Landinvasie van Stellenbosch – het geduld was op

Zwart-wit Zuid-Afrika

De regering van Zuid-Afrika ligt wereldwijd onder vuur wegens plannen om grond van boeren te onteigenen, zonder compensatie. Maar experts waarschuwen dat de regering niet radicaal genoeg is om de onrust op het land te stillen.

Zwarte Zuid-Afrikanen zijn neergestreken op het land van witte boeren in de wijnstreek bij Stellenbosch in de buurt van Kaapstad. Foto Nic Bothma/EPA

Stefan Smit zag het einde van zijn werkzame leven als boer al jaren geleden aankomen. Nu denkt hij: het is genoeg geweest. „Het is klaar. Politiek gezien moet je wel gek zijn nog boer te willen zijn in dit tijdperk”, zegt hij, zo zacht dat zijn woorden bijna onverstaanbaar zijn.

De afgelopen drie maanden zijn de meest heftige maanden geweest uit zijn leven lang als boer. Boos is hij al lang niet meer. Berustend is het woord. „Dit had allemaal voorkomen kunnen worden”, zegt hij, luisterend naar het geluid van getimmer dat opstijgt van de andere kant van de vallei waar honderden zwarte families zijn neergestreken op zijn land. „Ze hebben wel goede smaak. Het mooiste uitzicht van Stellenbosch”, grinnikt Stefan Smit.

Het verhaal van de landinvasie van Stellenbosch begint in mei dit jaar, toen de eerste zes krotten gebouwd werden op de 10 hectaren grond van boer Stefan Smit. De politie greep in en verwijderde de golfplaten huisjes meteen. In augustus begon de bouw opnieuw, nu verrezen honderden krotten tegelijk. Ook toen bleef Smit kalm. Het was het scenario dat hij al jaren had voorspeld.

Hollands bloed

Drieënhalf jaar geleden vroeg de gemeente Stellenbosch hem de 10 hectaren braakliggende grond te verkopen, voor huizenbouw voor de allerarmsten van de stad. Smit aarzelde geen moment. Zijn familie boert al sinds 1896 op de wijnlanden rond Stellenbosch. Hollands bloed stroomt door zijn aderen, zoals bij veel boeren hier. Zijn vader kocht de 120 hectaren land in 1966 van een Duitse boer.

Tegen de eeuwwisseling zag Smit de gemeentegrenzen van Stellenbosch verder oprukken aan de voet van zijn boerderij. Achttien jaar geleden verkocht hij al 60 hectaren grond aan de gemeente, zodat er huizen konden worden gebouwd. De verkoop van Watergang, zoals de laatste 10 hectaren braakliggende grond van Smit heet, was de meest logische stap voor hem.Maar de gemeente kwam er nooit meer op terug. „Dit had drie jaar geleden al moeten gebeuren. Dan was het ordelijk gegaan. Nu ligt het hele proces stil.”

Ramaphosa is niet radicaal genoeg met landhervorming

Ruth Hall hoogleraar

De landinvasie van Stellenbosch laat volgens professor Ruth Hall van de universiteit van de West-Kaap zien waarom de regering van president Cyril Ramaphosa nu geen tijd meer te verliezen heeft. „Veel mensen van buiten Zuid-Afrika denken dat Ramaphosa té radicaal is. Het echte gevaar is dat hij niet radicaal genoeg is. Landhervormingen moeten nu gebeuren. En onteigening moet ook gebeuren. Zolang het rechtvaardig en billijk is.”

Trump bemoeide zich ermee

Ramaphosa kondigde deze maand aan de grondwet te willen veranderen om onteigening van grond zonder compensatie mogelijk te maken. Niet alleen de beurzen reageerden verontrust en straften de nationale munt. Ook de Amerikaanse president Trump bemoeide zich plots met Zuid-Afrika en waarschuwde per tweet voor „inbeslagname van land”.

