Rond de Bloemendaalse strandtenten hoor je alleen nog maar harde muziek

Strandoverlast In Bloemendaal is de zee zelfs in de branding vaak niet te horen. De bas uit de strandtenten overstemt elk geluid. De gemeente worstelt ermee, want zijn de strandfeesten niet haast traditie?

Een diepe bas, voor de zeelucht uit, dreunt je deze zondagmiddag op de Zeeweg tegemoet. In Bloemendaal aan Zee kruisen rond vijf uur ’s middags twee groepen elkaar. Slippers, stoffen tassen met strandlakens en zonnekleppen sjokken omhoog, terwijl sneakers, buiktasjes en zwarte hotpants de duin aflopen.

Naar het strand bij Bloemendaal ga je voor een feestje – dat is haast traditie. Rond de eeuwwisseling waren er de grootschalige Beachbop-festivals, die tienduizenden bezoekers naar het stukje kust trokken. Later opende dancebedrijf ID&T hier de eigen strandtent Bloomingdale, de eerste in een rij beachclubs. De Britse krant The Times verkoos Bloemendaal in 2009 tot een van dé feeststranden van Europa. In zomerse weekenden staan er in de clubs niet zelden internationaal gerenommeerde dj’s, die soms duizenden feestgangers trekken.

Elbert Roest kan het geluid precies nadoen, in zijn werkkamer in het gemeentehuis van Bloemendaal: „Kadoenk, kadoenk, kadoenk.” Sinds februari van dit jaar is Roest burgemeester in de kustgemeente. Hij zegt het met nadruk: „Hon-derd-ze-ven-tig feesten waren er toen ik begon. In één seizoen. En dat begon dan vaak al ’s middags om drie uur.”

Zo traditioneel als de feestcultuur, is inmiddels ook het ongemak van de gemeente Bloemendaal. Enerzijds maakten de feesten het Bloemendaalse strand, vanouds slecht bereikbaar en weinig geliefd, tot een populaire hotspot. Maar de omvang van de feesten en het openlijke drugsgebruik zorgen al jaren voor toenemende problemen. Er waren incidenten: feesten waarvoor veel te veel kaarten verkocht waren, opstootjes, vecht- en schietpartijen.

En dan was er nog het nieuwe fenomeen van de vip-tafels. Roest: „Voor een bepaald publiek bleken die heel interessant om te netwerken.” De criminele onderwereld van Amsterdam, aldus de gemeente, zou zich in zomerse weekenden met regelmaat naar de Bloemendaalse kust verplaatsen.

Plannen om de feesten aan te pakken waren er al jaren, maar in 2018 moest het er echt van komen. In Bloemendaal zou het uit zijn met het feest – althans, een beetje dan.

Lees ook: Deze reportage over feesten in Bloemendaal uit 2008

Een ghb’tje

Zelfs vlakbij de branding is het ruisen van de zee deze zondagmiddag nauwelijks hoorbaar. Een korte strandwandeling brengt je binnen een paar minuten van house via hardstyle en soul naar latin. In het midden, voor de hardstyle, is de strook strand vrijwel leeg, op enkele Duitse toeristen na.

Gerlof Funke Küpper, de eigenaar van beachclub Vroeger, moet schreeuwen om verstaanbaar te zijn. „Ik zal het je eerlijk zeggen: ik vind dit verschrikkelijke muziek.” Zelf is hij meer van de oude soul. „Maar ja, de jonge mensen, hè, die vinden dit leuk.”

Küpper is vanmiddag overal: even kletsen bij de portiers, de bar, in overleg met politie en kustwacht, als ondersteuner bij de strandambulance. Iets na zessen heeft hij net geholpen een „ghb’tje” naar de reddingsbrigade te brengen. „Maar gelukkig zie je die drug lang niet zo vaak meer als een paar jaar geleden.”

Hij wil maar zeggen: in overleg met politie en reddingsbrigade zijn de afgelopen jaren al talloze maatregelen genomen om de feesten veiliger te maken. Hij kan het zo opsommen: betere verlichting, een gezamenlijk beveiligingsbedrijf, extra ingehuurde EHBO. „Jarenlang vond de gemeente de feesten hier helemaal fantastisch. We hadden altijd goed overleg. En opeens gaat men er keihard in.” Hij wijst naar het strand en snuift. „Emmer en schep? Dat is toch totaal achterhaald, mensen komen tegenwoordig met telefoons en iPads naar het strand.”

