Recensie

Yuval Noah Harari: goeroe of wetenschapper?

Yuval Noah Harari Waarschuwt de Israëlische historicus er in Homo Deus nog voor dat de mens door de oprukkende techniek overbodig wordt, in zijn nieuwste boek komt hij met 21 lessen om dat ‘einde’ der tijden nog wat op te schorten.

Yuval Noah Hariri

Van een obscure mediëvist wiens wetenschappelijke artikelen naar eigen zeggen door niet meer dan vijf collega’s werden gelezen, is Yuval Noah Harari met de Engelse publicatie van Sapiens in een paar jaar uitgegroeid tot een bestsellerauteur. De Nederlandse uitgever meldt dat er zo’n 185.000 exemplaren van dat boek zijn verkocht en 100.000 van Homo Deus. Penguin, de Britse uitgever, schat de totale verkoop van Sapiens en Homo Deus samen op tweeëneenhalf miljoen. Sapiens staat op dit moment, vier jaar na de verschijning van de Engelse vertaling in 2014, op nummer twee van The New York Times-bestsellerlijst. Deze week verschijnt zijn derde boek, 21 lessen voor de 21ste eeuw. Terwijl de eerdere boeken de ondertitels droegen: Een kleine geschiedenis van de mensheid en Een kleine geschiedenis van de toekomst, is dit een handleiding voor het heden. Harari volgt een beproefd recept: in zijn eerste boek, Sapiens, vertelt hij zijn scheppingsverhaal, vervolgens voorziet hij het einde van de mensheid in Homo Deus en waarschuwt hij voor het overbodig worden van Homo sapiens door oprukkende techniek, en nu, tot slot, lessen om het einde der tijden nog eventjes op te schorten.

Harari combineert een wetenschappelijk reductionisme met eigentijds individualistische zingeving. De mens, schrijft hij in Sapiens, is het zoogdier geworden dat al enige tijd de broek aan heeft op aarde dankzij zijn capaciteit om verhalen te bedenken en te vertellen, en zo, in ban van die verhalen, succesvol samen te werken. Al die verhalen – christendom, nazisme, kapitalisme – noemt Harari religies, want het zijn allemaal ficties, constructies die levensvatbaar bleken omdat ze een groep mensen dusdanig verbonden dat die effectief de Nijl in konden dammen, landbouw en handel konden bedrijven. Verhalen die we bovendien nodig hebben om ons leven in het teken van iets hogers te stellen. Maar wat is het verhaal dat Harari vertelt?

We leven nu onder het gesternte van het humanisme, schrijft Harari. Dat volgt logisch op de wetenschappelijke revolutie, secularisering en, later, de wens voor vrede en gelijkheid in het naoorlogse Westen. Al deze temporaire geloofssystemen zijn niet waar of onwaar, maar slagen omdat ze functioneren. Opvallend is hoe Harari de verhalen van het gros van de mensheid koeltjes opneemt in de categorie fictie, en hoe niettemin zijn eigen moralisme nooit ver weg is. In Homo Deus schrijft de ascetische Harari in het bestek van twintig pagina’s: ‘Voor de gemiddelde Amerikaan of Europeaan is Coca-Cola een veel dodelijkere bedreiging dan Al Qaida.’ [...] ‘Suiker is inmiddels gevaarlijker dan buskruit.’ En: ‘In de vroege eenentwintigste eeuw gaat de gemiddelde mens veel eerder dood aan te grote porties McDonald’s dan aan droogte, ebola of aanslagen van Al Qaida.’ Koren op de molen van zijn hoogopgeleide, McDonald’s minachtende lezer.

Zondeval

De eerste fase van regressie van Homo sapiens situeert Harari (net als Genesis, waar de mens na de zondeval wordt veroordeeld tot het tot vermoeienis toe verbouwen van graan en het eten van brood) rond de agrarische revolutie: het graan heeft ons gedomesticeerd en niet andersom. Hij meent dat mensen in de Oude Steentijd gelukkiger moeten zijn geweest dan die na de agrarische revolutie, laat staan na de industriële revolutie: jagers en verzamelaars renden met een geweldige conditie (want zitten was toen ook uit de mode) door ongerepte wouden en zakten in kano’s de rivieren af om vis te vangen. De proletariër daarentegen zwoegde in vervuilde fabrieken om ’s avonds uitgeput in een overvolle kazerne te slapen. Zijn idee van de vrije, ongecultiveerde mens in de natuur mag wat al te Rousseauiaans-romantisch zijn, het valt in vruchtbare aarde in een maatschappij die geobsedeerd is door authenticiteit.

