Carrière na een topfunctie: ‘Je holt, en ineens is dat afgelopen’

Na de hoogste baan Stoppen met een topfunctie betekent het roer omgooien, het leven opnieuw inrichten. En dat is niet altijd makkelijk. „Het was een zwart gat.”

Pepijn Barnard

Ze zijn gewend aan werkweken van zestig à tachtig uur. Ze hebben continu het gevoel dat ze nodig zijn, onmisbaar zelfs. En ze weten niet beter dan dat mensen naar ze luisteren.

Zodra een bestuursvoorzitter van een groot bedrijf aftreedt, valt dit alles in een keer weg. Dan moeten ze iets anders gaan doen. Maar wat?

De afgelopen weken interviewde NRC oud-topbestuurders die het roer na hun vertrek hebben omgegooid. Ze gingen koffieplantages uitbaten, wijn produceren of toneelspelen. Maar eenvoudig was het niet altijd, zo blijkt uit deze interviews, om hun leven opnieuw in te richten. „Het was gewoon een zwart gat”, zei Rijkman Groenink, oud-topman van ABN Amro.

Financieel hebben ze het meestal goed voor elkaar, werken is geen noodzaak. Maar stilzitten kunnen ze niet. Het komt vaak voor dat topmannen en -vrouwen worstelen als ze zijn afgetreden, zeggen headhunters desgevraagd. Zij kennen veel topbestuurders en helpen hen geregeld aan nieuwe klussen. „Je holt, je bent bezig, en ineens is dat afgelopen. Dat is confronterend”, zegt Jan Schaap van Schaap & Partners Executive Search Consultants. „Ze hebben altijd hard gewerkt, meestal hebben ze niet veel hobbies”, zegt Ralf Knegtmans van headhunter De Vroedt & Thierry.

Een aantrekkelijke optie, vinden veel oud-bestuurders, is om her en der toezicht te gaan houden – het liefst op grote aansprekende bedrijven. Dan blijven ze, hoewel op een andere manier, toch deel uitmaken van de top van het bedrijfsleven. „Ze vinden het fijn om hun kennis te delen en ergens bij te horen. En om erkenning te krijgen”, zegt Knegtmans. Commissariaten bij beursgenoteerde bedrijven hebben „de meeste status”.

Alleen: die zijn niet voor iedereen weggelegd. „Als je een vrouw bent met ervaring op niveau van de raad van bestuur, kun je kiezen”, zegt Rob Miesen, managing partner van leiderschapsadviesbureau Spencer Stuart in Nederland. „Voor een man van vijfenzestig is het meestal een uitdaging om een commissariaat te krijgen bij een beursgenoteerd bedrijf. Er zijn meer dan genoeg mensen die dat graag willen doen.”

In de regel geldt: hoe groter het bedrijf waar iemand zelf leiding aan gaf, hoe gewilder zij of hij is. „Als je ceo was van een AEX-bedrijf is het meestal makkelijk. Kleiner wordt vaak al lastiger”, zegt Miesen.

Ook maakt het nogal wat uit hoe iemand is weggegaan. „Als er iets aan je kleeft willen bedrijven niet met je in zee”, zegt Eelco van Eijck van recruitmentkantoor Amrop. „Zelf denken mensen soms na een paar jaar: nu kan het wel weer. Maar dat is niet zo.” Hen adviseert Van Eijck soms een rol als „shadow-ceo”. Dat betekent: iemand die achter de schermen een nog onervaren leider helpt en adviseert.

‘Omhoog, omhoog, omhoog’

Voordat Ad Scheepbouwer vertrok als topman bij telecombedrijf KPN, dacht hij ook dat hij commissaris wilde worden. Hij kreeg zelfs drie aanbiedingen. „Je zit vast in een denkpatroon, dat zoiets vanzelfsprekend is als je weggaat. Maar eigenlijk leek het me helemaal niet leuk. Veel minder leuk dan zélf leiding geven. Het is best een stap om dan te zeggen: nee dank je.”

In plaats daarvan ging Scheepbouwer investeren, in internetbedrijven. „Ik had al een belang in Wehkamp [de webwinkel, red.], toen ben ik meer bedrijven gaan zoeken. Nu heb ik er aardig wat verzameld.”

Lees ook dit interview met Ad Scheepbouwer: ‘Gladde jongens, daar heb ik niks mee’

Het is de afgelopen tien, twintig jaar gebruikelijker geworden dat oud-topbestuurders gaan investeren, zegt Rob Miesen van Spencer Stuart. „Soms doen ze het zelf of met mensen die ze kennen, soms samen met een private-equitybedrijf. Die zoeken vaak heel specifiek naar mensen met ervaring in een bepaalde industrie.”

Wat wél kan: na je vertrek overstappen naar een succesvol jong bedrijf

En een gewone baan nemen? Een divisie leiden binnen een groot bedrijf? Landenmanager worden? Sommige headhunters zien dat heel soms gebeuren, anderen nooit. „In de corporate wereld is dat not done”, zegt Ralf Knegtmans van De Vroedt & Thierry. „Je moet omhoog, omhoog, omhoog. Dat heeft ook te maken met status. Dat zal voor de nieuwe generatie ceo’s denk ik anders liggen, die hebben gemiddeld wat meer oog voor hun privéleven, voor hobbies. Die hoeven na hun vertrek misschien niet allemaal chique commissariaten.”

Wat wél kan, zegt Jan Schaap van Schaap & Partners: „Na je vertrek overstappen naar een succesvol jong bedrijf.” Als voorbeeld noemt hij Joop Wijn, die na zijn vertrek als bestuurder bij ABN Amro vorig jaar aan de slag ging bij betaalbedrijf Adyen. Deze zomer ging Adyen succesvol naar de Amsterdamse beurs. „Dan is het goed uit te leggen: een ervaren bestuurder die een veelbelovend jong bedrijf komt versterken.”

En als je al deze opties niet ziet zitten en iets heel anders wil? „Dan gaan headhunters je niet helpen”, is de ervaring van een oud-topman die anoniem wil blijven. „Je wordt veel gebeld met aanbiedingen in de hoek waar je vandaan komt, niet daarbuiten. Dat moet je op eigen kracht regelen.” Deze oud-topman is nog zoekende. In elk geval gaat het roer dus om.

    • Teri van der Heijden