De stilstand is ‘gewoon schokkend’

Female Board Index Weer is het aantal vrouwen in de Nederlandse bestuurstop niet gestegen, blijkt uit de nieuwe Female Board Index, die dit weekend wordt gepubliceerd. „Het kán niet waar zijn dat áltijd een man beter was.”

Illustratie Lars Zuidweg

Drie kansen had bouwbedrijf VolkerWessels om een vrouw te benoemen, en drie keer liet het die kans aan zich voorbijgaan. Rondom de beursgang van het bedrijf werd vorig jaar een nieuwe bestuursvoorzitter benoemd, en twee nieuwe commissarissen. Daarmee werden drie mannen toegevoegd aan een volledig mannelijke bestuurstop. Even geschikte vrouwelijke kandidaten waren er namelijk niet, aldus de verklaring in het jaarverslag. Sterker, voegt het bedrijf toe: de komende vier jaar wordt het wettelijke streefcijfer van 30 procent vrouwen in de top waarschijnlijk evenmin gehaald.

Maar VolkerWessels, vers op de beurs, was tot dan ook nog niet aan „de tucht van de aandeelhoudersmarkt” onderworpen, zegt Mijntje Lückerath, hoogleraar corporate governance aan Tilburg University en commissaris bij NRC Media. Evenals de andere zes nieuwe Nederlandse beursondernemingen, die geen van allen een vrouw in de raad van bestuur hebben en in totaal slechts drie vrouwelijke commissarissen (van de 24). Lückerath: „Die zullen de komende jaren wel wat gaan bijtrekken, als de aandeelhouders druk gaan uitoefenen.”

Al lijkt het met die aandeelhouderstucht nog wel tegen te vallen. Want de cijfers van de nieuwe Female Board Index, die dit weekend wordt gepubliceerd en die bijhoudt hoeveel vrouwen in de raden van bestuur en raden van commissarissen van Nederlandse, beursgenoteerde bedrijven zitten, laten geen enkele vooruitgang zien vergeleken met vorig jaar.

De stilstand is „gewoon schokkend”, concludeert Lückerath, die de gelijkheidsindex voor het elfde jaar op rij heeft gemaakt. „We gaan de boot missen in Nederland, want diversiteit leidt echt tot een beter bestuur, meer innovativiteit en een hogere werktevredenheid.”

Bedrijven kunnen straks niet meer voor de dag komen met een volledig mannelijke bestuurstop

Rients Abma, directeur Eumedion

Zowel het percentage vrouwelijke bestuurders (6 procent) als het percentage vrouwelijke commissarissen (25 procent) is exact gelijk gebleven. De zeven nieuwe beursondernemingen, er zijn er nu negentig in totaal, beïnvloeden de gemiddelde cijfers negatief.

Maar dat het aantal topvrouwen niet is toegenomen, komt niet alleen door de nieuwelingen. Want bij de 77 bedrijven die geen enkele vrouwelijke bestuurder hebben, zijn het afgelopen jaar wél dertig nieuwe bestuurders benoemd. Allemaal mannen. Net zoals de 22 bedrijven zonder vrouwelijke commissarissen dit jaar dertien nieuwe commissarissen hebben benoemd: enkel mannen.

Dooddoener

Komt door de sector, is een populair argument onder de technische, industriële en financiële bedrijven die het streefcijfer van 30 procent vrouwen in zowel de raad van commissarissen als de raad van bestuur niet halen. Zo verklaart bodemonderzoeker Fugro (20 procent vrouwen in de totale top) in het jaarverslag dat het moeilijk is geschikte vrouwen te vinden vanwege de „highly technical nature” van het bedrijf. De nieuwe bestuursvoorzitter die afgelopen jaar benoemd werd is dan ook een man (de Noor Øystein Løseth).