Lees ook het interview van NRC met deze historicus: Onheilsprofeet Harari houdt de moed erin

De agrarische revolutie was pas de eerste catastrofe van vele. Nu stevenen we mogelijk af op het laatste bedrijf van Homo sapiens, door technologische ontwikkelingen over te laten aan een paar megalomane miljonairs. Mensen geven steeds meer macht uit handen aan algoritmen, waardoor gemeenschappen en staatsvormen steeds meer door computers worden gestuurd, en biotechnologie zal alleen toegankelijk zijn voor elites die dan bovenmenselijke kwaliteiten verwerven (‘Homo deus’), waardoor een groeiende massa overbodig wordt (en thuis computerspelletjes speelt, stelt Harari zich voor). Want anders dan na de industriële revolutie, waar mens en paard als fysieke krachten werden vervangen door machines, wordt nu ook denkkracht door computers overgenomen. Exit Homo sapiens.

Het einde der tijden wordt vaak verkondigd en gretig aangehoord. Een naderend einde geeft het eigen leven wat extra urgentie, en speelt uiteindelijk in op wat iedereen al weet, namelijk dat ongeacht het einde van Homo sapiens, het eigen einde aanstonds is. Dus als Harari de mens zoals wij die kennen nog een jaar of vijftig geeft, kan het geen toeval zijn dat dat ongeveer overeen zal komen met de resterende levensverwachting van zijn gemiddelde lezer.

De rol van robots in de apocalyps heeft altijd tot de verbeelding gesproken, maar recent leek het einde van de geschiedenis nog de paradijselijke kant op te vallen, toen in de jaren negentig globalisering en kapitalisme de wereld tot een Luilekkerland zouden maken. Nu wordt er volop gespeculeerd over het einde van democratie, liberalisme en kapitalisme, maar Harari ziet het ernstiger in door de mens in zijn geheel te laten verdwijnen door bio- en informatietechnologie. Zijn verhaal wint aan overtuigingskracht doordat hij het inbedt in 200.000 jaar geschiedenis van de mens, die in verhouding met de lange geschiedenis van de aarde natuurlijk maar heel kort is. De mens is toevallig geëvolueerd tot wie hij nu is en zal net zo makkelijk zijn comfortabele plaats in de voedselketen weer af moeten staan.

De ontwikkelingen die Harari beschrijft mogen reële zorgen voor de toekomst zijn, de vraag blijft hoe je daar zinnig over nadenkt. Harari wisselt in zijn drie boeken steeds van houding. In Sapiens is Harari de historicus die met distantie de zegetocht van de mens beschrijft. Terugblikkend op een geschiedenis van 200.000 jaar sapiens lijken alle immense ontwikkelingen, van jager en denkend wezen tot agrariër en uiteindelijk bureau- klerk, onvermijdelijk. Een dergelijke grote greep ontslaat de lezer van iedere verantwoordelijkheid, want het is een illusie om te denken dat op een dergelijk verloop ook maar enige invloed uit te oefenen valt.

Speculatief

In Homo Deus gaat Harari speculatief te werk in zijn beschrijving van de technologische gevaren voor de huidige mens en maatschappij. Hij schetst een doemscenario, dat, zo benadrukt hij, geen gegeven is maar wel moet uitnodigen tot actie (diezelfde functie had de Bijbelse Apocalyps natuurlijk ook). In dat tweede boek suggereert hij een grotere onafhankelijkheid van technologie en een meer bewuste leefwijze in de werkelijkheid die niet virtueel is: beter proeven, luisteren, kijken, voelen. Adviezen voor de individualistische wereldburger.

Lees ook de recensie van Homo Deus: Fascinerend boek over hoe wij allemaal in illusies leven

In de 21 lessen tenslotte herhaalt Harari veel van zijn diagnoses uit eerdere boeken en doet hij suggesties, die, schrijft hij, de bedoeling hebben het liberalisme te verbeteren, omdat het het ‘succesvolste en meest bruikbare politieke model is.’ Een van de bottlenecks echter die Harari al eerder beschreef en ook hier weer langs komt, is dat het liberalisme stoelt op het idee van een rationele, zelfstandige burger. En juist dat mensbeeld wordt steeds moeilijker vol te houden volgens gedragseconomen en evolutionair psychologen, die volgens Harari hebben aangetoond ‘dat de meeste menselijke beslissingen niet op rationele analyses berusten, maar op emotionele reacties en heuristische shortcuts.’ En: ‘Niet alleen rationaliteit is een mythe, het individu zelf is dat ook.’ Harari komt er niet uit en gaat snel verder met een volgend hoofdstuk.

