Ook in Nederland is gewerkt aan het dodelijke gifgas novitsjok

Gif Novitsjok, het gif waarmee een moordaanslag werd gepleegd op een Russische dubbelspion, is omgeven door geheimzinnigheid. Toch zijn er heel wat sporen te vinden. Die leiden tot de Verenigde Staten, Iran en zelfs Nederland.

Een half jaar na de aanslag in Salisbury op de Russische dubbelspion Sergej Skripal en zijn dochter Joelia (4 maart) is het opvallend stil geworden rond de gifstof novitsjok. Begin juli raakte de stof heel kort opnieuw in het nieuws toen koppel Dawn Sturgess en Charlie Rowley ermee besmet raakten en Sturgess aan de gevolgen overleed. De twee hadden het flesje gevonden waarin het gif was getransporteerd. Het gif, een vloeistof, was op hun huid gekomen en novitsjoks dringen makkelijk door de huid heen.

Op 12 maart zei premier May voor het eerst dat novitsjok was gebruikt. Het Britse centrum voor onderzoek aan chemische wapens bij Porton Down had dat vastgesteld. Het gif, zei May - was ‘van een soort dat Rusland ontwikkelde’. Porton Down had zo verrassend snel en trefzeker tot een uitspraak kunnen komen omdat het zelf al novitsjok in huis had, flapte minister Boris Johnson er op 18 maart uit. Het instituut heeft later uitdrukkelijk tegengesproken dat het Rusland als land van herkomst had genoemd. Persbureau TASS had vernomen dat het om de novitsjok-variant A-234 ging. Dit is misschien wel de dodelijkste zenuwstof die er bestaat.

Dit was ongeveer de eindstand halverwege de zomer: de hardnekkig ontkennende Russen bleven primair verdacht. Wat het Westen over novitsjoks wist bleef vaag, zoals ook vaag bleef hoe ‘Porton Down’ aan novitsjoks was gekomen. Het is praktisch onopgemerkt gebleven dat in de loop van de zomer toch veel duidelijkheid is ontstaan. Zo wordt almaar duidelijker dat de novitsjoks een veel minder groot geheim waren dan het steeds heeft geleken en dat ze al op veel plaatsen, ook buiten de voormalige Sovjet-Unie, zijn gesynthetiseerd. Novitsjok is hoogstwaarschijnlijk in Nederland onderzocht. Zelfs Iran heeft openbaar gemaakt hoe novitsjok te synthetiseren is. Dat wordt duidelijk voor de lezer die wetenschappelijke artikelen, databanken en kranten doorzoekt.

Wat wisten we al?

Het weinige dat de buitenwacht sinds begin maart aan inhoudelijks over novitsjoks te horen kreeg valt in een paar zinnen samen te vatten. De later ingeschakelde OPCW, de organisatie die toeziet op naleving van het verdrag tegen chemische wapens, bevestigde op 12 april dat ‘novitsjok’ was gebruikt en noteerde dat het preparaat ‘zeer zuiver’ was geweest maar zweeg over de herkomst. Daartoe aangespoord door de Britten deelde de OPCW haar fysisch-chemische analyses met alle ‘lidstaten’ (de staten die zijn aangesloten bij het verdrag tegen chemische wapens). Langs deze weg moeten de analyses, min of meer clandestien, zijn terecht gekomen bij de gepensioneerde Russische chemicus Vladimir Oeglev, die in de jaren zeventig zeer nauw bij de – uiterst geheime - ontwikkeling van de novitsjoks was betrokken. ‘Ik ben er bijna zeker van dat het gif van ons laboratorium kwam’, zei hij op 27 april. Dat laboratorium, bij Shikhany, was een dependance van het centrale onderzoekscentrum voor chemische wapens in Moskou: GOSNIIOChT.

Terloops bevestigde Oeglev de onthulling van oud-collega professor Leonid Rink dat voor de geheimzinnig en geruchtmakende moord op de bankier Ivan Kivelidi, in 1995, óók novitsjok was gebruikt. Het was destijds op zijn telefoon gesmeerd – en Rink had het gif geleverd. Bedreigd door de Russische maffia.

