Affaire-Blok moet VVD en CDA wakker schudden

Integratie

heeft spijt dat hij in 2010 premier Rutte adviseerde samen te werken met de PVV. Het creëerde een klimaat waarin Stef Blok zijn ontwrichtende uitspraken kon doen. Zijn advies nu aan Blok: opstappen.

Stef Blok moet aftreden. Zijn excuses zijn prijzenswaardig, maar hij kan niet aanblijven. We mogen hopen dat de Kamerleden het zomerreces hebben gebruikt om de zaak te overdenken. Als ze dat inderdaad hebben gedaan, is het onwaarschijnlijk dat ze tot een andere conclusie zullen komen.

Wat onze minister van Buitenlandse Zaken zei? Hij verklaarde geen vreedzaam voorbeeld van een multiculturele, multi-etnische samenleving te kennen waar de oorspronkelijke bevolking nog woont. Nu ja, Amerika en Australië wellicht, maar dat telde niet want daar „was de oorspronkelijke bevolking uitgeroeid”. Suriname noemde hij een „gefaalde staat” en België „een onleefbaar land”. In Oost-Europese hoofdsteden konden „gekleurde mensen” niet leven; in Warschau en Praag werden ze „letterlijk waarschijnlijk in elkaar geslagen”. Over xenofobie was hij „zeer pragmatisch”.

Een goed diplomaat spreekt in nuances. Blok deed het tegenovergestelde. Dat maakt hem ongeschikt voor het ambt van minister van Buitenlandse Zaken. Het is bovendien naïef te denken dat excuses de imagoschade zullen repareren – de uitspraken zullen hem in het buitenland de rest van zijn ambtsperiode worden nagedragen. En ook: zijn opmerking over multiculturele samenlevingen onderscheidt zich inhoudelijk niet van Wilders „onze bevolking wordt vervangen als we niet snel handelen” en Baudets speculatie over „homeopathische verdunning van de Nederlandse bevolking met alle volkeren van de wereld, tot er nooit meer een Nederlander zal bestaan”. Van extreemrechtse oppositiepolitici zijn zulke tot maatschappelijke tweedeling en onderling wantrouwen aanzettende uitspraken al ongewenst. Van een minister zijn ze onacceptabel.

Lees ook: Wat zei Stef Blok? (En kloppen zijn uitspraken)

Nee, Blok is ongeschikt als minister van Buitenlandse Zaken – ongeschikt voor iedere ministerspost trouwens. Willen we een minister die verklaart „zeer pragmatisch” over xenofobie te zijn? Een man die, in zijn functie als minister nota bene, uitsprak wat tot nu toe alleen werd gezegd in anonieme Alt-Right kringen en op partijbijeenkomsten van PVV en FvD?

Blok moet dus aftreden. En dat niet alleen; VVD en CDA zouden zijn vertrek moeten aangrijpen om bij zichzelf te rade te gaan. Als ze eerlijk zijn, zullen ze erkennen dat Bloks uitspraken niet op zich staan. Ze vormen onderdeel van een breder proces dat de Amerikaanse politicologen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt in How Democracies Die omschrijven met de term ‘ideological collusion’, vrij vertaald als ‘ideologische samenspanning’ (een term die ze overigens lenen van een andere politicoloog, Ivan Ermakoff).

Het betekent dat van een formele samenwerking tussen gevestigde partijen en randpartij geen sprake is, maar door stukje bij beetje de extreme agenda en de retoriek van de randpartij over te nemen, treden gevestigde partijen feitelijk op als stille vennoot van deze extreemlinkse of -rechtse concurrent.

Een ontwikkeling waar ik trouwens zelf aan heb meegewerkt.

In ons land begon dit proces na de moord op Pim Fortuyn. In de nasleep daarvan vatte bij de centrumrechtse partijen de mening post dat de oude strategie, van confrontatie met extreme partijen, niet langer bruikbaar was. Maar als bestrijden niet langer gaat en negeren door de omvang van de extreme partij geen optie is, wat dan te doen? Binnen de VVD-top ontstond er zodoende vóór de verkiezingen van 2010 debat over de vraag of en zo ja hoe er met Geert Wilders’ PVV kon worden samengewerkt.