Zo wordt het oeuvre van Harari tot dusver bepaald door een nobele schizofrenie tussen berusting en maakbaarheid, die het meest tot uiting komt in zijn laatste boek. Hij wil wetenschap bedrijven, vertellen waar de agrarische en wetenschappelijke revolutie toe leidden en hoe onbeduidend de mens op onze oeroude aarde is. Mensen zijn dieren die zich niet te veel kunnen laten voorstaan op hun cognitieve vermogens. Wat rest in deze voortstuwende storm van de geschiedenis is, volgens Harari zelf, individueel comfort, dat niet materieel is maar spiritueel: zelf beoefent Harari twee uur per dag, en bovendien een of twee volle maanden per jaar, Vipassana-meditatie, waarin het gaat om de observatie van de eigen geest, en wat hij zijn lezers in zijn laatste boek ook aanbeveelt in het slothoofdstuk. Vertrouw niet het grote verhaal, maar zoek de betekenis uitsluitend bij jezelf en je wiegende ademhaling.

Tegelijkertijd wordt hij in dat laatste boek politiek en voelt Harari kennelijk de plicht om zich ook uit te spreken over hedendaagse kwesties, nu hij zo’n enorme lezersschare heeft opgebouwd. In 21 hoofdstukken behandelt hij 21 hedendaagse thema’s zoals terrorisme en nationalisme. ‘In een wereld die overspoeld wordt met irrelevante informatie is helderheid macht,’ zo luidt de eerste zin van 21 lessen, helderheid die Harari zegt te willen bieden. Daar slaagt hij in voor zover hij een paar problematische karakteristieken van de wereld van nu in een paar bladzijden samenvat. Maar die helderheid betekent hier al te vaak oversimplificatie.

Het schrijnendste voorbeeld hiervan is zijn opvatting van intelligentie, volgens Harari kortweg het vermogen problemen op te lossen. Bewustzijn is dan het vermogen om emoties te ervaren. Dat is een extreem simplistische benadering van zowel intelligentie als van bewustzijn, die alleen maar van pas komt omdat daardoor het brein en de harde schijf een op een te vergelijken zijn: de computer is intelligent, maar niet bewust. De mens wordt gemeten langs de maatstaven van de informatica. Een onbegrijpelijke reductie, helemaal aangezien Harari er in Homo Deus nog op wees hoe Freud de stoommachine projecteerde op de menselijke geest, door die te zien als een verzameling cilinders die druk opbouwt en vervolgens stoom moet afblazen.

Wantrouwen

Bovendien komt Harari zelf helemaal niet met oplossingen voor de kwesties die hij constateert, en blijven zijn lessen nogal diffuus. De les en ondertitel van het hoofdstuk over nationalisme luidt ‘mondiale problemen vergen mondiale antwoorden’, en bij het hoofdstuk over werk: ‘als je later groot bent, krijg je misschien geen baan.’ Dat hij niet met concrete levenslessen komt, zal ermee te maken hebben dat hij zichzelf nadrukkelijk niet als goeroe wil positioneren. In Homo Deus citeert hij met instemming de zenwijsheid die zegt: ‘Als je de Boeddha onderweg tegenkomt, dood hem dan’. De leider die vaststaande ideeën aandraagt is er niet eentje om te houden. De enige directe aanwijzing die hij geeft is dat hij iedereen aanraadt te mediteren, wat hem dus toch wel weer goeroeachtige trekjes geeft.

In 2017 interviewde Derk Walters Yuval Noah Harari thuis in zijn Israëlische woonplaats. Lees ook: ‘Het humanisme heeft zijn langste tijd gehad’

Wittgenstein schreef dat filosofie alles zou moeten laten zoals het is: de wereld beschrijven en ordenen, zonder die uit te willen leggen of conclusies te willen trekken en daarmee de werkelijkheid geweld aandoen. Historicus Harari lijkt zich in precies zo’n spagaat te bevinden. Hij wil de geschiedenis beschrijven zoals die was, huidige wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen weergeven zoals die zijn. Maar in zijn drang om conclusies te trekken en lessen aan te dragen, wordt zijn verhaal een theoretisch construct dat raakvlakken mist met de werkelijkheid. De retoriek die hij hanteert in de 21 lessen, en door zijn doemscenario in Homo Deus dat ertoe dient mensen wakker te schudden, verliest hij iets van zijn geloofwaardigheid als wetenschapper.

Alle verhalen die ons een identiteit geven en ons doen opgaan in een groter geheel – of dat nu nationalisme, kapitalisme of religie is – moeten we wantrouwen, is de boodschap van Harari’s boeken. Ze draaien ons een rad voor ogen, ook al is het een economisch lucratief rad of geeft het ons leven tijdelijk zin. Voor betekenis, en om werkelijk onze plek te kennen in de geschiedenis kunnen we ons alleen naar binnen keren.

Sapiens toonde hoe we het soort mensen zijn geworden dat we nu zijn, Homo Deus bood een prikkelend toekomstperspectief. Maar zodra die vergezichten worden ingezet voor een sluimerend moralisme vraag je je af waarom Harari’s eigen verhaal zo helder en af moet zijn. Hij is te veel goeroe geworden.

    • Nynke van Verschuer