Lees ook: ‘Onbekende’ nieuwkomer novitsjok was allang bekend

Vreemd genoeg is in 1995 nooit bekend geworden dat novitsjok tegen Kivelidi was ingezet. Toch had Oeglev samen met de chemicus Vil Mirzajanov in 1993 alles in het werk gesteld om het bestaan van deze geheime gifstoffen onder de aandacht van het publiek te brengen. Mirzajanov (die op GOSNIIOChT in Moskou werkte) werd daarvoor gevangen gezet maar kwam onder druk van publicaties in het Westen weer vrij. In 1995 emigreerde hij naar de VS. Daar vroeg hij keer op keer, maar steeds vaker tevergeefs, aandacht voor het Russische werk aan extreem giftige zenuwstoffen. Wanhopig geworden schreef hij er in 2008 een boek over waarin hij de samenstelling van de verschillende novitsjoks onthulde. Het bestaan van dit boek is effectief doodgezwegen. Uit Wikileaks-telegrammen is gebleken dat de Amerikaanse overheid het haar partners met klem ontraadde over novitsjoks en Mirzajanov te spreken. Ook binnen OPCW-vergaderingen.

Analyse van novitsjok zou zijn gedeeld met TNO in Nederland

Toen de Tsjechische hoogleraar en gifgasexpert Jiri Matousek zich als voorzitter van de wetenschappelijke adviesraad van de OPCW in 2004 liet ontvallen dat ook de Amerikanen novitsjoks synthetiseerden reageerden die furieus met een diplomatieke démarche (bron: Wikileaks). Het gevolg was dat de adviesraad, zelfs na het verschijnen van het gedetailleerde boek van Mirzajanov jaar in jaar uit dociel vaststelde dat novitsjoks kennelijk bestonden, maar dat er ‘onvoldoende over bekend is’.

Wat weten we nu?

Maar wie goed zoekt vindt sporen van novitsjok op veel plekken. Verrassend is, om te beginnen, dat grote databanken als PubChem en ChemSpider de structuren van diverse novitsjoks (A-230, 232 en 234) inmiddels met naam en toenaam in hun bestanden hebben opgenomen. Waar in handboeken en op internet nog steeds een Babylonische spraakverwarring heerst rond de novitsjoks hebben de vaklui de knoop maar eens doorgehakt. A-234 heeft de brutoformule C8H18FN2O2P en een molaire massa van 224. Punt uit.

Meer dan vermeldenswaard is dat de Russen tussen hun talloze leugens en verdraaiingen door zomaar het bewijs leverden dat de Amerikanen inderdaad al heel vroeg novitsjok A-234 synthetiseerden: al voor 1998. De Russen hebben er de afgelopen maanden bij minstens vier verschillende gelegenheden op gewezen dat in de 1998-editie van een grote Amerikaanse databank van zogenoemde massaspectra (zie kader) ook het massaspectrum van A-234 was opgenomen. Op 25 maart is dit massaspectrum (in tabelvorm) zelfs in een Russisch tv-programma getoond.

Het massaspectrum uit de zogenoemde ‘NIST 98’ blijkt bepaald op het Amerikaanse militaire centrum voor onderzoek aan chemische wapens in Edgewood. Auteur is de gerenommeerde onderzoeker Dennis Rohrbaugh. Het staat vast dat het om A-234 gaat: brutoformule C8H18FN2O2P, molaire massa 224. (In latere edities van de NIST-databank komt de stof niet meer voor.)

