Opinie

    • Michel Krielaars

Minister Slob, leer de kinderen lezen

’T kan verkeren. Samen met zo’n zestig geleerde, zeergeleerde en hooggeleerde koppen belandde ik afgelopen zondag in een kelder aan de Oude Turfmarkt in Amsterdam om van Bredero-biograaf René van Stipriaan het laatste nieuws over zijn held te vernemen. Zo bleek die kelder op de plaats van het atelier te staan waar de jonge Bredero in de leer ging bij schilder Francesco Badens en zou buiten, op de Oude Turfmarkt, in 1618 de rouwstoet met zijn stoffelijk overschot voorbij zijn getrokken. Ineens was de Shakespeare van de Lage Landen, wiens 400ste sterfdag dezer dagen wordt herdacht, springlevend. Al besefte ik dat die wederopstanding van tijdelijke aard zou kunnen zijn.

Na zijn vroege dood op 23 augustus 1618 raakte Bredero, net zoals Johann Sebastian Bach, een paar eeuwen in de vergetelheid. Pas in 1885 werd hij weer uit de mottenballen gehaald voor de herdenking van zijn 300ste geboortedag. Maar de jubelzang was nog niet verstomd of er kraaide geen haan meer naar hem. Datzelfde dreigt nu weer te gebeuren, tenzij minister van Onderwijs Arie Slob het literatuuronderwijs en de literatuurgeschiedenis nieuw leven inblaast, waardoor Bredero’s werk verplichte kost wordt voor het eindexamen.

Drie dagen voor mijn bezoek aan de Oude Turfmarkt stond ik in de Enge Kapelsteeg, die het Rokin met de Kalverstraat verbindt. Op de officiële sterfdag van de dichter werd daar een gedenkplaquette onthuld op de plaats waar Bredero’s graf onlangs is ontdekt: de kelder van het gebouw waar The Amsterdam Dungeon huist en dat tot 2008 een kapel was. Tijdens de verbouwing van die kapel tot gruwelkabinet stuitten stadsarcheologen op oude grafzerken, waarna kon worden gereconstrueerd waar Bredero rustte.

De nabijheid van zijn dichtersbotten ontroerde me, ook omdat een voorbijtrekkende stroom schaarsgeklede toeristen me confronteerde met de moderne tijd. Ineens besefte ik dat Bredero die moderne tijd, waarin alle menselijke driften royaal worden uitgevent, als geen ander begreep. Zijn stukken zitten vol seksuele verwijzingen, tot grote ergernis van de toenmalige gedachtepolitie: de protestante dominees, die alles wat naar onzedelijkheid riekte probeerden te verbieden.

Gelukkig liet de hedendaagse gedachtenpolitie op de Oude Turfmarkt verstek gaan. Daarom kon acteur Mark Crone zijn talent uitleven door Bredero’s gedicht ‘Voijs Aenhoort het ge- clach etc.’ voor te dragen. Iedereen raakte betoverd door de briljante taal, die niet voor Shakespeare onderdoet: ‘Oogen vol maiesteijt/ vol grootse heerlijckheeden / hoe comt dat ghij nu scheijt/ van u eerwaerdichheijt/ en soete aerdigheijt/ laes wat lichtvaerdicheijt/ aanneemt gij sonder reeden.// Van waer comt dit versmaen/ voorwaer ic kant niet sinnen/ noch geener wijs verstaen./ de oorsaeck van dit gaen/ u quelt misschien een waen./ Soo ic u heb misdaen/ tis met te veel te minnen.// Die waen quelt u misschien/ dat ic u soeck te vrijen/ k’heb noeijt soo hoogh gesien/ off ic wist wel op wien/ want de machtige lien/ die soecken te gebien/ en dat can ic niet lijen. […]’ En zo gaat deze afgewezen minnaar nog zes strofen door, om te eindigen met ‘T can verkeeren’. Hoe mooi kan het Nederlands niet zijn. Dus minister Slob, grijp uw kans en zorg voor een nieuw en beter literatuuronderwijs.

    • Michel Krielaars