Recensie

Bijna werd de Jordaan vermoord

Zwerffotograaf

Tientallen jaren doolde fotograaf Dolf Toussaint door Amsterdam. Zijn foto’s laten zien hoe de oude stad werd gered.

Foto Dolf Toussaint

Een ‘zwerffotograaf’ noemde de Amsterdamse fotograaf Dolf Toussaint (1924-2017) zichzelf. Vanaf 1960, toen hij op 36-jarige leeftijd met fotograferen begon, doolde hij jarenlang door Amsterdam om er het straatleven vast te leggen.

De eerste jaren was zijn werkterrein vooral de Jordaan, de wijk waarin hij een groot deel van zijn leven woonde. Dat leverde in 1965 het legendarische fotoboek De Jordaan op, met zwart-witfoto’s van straattaferelen en onderschriften van Simon Carmiggelt. Vaak zijn Toussaints foto’s tegelijkertijd doodgewoon en vreemd. Zo lopen op een foto uit 1962 (of 1963) twee mannen achter elkaar in de besneeuwde Tweede Lindendwarsstraat met een heel lange plank op hun schouders, terwijl ze hun handen diep in hun zakken hebben.

Veel van Toussaints Jordaanfoto’s zijn nu bijeengebracht in het boek Amsterdam voor het voorbij is, en op de gelijknamige tentoonstelling in het Stadsarchief. Ze zijn aangevuld met straatfoto’s in andere stadsdelen, zoals de Houthavens waarin in het begin van de jaren zeventig nog duizenden boomstammen dreven.

Jammer genoeg had Toussaint geen zin in een goede archivering van zijn werk, zodat het bij verschillende foto’s niet duidelijk is waar je nu precies naar kijkt. Zo fotografeerde hij in 1962 (of 1963) een groep mannen, vrouwen en kinderen op de Brouwersgracht. Ze staan ergens naar te kijken, maar naar wat blijft duister.

Foto Dolf Toussaint
Foto Dolf Toussaint

Sloopplannen

Nu is de Jordaan een van de geliefdste (en dus duurste) stadsdelen van Amsterdam. Maar toen Toussaint er rondzwierf, was de oude volksbuurt ten dode opgeschreven. Begin jaren zestig begonnen de ambtenaren van de machtige dienst Stadsontwikkeling aan plannen voor de ‘sanering’ van de Jordaan. Die zouden ten slotte uitmonden in een ontwerp dat voorzag in de sloop van een groot deel van de Jordaan en de bouw van eendere woonflats in een park.

In afwachting van de dood van de oude Jordaan deden huiseigenaren weinig meer aan onderhoud. Veel huizen werden daarom gestut of waren zelfs al gesloopt. Maar vooral de kinderen, die Toussaint bij voorkeur in de Jordaan fotografeerde, leek dit niet te deren. Integendeel, de gapende gaten in hun buurt waren de plekken waar ze hutten bouwden en in het zand speelden. Bijna altijd staan ze lachend op de foto.

Begin jaren zestig zwierf Toussaint ook door de Westelijke Tuinsteden en andere nieuwe wijken die aan de randen van de stad uit de grond werden gestampt voor de Amsterdammers uit saneringswijken als de Jordaan. Met hun spiksplinternieuwe, in slagorde opgestelde flatblokken waren wijken als Osdorp en Buitenveldert het tegendeel van de Jordaan waar chaos en verval regeerden. Dat ook de nieuwe wijken een deprimerende kant hadden, bracht Toussaint treffend in beeld door een man die over een zandvlakte naar een aantal blokken in de verte loopt van achteren te fotograferen.

Uiteindelijk stuitte de sloop van de Jordaan op het grootscheepse verzet van Amsterdammers tegen de megalomane plannen van Stadsontwikkeling. Die weerstand kwam in het midden van de jaren zeventig vooral tot uiting in de Nieuwmarktbuurt, een van de oudste stukken Amsterdam, waarvan een groot deel werd gesloopt voor de aanleg van een snelweg en de metrolijn. Hier zwierf Toussaint omstreeks 1975 rond en legde hij tijdens een van de legendarsische Nieuwmarktrellen vast hoe een ME’er een demonstrant probeert te meppen terwijl een voorbijganger rustig toekijkt. ‘Help ons’ staat er op de muur achter de drie.

    • Bernard Hulsman