Een andere favoriete verklaring in de jaarverslagen is dat een goede man-vrouwverdeling moeilijk is in een kleine bestuurstop. Met andere woorden: als er weinig zetels te verdelen zijn, is het ook weer niet zo heel gek dat er toevallig geen vrouwen tussen zitten. Zo stelt ICT Group (twee bestuurders en vier commissarissen, 0 procent vrouw) dat het streefcijfer voorlopig niet zal worden gehaald, gezien de slechts tweekoppige raad van bestuur, in een industrie waarin „vrouwelijk talent schaars is”.

Maar het meest gebruikte argument onder de bedrijven die het streefcijfer niet halen, is dat andere competenties altijd voorgaan – diversiteit is bij benoemingen nooit een leidend selectiecriterium. De beste kandidaat wordt gekozen. En dat is, blijkens de cijfers, toch meestal een man. Een dooddoener, vindt Lückerath. „Bedrijven zouden niet mogen wegkomen met dat argument. Ik denk dat nog steeds vaak onbewust de man als beste kandidaat wordt gezien.” Er moet daarom serieuzer gekeken worden naar wie binnen de groep nu écht de beste kandidaat is, zegt ze. Niet alleen geselecteerd op harde competenties, maar vergeleken met de al aanwezige kennis en vaardigheden van de rest van de bestuurstop. „Nu zie je bijvoorbeeld vaak een groot ontzag voor oud-bestuurders, die grote bedrijven hebben geleid. Dat ontzag neemt soms weg dat je kijkt naar wat je nou precies nodig hebt.”

Het doet denken aan de afgelopen jaar benoemde commissarissen van VolkerWessels, twee van Nederlands bekendste topmannen: Jan Hommen (voormalig topman Philips, ING en KPMG, nu onder meer commissaris bij Ahold) en Sietze Hepkema (voormalig partner bij advocatenkantoor Allen & Overy, nu commissaris bij onder meer SBM Offshore).

En het kán natuurlijk, dat zij de beste kandidaten zijn voor een optimale bestuurssamenstelling, dat zij het beste passen bij de bedrijfsdoelstellingen en dat zij de beste bijdrage leveren aan een evenwichtige mix van ervaring, strategische inzichten en financiële kennis. Maar vanuit haar perspectief als wetenschapper, zegt Lückerath, kijkende naar de wet van de grote getallen, klopt het niet. Nog altijd bestaat slechts 6 procent van de raden van bestuur uit vrouwen, een neerwaartse trend sinds het ‘hoogtepunt’ van 8 procent in 2014-2015. „Dan denk ik: het kán niet waar zijn dat áltijd een man beter was.” Maar op individueel niveau kan een buitenstaander dat niet beoordelen: dat kunnen alleen de commissarissen tijdens de selectie, en later de aandeelhouders.

Sommige bedrijven slagen er wel in een op de drie topfuncties te laten bekleden door een vrouw. Lees ook: De impact van een vrouw aan de top

Stembeleid

Want die aandeelhouders hebben de laatste stem als het bedrijf een nieuwe kandidaat voorstelt. Zij kunnen de benoeming van een man afwijzen als ze vinden dat het bestuur, of de raad van commissarissen, te homogeen is. Maar dat is het afgelopen jaar niet gebeurd. Lückerath: „Dat kun je uitleggen als: de aandeelhouders vinden het wel prima zo. Als er iemand wordt voorgesteld met een uitstekende staat van dienst, en precies de goede ervaring, dan valt dat diversiteitsargument tóch weer van het lijstje.”

En toch beginnen de aandeelhouders zich langzaamaan te roeren. In Nederland gebeurt dat vooralsnog in „dialogen” tussen aandeelhouders en bedrijven, zegt Rients Abma – directeur van Eumedion, belangenbehartiger van professionele beleggers van Nederlandse beursbedrijven, die gezamenlijk ongeveer een kwart van de aandelen houden. Professionele beleggers zijn bijvoorbeeld pensioenfondsen en vermogensbeheerders, samen vormen zij de overgrote meerderheid van de totale groep aandeelhouders.