Lees meer over de tweet van Trump:Waarom de witte boeren in Zuid-Afrika ineens op Trumps agenda staan

Al die onrust had volgens professor Hall voorkomen kunnen worden als regeringspartij ANC in de afgelopen 25 jaar zijn beloften had waargemaakt om de ongelijke verdeling van het land in Zuid-Afrika te herstellen. Volgens haar onderzoek is tenminste 67 % van de landbouwgrond nog altijd in handen van witte Zuid-Afrikanen, die minder dan 9 % van de bevolking uitmaken. Sinds 1994 is slechts 9,7 % van het land overgedragen aan zwarte boeren.

Als gevolg van de landwet van 1913 en de racistische politiek van het apartheidsregime werden naar schatting 3,5 miljoen Zuid-Afrikanen van hun land gedreven. Hele wijken werden met de grond gelijk gemaakt omdat wit en zwart niet te dicht op elkaar mochten wonen. Zwarte Zuid-Afrikanen werden verbannen naar ‘ thuislanden’ als Ciskei en Transkei in de Oost-Kaap, waar de landbouwgrond veel slechter is dan in provincies als de Vrijstaat, de voedselschuur van Zuid-Afrika.

Foto Bram Vermeulen
Foto Bram Vermeulen
Boer Stefan Smit wijst naar de golfplaten hutten op zijn voormalige land.
Foto’s Bram Vermeulen

„Het ANC is veel te langzaam geweest. Veel te bang om witte landeigenaren in de gordijnen te jagen over hun eigendomsrechten. Maar de staat moet ook vechten voor de mensen die in de afgelopen eeuw land zijn kwijt geraakt”, zegt Hall. Ze is een witte Zuid-Afrikaan en hoofd van Plaas, Afrikaans voor boerderij maar ook afkorting van het Institute for Poverty Land and Agrarian Studies. De ongelijke verdeling van het land zou ook hersteld kunnen worden met de huidige grondwet, onderstreept ze. „Artikel 25 van de grondwet geeft meer dan genoeg ruimte voor onteigening, mocht dat nodig zijn. Het is alleen nog niet getest. Het probleem is dat onteigening zonder compensatie tot in de hoogste rechtbanken zal worden aangevochten. Dat kan nog jaren duren. En die tijd hebben we niet.”

Ze gelooft dat onteigening nodig is als onderhandelingen tussen de boer en de regering over de prijs van land te lang voortslepen. Maar het moet per geval worden bekeken. „Iemand die recent een boerderij heeft gekocht heeft recht op volledige compensatie. Maar wat doe je met een boerderij die generaties lang heeft geprofiteerd van slavenarbeid?”

Als je langer dan 48 uur wacht, hebben mensen het recht om te blijven.

Stefan Smit boer in Stellenbosch

De bezetting van het land van boer Stefan Smit in Stellenbosch kan niet meer worden teruggedraaid, vreest hij. „Als je langer dan 48 uur wacht, hebben mensen het recht om te blijven.” Zijn zaak ligt nu voor de rechter. Aan de andere kant van de vallei zijn ze niet van plan nog te vertrekken. „Ik wist niet dat dit land van een boer was. Het land was leeg. Hij deed er niks mee. Ik heb geen geld om ergens anders huur te betalen”, zegt Chris Peko, als hij met rubberen laarzen zijn huisje in stapt. De regen van de afgelopen dagen heeft de vloer van zijn nieuwe woning in een modderbad veranderd. Op bed ligt zijn pasgeboren dochter, in het licht van het enige raam in huis. Het raam kijkt uit op de wijnlanden van Stefan Smit. „Als we hier niet mogen blijven, waar moeten we dan heen?”

Update (31-08-2018): In een eerdere versie van dit artikel werden cijfers van AgriSA gebruikt. Die zijn vervangen door die van onderzoeksinstituut PLAAS. De cijfers die AgriSA hanteert om aan te tonen hoe land tussen zwarte en witte Zuid-Afrikanen is verdeeld zijn volgens PLAAS problematisch omdat de regering niet langer de huidskleur van landeigenaren registreert. PLAAS kijkt naar de verdeling van de totale landoppervlakte en categoriseert: 67% voor ‘witte commerciële boeren’ , 15% communaal land (meestal staatsland) en 10% ander land in handen van de staat. Staatsland kan volgens PLAAS niet als „zwart” worden aangeduid „omdat een staat geen kleur heeft”.

    • Bram Vermeulen