Sommigen, zoals voormalig partijleider Hans Dijkstal, meenden dat het bestrijden van de PVV nog altijd de enige acceptabele optie was. Als strategisch adviseur van Mark Rutte bepleitte ik de andere positie. Directe samenwerking was zeker onwenselijk, maar de Deense praktijk had uitgewezen dat een gedoogconstructie prima kon werken. De extreme partij leverde wel steun, maar kreeg niet de kans een eigen inhoudelijk stempel op de coalitie te drukken.

Bovendien zou samenwerking de PVV leren dat bestuursverantwoordelijkheid en extreme standpunten niet samengaan. De opvattingen van die partij zouden daarmee dus langzamerhand van hun scherpe kanten worden ontdaan. De gedoogoptie zou zo de democratie zelfs kunnen verstevigen.

Inmiddels moet ik vaststellen dat Dijkstal gelijk had, en ik totaal ongelijk. Want de gevolgen van het centrumrechtse minderheidskabinet, dat werd gedoogd door Geert Wilders, waren rampzalig. Niet alleen weigerde de PVV de eigen extreme standpunten aan te passen, ook leidde het schrappen van het taboe op samenwerking met een extreme partij als de PVV tot het acceptabel maken van standpunten die in een fatsoenlijk politiek debat geen plek verdienen.

Zoals de uitspraken van Stef Blok.

Lees ook: Dat ik voor de gedoogconstructie met Wilders adviseerde, was een misrekening

Wilders bestrijden, zijn kiezers paaien

In antwoord op het falende gedoogexperiment ontwikkelden CDA en VVD los van elkaar elk een strategie. Die kwam neer op ‘Wilders bestrijden, zijn kiezers paaien’. Wilders bestrijden leidde tot een informeel cordon sanitaire. Bij de parlementsverkiezingen van 2017 sloten zowel VVD als CDA de PVV expliciet uit: als coalitiepartij én als gedoogpartner.

Dit cordon sanitaire tegen Wilders werd echter gecombineerd met een ideologische handreiking aan zijn kiezers – een poging om de PVV overbodig te maken. Oppervlakkig bezien is dat ook redelijk gelukt: zowel in 2012 als in 2017 eindigde Wilders ruim achter de grootste centrumrechtse partij. Een deel van het electoraat dat in de peilingen met hem flirtte, koos in het stemhokje toch weer voor de gevestigde partijen.

Voor dit beperkte electorale succes hebben de gevestigde partijen inhoudelijk echter een forse prijs betaald. Door in ideologische zin telkens meer op te schuiven richting PVV, zijn ze verder verwijderd geraakt van de waarden waarop ze zijn gegrondvest. De kernwaarden van VVD en CDA zijn positieve kwaliteiten als vrijheid, gelijkwaardigheid, tolerantie en naastenliefde. Deze uitgangspunten kunnen maar moeilijk worden verenigd met de praktische onverdraagzaamheid en het sombere maatschappijbeeld dat beide partijen tegenwoordig uitdragen. Het Verlichtingsoptimisme van de VVD is ver achter de horizon verdwenen, net als de traditionele internationale betrokkenheid van het CDA. De wereld buiten onze landsgrenzen, vroeger het werkterrein van koopman en dominee, wordt nu vooral gezien als een bron van gevaren.

Niet onderbouwde doembeelden

Onder gevaren verstaan beide partijen tegenwoordig vooral migratie. Die ontwricht volgens hen samenleving, arbeidsmarkt en verzorgingsstaat. Alle cijfers die niet bij deze visie passen, worden onder het tapijt geveegd; of het nu gaat om de dalende criminaliteit, stijgende werkgelegenheid en een toenemende deelname aan middelbaar - en hoger onderwijs door kinderen van migranten. Liever werkt men met niet onderbouwde doembeelden. Die zijn tenminste herkenbaar voor PVV- en FvD-stemmers. CDA-leider Buma zette in zijn Schoolezing (2017) de toon met uitspraken als „immigratie uit Afrika verstoort het evenwicht in Europa” en „de hoop dat een Europese verlichte islam zou ontstaan is ijdel gebleken”.

