Opinie

    • Georgina Verbaan

Leef

Twee zzp’ers, die vanwege dat zzp-schap het boeken van een zomervakantie tot het laatste moment hadden uitgesteld -want wie weet komt er nog werk, troffen zichzelf na een uitputtende zoektocht op het internet aan in een mobile home op een camping in Kroatië. Naast hen stonden drie nog onuitgepakte koffers en een meisje van zeven dat eiste dat de krokodil meteen opgeblazen zou worden. De zzp’ers hadden liever eerst zittend met een koud biertje uitgevonden waar het zeezicht precies was, maar gingen geestdriftig aan de slag met een geleende pomp.

Een plek waar kinderen zijn was wat de zzp’ers voor ogen hadden, dan kon het kind spelen en zij lezen. Zo’n plek wist een kennis van een van de zzp’ers nog wel. Murw van het zoeken bekeken de zzp’ers de website en er was slechts een foto van twee gele cocktails op een tafeltje met uitzicht op een turquoise zee voor nodig om de twee over de streep te trekken.

Na drie dagen verdoofd slenteren over het aangeharkte park, met de vers opgetrokken boulevard vol restaurants, een ijswinkel en een zwembad waar de laatste top40-hits op standje mitrailleur het langetermijngeheugen doorzeefden, trokken de zzp’ers zich terug in de onberispelijke stacaravan die grensde aan de vers geasfalteerde weg waar de ganse camping langs slofte op weg van of naar het zwembad en de zee.

Soms, héél soms, konden de zzp’ers horen en zien dat er geen Nederlanders, maar Duitsers voorbij sjokten met een opblaasbare flamingo. „Het is net alsof we op vakantie zijn”, zeiden de zzp’ers dan tegen elkaar. Het kind bleek zelf ook het liefst te lezen, maar had te weinig Donald Ducks mee, en hoewel het entertainment de zzp’ers zeer had kunnen bekoren – de tinnen man in een playbackversie van The wizard of Oz straalde een levensmoeheid uit die Pierre Bokma met alle goede wil van de wereld niet op kan roepen – durfde een van de zzp’ers het na een zestal dagen aan om hardop te zeggen: „Volgende keer misschien een natuurcamping.”

‘Nee, wij gaan nooit meer naar een camping, dat is nergens voor nodig’

‘Nee”, had de andere zzp’er daadkrachtig gezegd met een bek vol chips, „wij gaan nooit meer naar een camping, dat is nergens voor nodig.” Aangespoord door de tekst ‘Leef, alsof het je laatste dag is’ die melodieus uit de speaker van de buren schalde, vonden zij op internet een huisje met een zwembad. Na een korte taxirit stapten ze uit en wilden zich voorstellen aan de eigenaar van het huisje. Mocht niet. Als een geheim agent wees de man naar de taxi. „Straks. Dit is een zwarte auto. Die moet eerst weg.” Als vers kanonnenvlees in een militair kamp leidde hij de zzp’ers langs het zwembad, de ligstoelen. „Wat mooi”, wilden de zzp’ers zeggen, maar er was geen tijd. „Zit. Ik moet met jullie praten.”

Na een emotioneel relaas over de vorige huurders die hem tot waanzin hadden gedreven, trok hij zich terug in een schuur waar hij aan de gang ging met een kettingzaag. Zo nu en dan kwam hij schreeuwen dat ze ergens niet aan mochten komen, zoals het schepnetje voor het zwembad. Bij terugkomst konden de zzp’ers niet anders dan concluderen dat dit de perfecte vakantie was geweest. De komende tien maanden thuisblijven was ineens geen ondraaglijke gedachte meer.

    • Georgina Verbaan