kamerfractie had aangeleverd.

De woordvoerder maakte alleen een foutje: hij verzuimde de premier te melden dat het een concept-woordvoeringslijn betrof. Rutte deed uitspraken die hij later niet kon volhouden; de medewerker werd vervolgens uit zijn functie ontheven.

Incidenten die hun sporen nalaten: elke fractiemedewerker kent Ruttes lage tolerantie voor foutjes.

Er komt bij dat de VVD’ers die Rutte omringden toen hij in 2010 premier werd, bijna allemaal zijn vertrokken.

Mensen als Edith Schippers en Halbe Zijlstra zijn nooit bang geweest Rutte op verkeerde keuzes of te grote toegeeflijkheid te wijzen.

Maar zij zijn in het kabinet vervangen door minder uitgesproken politici. „Er is een ja-en-amencultuur ontstaan”, zei het afgeserveerde Kamerlid Ton Elias dit voorjaar in het AD. Ook in de coalitie nemen ze dit waar. Geen VVD’er durft hem nog tegen te spreken, zeggen ze daar.

Van zijn vroege vertrouwelingen is alleen Stef Blok nog over in het kabinet. Maar die heeft sinds zijn uitspraak dat vreedzaam multicultureel samenleven niet mogelijk is zijn eigen problemen, waarvoor hij zich volgende week in de Kamer moet verantwoorden. Een gedwongen oefening in empathie die hem niet op het lijf geschreven is.

Intussen ervaren vertrokken VVD-prominenten dat Rutte een sfinx voor ze blijft. Iemand met wie je jarenlang uitstekend kunt werken, die je allervriendelijkst blijft sms’en – maar met wie je uiteindelijk geen relatie blijkt te hebben.

Tegelijk is een van de wonderlijkste aspecten van alle affaires dat de (gepeilde) VVD-kiezer er nagenoeg ongevoelig voor blijft. Maar partijen als CDA en PvdA hadden jarenlang dezelfde ervaring met hun premiers Lubbers, Kok en Balkenende.

Toen de ban eenmaal brak, was de val peilloos diep.

Het best bewaarde geheim van de kabinetsformatie is dat je ook VVD’ers had die zich afvroegen: moeten wij wel aan deze coalitie beginnen?

Vaak namen CDA, D66 en CU posities in die er automatisch op uitkwamen dat ze van de VVD de meeste concessies verwachtten. In reactie daarop vocht de VVD, vooral Rutte, het hardst voor de – achteraf – impopulairste maatregel die het kabinet bedacht, de afschaffing van de dividendbelasting.

Nu is er geen andere keuze dan door te vechten. Dat geldt voor Rutte, dat geldt voor de VVD. Ze zitten ook op dit punt volledig aan elkaar vast.

Het probleem is natuurlijk wel dat er niets liberaals is aan fiscale subsidie voor multinationals die dankzij de globalisering met vertrek kunnen dreigen.

Wat dat betreft zou de VVD wel een gesprek over de eigen liberale principes mogen voeren.

Zo zijn er meer grote onderwerpen die op een nieuw liberaal antwoord wachten – de opkomst van sterke mannen, de internationale veiligheid, de bedreigde vrijhandel, de manipulatieve mogelijkheden van nieuwe media, de ingekapselde burgerlijke vrijheden.

En, niet te vergeten, de tegenvallende loonontwikkeling voor de hardwerkende Nederlander waarvoor Rutte in de campagne zei op te komen. Aanhoudende economische groei zonder inkomensgroei is vragen om een nieuwe populistische opstand.

Dus je kunt je, na al die affaires, wel voorstellen dat het incasseringsvermogen van veel VVD’ers op is. Maar daarop is maar één antwoord mogelijk: minder mediastrategie, betere ideeën, en betere politiek.

Luister ook de eerste aflevering van het derde seizoen van de podcast Haagse Zaken, waarin de Haagse redactie terugblikt op een broeierige zomer vol verhalen die dit politieke seizoen nog een staartje zullen krijgen

Correctie (5 september 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd het buiten van Ben Verwaayen gesitueerd in de Zuid-Franse plaats Groult. Juist is Goult. Dit is hierboven aangepast.

    • Tom-Jan Meeus