Hun overtuiging is, volgens Abma, dat een divers samengestelde raad van bestuur en raad van commissarissen leidt tot betere besluitvorming en ook tot beter toezicht. En dus, op langere termijn, tot hogere rendementen. Daarom willen zij „een goed verhaal” over het precieze verloop van het selectieproces. Steeds vaker nemen grote beleggers daarom bepaalde minimumvereisten op in hun stembeleid, zegt Abma. Zo eist een groeiende groep aandeelhouders van Nederlandse beursbedrijven dat er minstens één of twee vrouwelijke kandidaten op de longlist staan van een vrijgekomen positie.

En mogelijk gaan ze komend jaar nog een stapje verder. Onder grote Amerikaanse beleggers als BlackRock, Vanguard en State Street ontstond het afgelopen jaar voor het eerst de trend om tégen de herbenoeming van de voorzitter van de selectie- en benoemingscommissie te stemmen, als dat bedrijf geen enkele vrouw in de hoogste bestuurslaag had. Bij de vijfhonderd grootste Amerikaanse bedrijven stemde gemiddeld 15,2 procent van de aandeelhouders tegen zo’n herbenoeming.

Was er wél al minstens een vrouwelijke bestuurder, dan stemde nog maar 3,6 procent van de aandeelhouders tegen zo’n herbenoeming. Bij dit soort grote ondernemingen, in het eerste jaar dat dit stembeleid een plek kreeg, is 15,2 procent tegenstemmers veel, zegt Abma van Eumedion. „En in het tweede jaar zal dat hoogstwaarschijnlijk verder toenemen. Het moet een soort vliegwieleffect in gang zetten: dat bedrijven niet meer voor de dag kunnen komen met een volledig mannelijke bestuurstop.”

De fundamentele waarheid is dat vrouwen in Nederland niet dezelfde kansen hebben als mannen, schreef columnist Joshua Livestro vorig jaar: Ik wilde graag de beste mensen (m/)

Abma verwacht dat de trend vanuit de Verenigde Staten over zal waaien naar Nederland. Omdat de drie genoemde Amerikaanse beleggers samen zo’n 10 procent van de aandelen bezitten van de tien grootste Nederlandse beursondernemingen, en de kans groot is dat zij hun stemgedrag meenemen. Maar vooral ook omdat het grote, internationale stemadviesbureau ISS eind juli een vergelijkbaar stemadvies in consultatie heeft gebracht. Dus: tegen de herbenoeming van de commissaris die verantwoordelijk is voor de selectie en benoeming van nieuwe bestuurders en commissarissen, als er geen enkele vrouw in de bestuurstop zit. Komt dat stemadvies erdoor (Abma: „waarschijnlijk wel”), dan kan dat al komend voorjaar worden ingevoerd – het seizoen waarin de aandeelhouders stemmen over (her)benoemingen.

Wettelijk quotum

Ondertussen dreigt de Nederlandse overheid al jaren tevergeefs met een quotum, als niet méér bedrijven het wettelijke streefcijfer van 30 procent vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen zullen halen. Onder de beursgenoteerde ondernemingen zijn dat er nu vijf, eentje minder zelfs dan vorig jaar.

Maar zolang de overheid geen quotum invoert, blijft de macht bij de aandeelhouders liggen. Een bedrijf is geen democratie, dus als ook zij achter de benoeming van de zoveelste mannelijke kandidaat staan, is het – in het private domein – goed zoals het is. Hoe „schokkend en niet-Nederlandwaardig” de huidige diversiteitscijfers ook zijn, aldus hoogleraar Lückerath, „voor een land dat zo graag open en divers wil zijn”.

En nu zou het dus zomaar eens kunnen gebeuren dat de verandering niet komt van de Nederlandse bedrijven of de Nederlandse overheid, maar van een paar grote beleggers uit het buitenland.

    • Anne Dohmen