Het moet dus wel Westers novitsjok zijn waardoor de Skripals werden vergiftigd, suggereren de Russen, zonder al te expliciet te worden. ‘Want wij maakten nooit novitsjoks.’ Eigenaardig genoeg hebben ze, met hetzelfde spectrum, overtuigend bewezen dat dit niet waar is. Tijdens de kortdurende opwinding over novitsjoks van afgelopen zomer publiceerde de Russische krant Novaja Gazeta op 2 april diverse documenten uit strafdossiers rond de moordaanslag op bankier Kivelidi. Daaronder bevond zich ook het massaspectrum van de gifstof die destijds op de telefoon was aangetroffen. Het spectrum is exact gelijk aan dat van A-234. Een pijnlijk geval van in het eigen zwaard lopen.

Let wel: de strafdossiers laten duidelijk zien dat Leonid Rink het gif tegen betaling geleverd had en dat hij het in 1994 op zijn lab in Shikhany had laten maken. Er waren 8 tot 9 ampullen mee gevuld. Het is onzeker of de Russische autoriteiten alle ampullen hebben weten te achterhalen.

De gebeurtenissen rond Leonid Rink sluiten aan bij berichten van Duitse media (de Süddeutsche Zeitung, Die Zeit en – vooral – Der Spiegel) in mei en juni die niet de aandacht kregen die ze verdienden. Journalistiek speurwerk heeft onthuld dat de vrouw van een Russische wetenschapper die wilde overlopen naar het Westen in 1997 twee monsters (‘ampullen’) novitsjok per passagiersvliegtuig naar Zweden bracht. De Duitse inlichtingendienst BND regelde de transactie. De monsters zijn door het Zweedse defensie-instituut FOI in Umea geanalyseerd en de resultaten werden niet alleen gedeeld met Duitsland, maar ook met de VS, Engeland en Nederland. (Canada en Frankrijk worden ook genoemd.) Der Spiegel noemt expliciet het Nederlandse TNO in Rijswijk (dat hierop niet wil reageren.) Achteraf blijkt dat in de Süddeutsche Zeitung van 13 maart 1997 inderdaad een bericht stond over de overdracht van ‘eines völlig neuartigen Giftgases’. Een officier van de Russische geheime dienst had het monster begin 1997 per passagiersvliegtuig naar een Noord-Europees land gebracht. Het zat er niet ver naast.

Een hele triomf voor de Duitse BND – en des te pijnlijker was het voor de dienst om te vernemen dat de Westerse bondgenoten al lang op de hoogte waren van het bestaan én de samenstelling van novitsjoks. Al in januari 1997 had het National Ground and Intelligence Center een inhoudelijk (maar geheim) rapport opgesteld over novitsjok A-232 en A-234. A-234 is de ethyl-variant van A-232, stond daar. En dat is zo.

Aannemelijk is dat chemicus Vil Mirzajanov (van het Moskouse GOSNIIOChT) toen hij in 1995 bij zijn entree in de VS door CIA en FBI werd ondervraagd veel details over de gifstoffen heeft prijsgegeven. Der Spiegel vond overigens bronnen die verklaarden dat het Westen al vóór 1990, voor de val van de Berlijnse muur, op de hoogte was van het Sovjet-werk aan novitsjoks. Het bericht valt moeilijk te bevestigen, maar het is bekend dat al rond 1991 (joodse) chemici van GOSNIIOChT naar Israël en de VS emigreerden.

Ook buiten de voormalige Sovjet-Unie, is dus novitsjok gesynthetiseerd. Dat is ook het beeld dat de Russen zo bevalt: waarom zou de gifstof van Salisbury uitgerekend van ons komen? Op 17 maart opperden ze dat het Salisbury-gif best door Zweden, Tsjechië of Slowakije kon zijn geleverd.

Vier dagen later boden ze daar tijdens een ontmoeting met diplomaten excuses voor aan, maar het is nu duidelijk waar de suggestie vandaan kwam. Wonderlijk genoeg heeft de Tsjechische regering op 4 mei bevestigd dat vorig jaar inderdaad een – minieme – hoeveelheid novitsjok (variant A-230) was gesynthetiseerd. Voor onderzoeksdoeleinden. Voor dit soort uiterst kleine laboratoriumsyntheses wordt wel de term ‘microsynthese’ gebruikt. Hoe onschuldig het ook klinkt: wie novitsjoks in microsynthese kan bereiden kan het ook op macroschaal.