De VVD zoekt zowel via Rutte als via diens beoogde opvolger Klaas Dijkhoff eveneens de randen van het politiek toelaatbare op. Rutte richtte zich met zijn „pleur op” tegen uitingen van ontevredenheid onder hier geboren kinderen van nieuwkomers. Dijkhoff kwam met een proefballonvoorstel om asiel voortaan tijdelijk te maken.

De kern van de uitlatingen is steeds dezelfde: de nieuwkomer hoort hier niet, zij of hij is hier maar tijdelijk, zijn of haar aanpassing aan onze maatschappelijke normen lukt ook gewoon niet, hun komst is een probleem, zorgt voor ontwrichting. Het is de agenda van Wilders en Baudet, maar dan niet gepresenteerd als verwijt maar als ‘zorg’.

De omstreden uitspraken van minister Blok van Buitenlandse Zaken gaan een stap verder. Blok bediende zich niet alleen van dezelfde retoriek maar ook van dezelfde logica als Wilders en Baudet. Daarmee zijn de centrumrechtse partijen op een gevaarlijk kantelpunt beland. In hun ijver om de opkomst van extreemrechts te blokkeren, hebben ze ruim baan gegeven aan een agenda die de vrije samenleving ondermijnt.

Ontwrichting en uitsluiting

Want laat daar geen misverstand over bestaan: de agenda van PVV en FvD is er een van ontwrichting en uitsluiting. Met hun beleidsvoorstellen en hun retoriek bedreigen ze grondwettelijk verankerde vrijheden van godsdienst en onderwijs en het grondrecht van gelijke behandeling. Met hun retoriek zaaien ze tweespalt en maken ze migranten tot zondebokken voor alles wat in hun ogen fout gaat in onze samenleving. Daarbij voeden ze het wantrouwen en pogen ze de volkswoede op te stoken – woede niet alleen gericht tegen migranten en hun kinderen maar ook tegen de bestuurlijke elite waarvan VVD en CDA deel uitmaken.

De ironie van het proces van ideologische samenspanning is dat de gevestigde partijen uiteindelijk niet PVV en FvD maar zichzelf overbodig maken. Als immers de hele agenda van extreemrechts, inclusief onderliggende analyse, door de gevestigde partijen wordt overgenomen, wat is dan nog de bestaansreden van centrumrechts? Een bijkomend probleem is dat de partijen door zo nadrukkelijk op het terrein van de extreemrechtse concurrent te opereren, nauwelijks meer argumenten hebben om het eerder ingestelde cordon sanitaire in stand te houden. De recente speculatie van CDA-vicepremier Hugo de Jonge over hernieuwde samenwerking met PVV of FvD („in beginsel moet je altijd willen samenwerken met iedereen”) is wat dat betreft een veeg teken.

De affaire-Blok zou de aanzet moeten zijn tot een koerswijziging bij centrumrechts. De les van Levitsky en Ziblatt is dat er geen alternatief bestaat voor confrontatie met extreme partijen. Ideologische samenspanning lijkt een sluwe optie, maar heeft uiteindelijk hetzelfde effect als directe samenwerking. In zeker opzicht is het zelfs gevaarlijker. De eigen beginselen vormen dan niet langer een rem op het ongrondwettelijke streven van de zogenaamd buitengesloten partij. In al hun slimheid zouden VVD en CDA daarmee datgene wat ze zeggen te willen bestrijden, onvermijdelijk maken. Dat kan onmogelijk zijn wat hen voor ogen staat – al weten we dat na Bloks uitspraken helaas niet meer honderd procent zeker.