Opinie

    • Jacco Janssen

Wie bekent op zitting moet kunnen rekenen op een lagere straf

Wie bekent is al op weg naar herstel en zou daarvoor dus beloond moeten worden. Maar de praktijk blijkt anders. Strafrechter Janssen bepleit in de Togacolumn transparantie.

Foto: Flip Franssen

Op de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984 won Stephan van de Berg goud op het onderdeel windsurfen. In die jaren windsurfte iedereen, ook ik.
Een kleine 34 jaar later klom ik deze vakantie op een surfplank in de volle overtuiging dat de tijd mij niet had geraakt en ik alle ‘skills’ nog zou hebben. Niets bleek minder waar. Hangend aan zijn Zodiac werd ik door de Franse surfleraar van lager wal teruggesleept, licht gewond en volledig kapot. In de avond kwam de onvermijdelijke vraag: ‘hoe ging het windsurfen?’. Eén seconde twijfelde ik en toen legde ik een volledig bekennende verklaring af. Tegen mijn verwachtingen in werkte dat heel goed. Het luchtte op, ik werd niet weggehoond, oogstte bewondering voor mijn durf en kreeg begrip voor mijn falen. Kortom: van hieruit kon ik verder.

Lagere straf

Dat bekennen altijd een goede optie is, wist ik als strafrechter natuurlijk al lang. Als een verdachte bekent en daarmee erkent dat hij verkeerd heeft gehandeld, is hij op de weg terug. Door het herkennen van het foute gedrag en het inzien dat daar iets aan gedaan moet worden, wordt de kans op herhaling van dat gedrag kleiner. Een van de doelen van straffen is dan al gehaald. Een lagere straf ligt dan al snel in de rede.

Ook een andersoortige straf biedt in zo een geval vaak soelaas. Een deel van de straf kan bijvoorbeeld voorwaardelijk worden opgelegd. Dat deel van de straf wordt dan niet tenuitvoergelegd, maar blijft als stok achter de deur - gedurende een proeftijd van enkele jaren - boven het hoofd van de verdachte hangen. Die stok kan als dwingende stimulans dienen om de aan de straf te koppelen voorwaarden na te komen. Die voorwaarden kunnen bestaan uit een reclasseringscontact, contactverbod, locatiegebod, locatieverbod, opneming in zorginstelling, plicht tot zorgbehandeling, verblijf in een instelling voor begeleid wonen en/of maatschappelijke opvang. Allemaal voorwaarden die er op gericht zijn om herhaling te voorkomen.

Veel gezwegen

Toch wordt er door verdachten in de Nederlandse zittingszalen nog weinig bekend en nog veel gezwegen. Op een lezing die ik de avond voor mijn vakantie voor de Nederlandse Vereniging van Jonge Strafrechtadvocaten gaf, propageerde ik daarom met verve het bekennen als de ‘nieuwe en winstgevende’ proceshouding. Ik vertelde de ‘coming men’ (eigenlijk vooral ‘coming women’) van de Nederlandse strafadvocatuur dat ontkennen en zeker ontkennen tegen beter weten in bij het bepalen van de strafmaat echt niet helpt en bijna altijd leidt tot een hogere straf.

Ik voegde daaraan toe dat bekennen daarentegen vrijwel zonder uitzondering tot een lagere of andersoortige straf leidt. Waar ik had gerekend op bijval en applaus werd ik nog net niet met pek en veren de zaal uitgejaagd. Ik kreeg met grote nadruk tegengeworpen dat ze aan mijn verhaal echt niets hadden. De ‘strafkorting’ gold misschien bij mij op de zitting, maar hun algemene ervaring was het niet en omdat de ‘strafkorting’ niet concreet en transparant was, konden zij hun cliënt onmogelijk tot bekennen adviseren. Gedesillusioneerd vertrok ik de volgende ochtend naar Frankrijk.

Openheid

Toen ik de nacht na mijn surfavontuur van de pijn in mijn lijf wakker schrok, had ik opeens de oplossing. De ‘strafkorting’ op bekennen moet op de zitting een vast item worden. Misschien moet het initiatief bij de verdachte liggen die zich met zijn bekentenis meldt bij de officier van justitie. De korting kan dan in alle openheid en ondubbelzinnig op de zitting worden besproken. Een mogelijkheid zou kunnen zijn om een kortingspercentage op de oriëntatiepunten straftoemeting (de richtlijnen voor een groot aantal delicten die door de rechters zelf worden vastgesteld) toe te passen. Een bijkomend effect is dat het strafproces in veel gevallen veel strakker en efficiënter zou kunnen verlopen. Ook het vonnis kan in zo een geval veel korter en to the point zijn.

Hoewel mijn vrouw die nacht vaststelde dat ik koorts had en ijlde, denk ik, terug achter mijn bureau in Rotterdam nog steeds dat het een goed idee is. Het wordt tijd om dit intern en extern te bespreken.

De Togacolumn wordt geschreven door een rechter, een officier of een advocaat.

 

    • Jacco Janssen