Verontrustend is daarom het bericht dat ook een land als Iran zich bezig houdt met de microsynthese van novitsjoks. Eind 2016 publiceerden Iraanse onderzoekers zonder duidelijke aanleiding in Rapid Communications in Mass Spectrometry zomaar wat massaspectra van een aantal minder bekende novitsjok-varianten. Inclusief bruikbare syntheseroutes. Om de OPCW behulpzaam te zijn. Voor de bereiding van één van de uitgangsstoffen (methylfosfonzuurdifluoride) werd verwezen naar beruchte subversieve literatuur uitgegeven door de Amerikaanse Paranoid Publications Group – terwijl er misschien wel honderd andere bronnen te vinden waren.

Net zo venijnig qua opzet en inhoud is de lange ‘aide memoire’ die de Russen op 18 april bij de Executive Council van de OPCW indienden. Het Westerse optreden wordt er hysterisch genoemd, Mirzajanov wordt weggehoond en Jiri Matousek krijgt postuum een pluimpje. Niemand weet wat novitsjoks precies zijn, schrijven de Russen, wijzend op Amerikaanse handboeken die er tientallen hebben beschreven. En Tsjechië heeft een hele reeks gifstoffen ontwikkeld die misschien nog wel dodelijker zijn: de Russen laten het in een lange annex zien. Het gaat hier om zogenoemde ‘next generation agents’ die de Tsjechen uitsluitend in microsynthese prepareerden. Maar het is een feit dat ook deze Tsjechische stoffen niet in het verdrag tegen chemische wapens worden genoemd.

Wat is de verwachting?

De onduidelijke situatie die rond de status van novitsjoks en andere ‘next generation agents’ is ontstaan lijkt vooral de schuld van de Amerikanen. Ze vallen vooralsnog onder een kapstokartikel dat àlle misbruik van chemicaliën tegen mensen verbiedt, maar worden niet expliciet genoemd. De Amerikanen hielden discussie over nieuwe gifstoffen tegen, vrezend dat die tot – riskante – heronderhandeling van het chemisch wapenverdrag zou kunnen leiden.

Inmiddels lijkt dit punt toch niet ver meer. De OPCW heeft – eindelijk – besloten een eind te maken aan het stilzwijgen rond de vele nieuwe gifstoffen. Op 2 mei is de wetenschappelijke adviesraad verzocht in een overzicht te maken van alle nieuwe stoffen die onder de beperkende bepalingen van het chemisch wapenverdrag zouden moeten vallen. Hieruit kunnen precies die moeilijkheden ontstaan die de Amerikanen hoopten te vermijden.

En er dreigen al genoeg moeilijkheden. De Britse National Security Adviser Sir Mark Sedwill heeft zich er op 13 april in een open brief aan de NAVO uitdrukkelijk over beklaagd dat Rusland zijn werk aan novitsjoks nooit bij de OPCW heeft opgegeven. En voegde eraan toe: „In het afgelopen decennium heeft Rusland kleine hoeveelheden novitsjoks geproduceerd en opgeslagen.” Een lidstaat die een dergelijke flagrante schending van het wapenverdrag constateert kan om een ‘challenge inspection’ vragen, een zeer zwaar middel. Engeland heeft het niet gedaan.

De Amerikanen lijken wel zo ver te willen gaan. Op 8 augustus legden ze Rusland, conform bestaande Amerikaanse wetgeving over gebruik van chemische wapens, economische sancties op, sancties die over drie maanden zullen worden verzwaard als Rusland niet de garantie geeft dat schendingen van het wapenverdrag voortaan uitblijven.

Die garantie, zeiden de Amerikanen, moet ook komen van ‘on-site- inspections’ door VN-waarnemers of andere onafhankelijke waarnemers. Waar, wanneer, hoe indringend: dat lieten ze dan nog even in het midden.

    • Karel Knip