Recensie

Alsof Chirbes na zijn dood pas uit de kast kon komen

Paris-Austerlitz vertelt het verhaal van een jonge Madrileense schilder die na een familieruzie zijn toevlucht zoekt in Parijs en daar een grote liefde beleeft met een oudere arbeider. Het boek is de indrukwekkende afsluiting van een magistraal oeuvre, schrijft onze recensent. (●●●●●)

Geen romancier heeft de overgang van Spanje naar een democratisch bestel zo goed beschreven als Rafael Chirbes. In zijn trilogie De lange mars (1996), De val van Madrid (2000) en Oude vrienden (2003) beschrijft hij de lange aanloop tot, de vooravond van en de gebeurtenissen na de 20ste november 1975 waarop generaal Franco zijn laatste adem uitblies.

Dat het nieuwe Spanje niet alles bracht wat de bevolking en Chirbes zelf (als voormalig communist) ervan verwachtten, verwerkte hij in monumentale romans als Crematorium (2007) en Aan de oever (2013). Het land werd rijker, maar corrupte politici en ritselende zakenlieden werden nóg rijker – totdat de zeepbel uiteenspatte en wie voor een dubbeltje geboren was opnieuw slechts een dubbeltje waard bleek.

In zijn postuum verschenen roman Paris-Austerlitz gooit Chirbes het over een andere boeg. Niet het wel en wee van het land maar het hoogstpersoonlijke lot van hemzelf staat erin centraal. Twintig jaar schreef hij aan dit kleine egodocument, totdat hij in 2015 op 66-jarige leeftijd overleed, alsof hij pas na zijn dood werkelijk uit de kast kon komen.

Paris-Austerlitz vertelt in de eerste persoon het verhaal van een jonge Madrileense schilder die na een familieruzie zijn toevlucht zoekt in Parijs en daar een grote liefde beleeft met een oudere arbeider. Het loopt tegen het midden van de jaren tachtig; vooral homo’s worden op dat moment slachtoffer van wat in het boek ‘de ziekte’ of ‘de plaag’ heet en waarvan niemand de oorsprong kent. Ook de minnaar van de jonge schilder valt eraan ten prooi, maar meer dan daarop loopt hun liefde stuk op het klassenverschil dat tussen hen beiden steeds meer gaat wringen.

In 2015 overleed Rafael Chirbes. Lees hier zijn necrologie: Groot chroniqueur van de Spaanse ‘transición’

Misschien wordt in het intieme kleinood Paris-Austerlitz Chirbes’ meesterschap als romancier pas goed duidelijk. De subtiliteit waarmee hij de verschuivende nuances in het liefdesleven van zijn hoofdpersonen aanduidt, de schitterende evocatie van de schoonheid en het licht van Parijs, maar ook van de smoezelige cafés en homo-ontmoetingsplaatsen, de indringende introspectie van zijn hoofdpersoon: Chirbes is hier op het toppunt van zijn formuleringskunst, rijk en soepel vertaald door Eugenie Schoolderman.

‘Maandenlang heb ik geloofd dat mijn levensideaal overeenkwam met het zijne’, zo laat Chirbes zijn hoofdpersoon mijmeren: ‘samen oud worden, rondplonzend in het kikkerbadje der gewoonten.’

Chirbes woonde in werkelijkheid aan het eind van de jaren zestig in Parijs, opgegroeid in een weeshuis had hij geen rijke ouders zoals zijn hoofdpersoon en voor zover ik weet was hij ook geen schilder. Maar het hoeft allemaal bij lange na niet precies zó gebeurd te zijn om in dit boek de getuigenis te onderkennen van een man die eindelijk het achterste van zijn tong laat zien.

Paris-Austerlitz is de indrukwekkende afsluiting van een magistraal oeuvre, waarvan alleen de twee eerste romans nog niet zijn vertaald. Hij was de chroniqueur van het post-franquistische tijdperk en werd op de valreep de boekstaver van zijn eigen levensdrama, dat uiteindelijk niet minder nauw met dat tijdvak verbonden was.

    • Ger Groot