Brieven

Brieven 30/8/2018

Waterstof

Wantrouw Shell

Waterstof wint langzaam terrein, kopte NRC op 21 augustus in een artikel over de aankondiging van Shell dat het met rijkssubsidies vier tankpunten wil openen in Nederland. Ironisch genoeg gaan vijf van de zeven waterstofstations in Noorwegen binnenkort dicht wegens gebrek aan klandizie.

Wat mij betreft was het artikel één grote promo voor Shell. Ondertussen vraag ik me af: waarop wint waterstof terrein? Er rijden welgeteld 43 personenauto’s op waterstof rond in Nederland terwijl er dit jaar alleen al meer dan 9.000 elektrische auto’s bijgekomen zijn (bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

De reden daarvoor is simpel: waterstofauto’s zijn complex, duur in aanschaf en gebruik. Ze zullen altijd meer dan twee keer zoveel stroom nodig hebben als een vergelijkbare elektrische auto. Er komen wel nichetoepassingen voor waterstof maar de bouw van deze tankstations is weggegooid belastinggeld. Dat weet Shell ook.

De echte reden waarom ze deze stations gaan bouwen is om de doorbraak van de elektrische auto zolang mogelijk tegen te houden. Getuige de Telegraaf-waardige brief van Eveline Blitz (Weg met die elektrische infuusauto, NRC, 29/08) lukt het ze nog aardig. Elektrische auto’s beschrijft zij als „van die grote bakbeesten, batterijauto’s die links en rechts gratis parkeerplaatsen innemen om daar aan het infuus te liggen”. En verder: „Vooral het produceren van die batterijen veroorzaakt zoveel CO2₂-uitstoot dat die auto’s per saldo nauwelijks besparing opleveren.”

Nee, een Land Rover, dat is een fijne auto voor de binnenstad. De elektrische Nissan Leaf ziet er echt liever uit dan dat. En ja, die moet wel eens een nachtje aan het stroominfuus. Maar dat kan zonder ook maar één gram CO2 te produceren; en dat is waar we in deze wereld naartoe moeten.

Vaccineren

Niet zo denigrerend

„Vroeger kon je mensen gewoon vertellen wat het beste voor ze was en dan gehoorzaamden ze braaf”, schreef Rosanne Hertzberger zaterdag in haar column over vaccineren (Denkende burger: winst, al heeft hij het soms fout, 25/08). Wat een denigrerend opmerking voor mensen van die generatie!

Mijn ouders (ik ben van 1949) hebben van nabij meegemaakt wat het is om kinderen te verliezen aan allerhande ziektes. Op de lagere school waren er altijd wel een paar kinderen met polio. Plotseling kwamen er mogelijkheden om met vaccinatie het risico daarop te vermijden of te beperken. Over dat prikje hoefde deze generatie dus niet lang na te denken. De mensen wisten toen heel goed waar die vaccinaties voor dienden, meer kansen voor hun kinderen en minder verdriet!

Momenteel, echter, kampen we met een generatie die meent van alles verstand te hebben. Maar het ontbreekt hen wat kinderziektes betreft zowel aan kennis als ervaring. Hoe hoog ze ook opgeleid zijn.

landsgrenzen

Vrede kun je uittekenen

Nog zeker tien jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog bleven er regionale oorlogen, burgeroorlogen, revoluties en opstanden woeden, die één gemeenschappelijke oorzaak hadden: de nieuwe grenzen liepen soms dwars door etnische eenheden.

De Joegoslavische oorlogen in de jaren negentig gingen om het aloude irredentistische streven van Serviërs in niet-Servische landen. In dat licht bezien is de bereidheid van Servië en Kosovo om de grenzen te herzien een belangrijk vredesinitiatief.

Adnan Cerimagic van de Berlijnse denktank European Stability Initiative meent echter van niet. „Als de leiders van Kosovo en Servië grenzen veranderen om hun landen minder multi-etnisch te maken, wat weerhoudt andere leiders dan om hetzelfde te doen”, zo citeert NRC een Politico-stuk van hem in het artikel Servië en Kosovo praten over het hertekenen van grenzen (29/08). „Fanatici kunnen eens te meer beslissen om voor geweld te kiezen.”

Cerimagic slaat de plank volkomen mis. Die bereidheid tot geweld was er altijd al. Het niet langer negeren van het streven van etnische minderheden naar hereniging is een noodzakelijke voorwaarde voor duurzame vrede, of wij dat verlangen nu wenselijk vinden of niet.

    • O.L.E. Jongman
    • Paul van Keep
    • Fred van den Bogaard