Vorig jaar september, bij het vernieuwen van de vergunningen, had de gemeente de strandtenten nieuwe regels gepresenteerd. Vanaf 2018 zouden nog slechts zes gezamenlijke feestdagen zijn toegestaan, en daarnaast maximaal vier feesten per paviljoen. Het zorgde voor grote onrust, waarna de gemeente een ‘gewenningsregeling’ (tien feesten, per paviljoen) overeenkwam met de strandtenten.

Behalve met Vroeger – de strandtent van Küpper legde zich niet bij de nieuwe regels neer en stapte begin dit jaar naar de rechter. Aanvankelijk met succes: dit voorjaar bepaalde een rechter dat Vroeger haar feesten als gepland kon voortzetten. Even leek de gemeente met lege handen te staan, terwijl al in het eerste weekend van het seizoen een gewonde viel bij een steekpartij. Andere strandtenten broedden op claims. Maar in beroep haalde Vroeger alsnog bakzeil. Op het laatste moment moest de club deze zomer enkele feesten afgelasten, omdat ze al aan hun limiet zaten.

Een bodemprocedure bij de Raad van State volgt nog. De omslag is, zegt Küpper, een „financiële strop”, juist voor Vroeger, feitelijk een discotheek aan het strand. Ook de overige strandtenten bereiden schadeclaims voor, zegt Ivo van Berkhoff, die namens Koninklijke Horeca Nederland de strandtenten in de gesprekken met de gemeente vertegenwoordigt. „De goede zomer heeft het een kleine beetje gecompenseerd, maar deze eigenaren hebben er echt slechte nachten van gehad. Ze hadden hun programmering al rond. Opeens staat je hele onderneming onder druk.”

Lees ook: Vip-tafels? Criminelen zijn er ook dol op

Ballentent

Frank van Rossum heeft in zijn strandtent San Blas speciaal een hoekje waar je rustig kan zitten. Hij schiet in de lach. Deze zondagmiddag kun je elkaar overal op zijn terras nauwelijks verstaan. De bas van de buren overstemt zelfs zijn soulmuziek. San Blas organiseert zelf geen feesten, maar „een feestje hoort bij Bloemendaal”, vindt Van Rossum. Hij herinnert zich Beachbop, hoe mooi dat was, met de kinderen op de schouders. Toch erkent hij: een beetje minder, dat mag wel.

In het winkeltje met strandballen tussen de tenten is men uitgesprokener. „Wat denk je zelf? Ik verkoop emmers en schepjes!” De man staat er al sinds midden jaren tachtig, wil zijn naam onder geen beding geven („noem me maar de eigenaar van de ballentent”), maar duidelijk is hij wel: „Het wordt hier steeds gekker. Het zou eens tijd worden dat de gemeente ingrijpt.”

Elbert Roest herinnert zich zijn eerste bijeenkomst met ‘de driehoek’ eerder dit jaar nog goed. Zijn gemeente deelt een politiekorps met buurgemeenten Zandvoort en Heemstede. „Zij zeiden: ‘Dit kan zo niet langer, Elbert. Er gaat zoveel capaciteit naar de stranden van Bloemendaal, dat die op andere plekken in het gedrang komt.’” Roest onderstreept: er staan soms wel twintig agenten op het strand, soms met honden en paarden. „Dat zie je normaal alleen bij risicowedstrijden.”

Toch zegt ook Roest: een feestje op zijn tijd, dat moet blijven kunnen. Op het plan voor het strand dat hij voor zich heeft liggen, staat een glaasje bubbels ook ingetekend. En zekerheid over hoeveel feesten er volgend jaar nog overblijven kan hij nog niet geven. Men is nog in gesprek, en het streefgetal van de strandtenten wijkt vooralsnog fors af van wat de gemeente in gedachte heeft.

De nieuwe identiteit van Bloemendaal aan Zee heeft de gemeente in samenwerking met een pr-bureau eerder al vastgelegd: kwaliteit en exclusiviteit. De slogan ‘Karakter aan de kust’ moet de gemeente vanaf half september uitdragen.

„Ik ben eerlijk”, zegt Roest. „Dit past ook in de visie die wij hebben voor het strand. Een plek waar je ook rustig kunt zitten, of sporten. Het moet hier ook voor bakfietsen uit Haarlem aantrekkelijk zijn.”

    • Clara van de Wiel