Veroordeeld tot het leven van een paria

Islamitisch recht

Verkrachting is een ernstig misdrijf, ook in islamitisch recht. Maar in de praktijk is het leven daarna een hel.

Familieleden van een minderjarig meisje dat verkracht en vermoord werd in de Pakistaanse hoofdstad Karachi in april. Foto Shahzaib Akber/EPA

Verkrachting is in het islamitisch recht net als elders in de wereld een ernstig vergrijp, waarvoor daders in sommige gevallen (onder meer in Saoedi-Arabië) de doodstraf kunnen krijgen. Ook in meer seculiere islamitische staten staan er zware straffen op.

In de praktijk kwamen in het verleden verkrachters dikwijls makkelijker weg met hun daad dan elders, onder meer wegens vergaande eisen omtrent ooggetuigen die slachtoffers niet konden leveren. Veel vrouwen namen daarom niet de moeite aangifte te doen. Mannelijke politiemensen en rechters toonden soms meer begrip voor verkrachters dan voor slachtoffers. Mede dankzij het gebruik van moderne forensische technieken lopen verkrachters nu sneller tegen de lamp.

Lees ook over een recente verkrachtingszaak in Marokko: Schokgolf na brute verkrachtingen van 17-jarige Khadija

Sociaal gezien loopt het slachtoffer (en haar familie) in de meeste gevallen een veel grotere kans op stigmatisering dan in bij voorbeeld het Westen. Wie verkracht is, is in de ogen van de traditionele islamitische gemeenschap geschonden en wordt daarna vaak als een paria behandeld. Ook de eer van de familie – zeer belangrijk in de islamitische wereld – geldt door een verkrachting als bezoedeld. Als het meisje of de vrouw nog ongehuwd was voor de verkrachting, vindt ze vervolgens nauwelijks meer een echtgenoot.

Juist daarom schrijven de mores in veel islamitische landen voor dat vrouwen buitenshuis hun lichaam grotendeels of zelfs geheel bedekken om maar geen aanstoot te geven en mannen niet op verkeerde gedachten te brengen. Een standaardklacht van vooral conservatieve moslims in verkrachtingszaken is dat het slachtoffer het incident over zich heeft afgeroepen.

Conservatieven hebben soms ook zo’n draai aan de regels weten te geven dat het leven voor een slachtoffer na verkrachting uitdraait op een hel. Berucht is het voorbeeld van Pakistan waar in de jaren tachtig een 13-jarig blind meisje door een stel mannen werd verkracht, waarop een zwangerschap volgde. Omdat ze niet – overeenkomstig de regels – vier mannelijke ooggetuigen bij elkaar kon krijgen, werd ze schuldig bevonden aan buitenechtelijke seks en tot stokslagen, drie jaar cel en een boete veroordeeld. Pas in hoger beroep werd ze vrijgesproken.

Radicale moslims als die van Islamitische Staat veroordelen verkrachting eveneens. Maar niet-moslims zijn voor hen vogelvrij. Zo verkrachtten IS-leden de laatste jaren op grote schaal gevangen genomen meisjes en vrouwen van de yezidhi-minderheid in Noord-Irak.

Omdat het leven voor vrouwen na een verkrachting in de praktijk tamelijk uitzichtloos was, werd in sommige landen in het Midden-Oosten, vaak al in de koloniale tijd, wetgeving ingevoerd die verkrachters in staat stelde aan bestraffing te ontkomen door het slachtoffer te huwen. Voor de slachtoffers meestal eveneens een nachtmerriescenario. Hoewel deze praktijk niet frequent voorkwam, schaften landen als Egypte, Tunesië, Libanon en Jordanië zulke wetgeving pas onlangs af. Palestina volgde dit voorbeeld dit voorjaar.

    • Floris van Straaten