Het ‘groene’ onderwijs zit klem

Onderwijsbeleid Jarenlang ging het goed met agrarische opleidingen. Nu worstelen groene scholen met bezuinigingen en veranderingen in de sector.

Leerlingen van het Prinsentuincollege in Breda bij hun eerste schooldag. Foto’s Roos Pierson

Als enige vrouw in een groep met twaalf mannen loopt Charlotte van Oosten (18) de kas uit. „Dat gaat goed hoor, tussen de jongens”, zegt ze, terwijl ze een tractor passeert. Ze is net begonnen met het derde jaar van de hoveniersopleiding – haar ouders hebben een kwekerij. Als ze klaar is, wil ze het tuinontwerp in.

In de kassen van het Prinsentuin College, een groen mbo in Breda, wonen ook dieren: eekhoorns, reptielen, muizen. In de klaslokalen van het schoolgebouw vind je een nagemaakte dierenwinkel, bloemenwinkel en dierenartspraktijk. Hier worden dierenartsassistenten, telers, en paardenhouders opgeleid.

Het groene onderwijs loopt gevaar, volgens de Onderwijsinspectie. De krimp slaat hier naar verwachting eerder en harder toe dan in de rest van het vmbo en mbo, omdat groene scholen zich vooral in de regio bevinden. Besturen houden daar in hun begrotingen te weinig rekening mee, concludeerde de inspectie dit voorjaar na onderzoek. Voor 2032 wordt een leerlingenkrimp verwacht van 30 procent. In 2017 gingen 25.000 vmbo-leerlingen en 24.500 mbo-studenten naar één van de dertien agrarische scholen (elf zelfstandige groene opleidingscentra, twee vallen onder een ROC).

Aanleiding voor het inspectie-onderzoek waren ‘signalen uit de sector’: het Zeeuwse en Zuid-Hollandse Edudelta is gestopt met onderwijs vanwege financiële problemen, het Friese Nordwin College kwam begin dit jaar onder verscherpt financieel toezicht te staan. Daar was sprake van „financieel wanbeleid” en „ernstige nalatigheid” in het waarborgen van de onderwijskwaliteit door het bestuur en de raad van toezicht, schrijft de inspectie in een rapport dat maandag verschijnt. Wat is er aan de hand in het groene onderwijs?

Financieel wanbeleid en nalatigheid bedreigen kwaliteit van het onderwijs op agrarische scholen

Bezuinigingen

Sommige agrarische opleidingscentra (aoc’s) zijn in de knel gekomen door bezuinigingen van Rutte-II op het groene onderwijs, zegt Rien van Tilburg, voorzitter van de koepelorganisatie AOC Raad. Daardoor kreeg het groene mbo tussen 2016 en 2018 jaarlijks 25 miljoen euro minder. „Terwijl we jaren de wind in de rug hadden. Acht jaar geleden kregen we meer geld per leerling dan een ROC of middelbare school, omdat we onder het ministerie van Landbouw vielen.”

Dat het groene onderwijs harder zal krimpen dan andere scholen, zoals de inspectie stelt, noemt Van Tilburg „een opvatting”. „In de praktijk zien we juist dat we op sommige plekken minder hard krimpen. De regionale verschillen zijn groot: er zijn ook groene scholen die groeien.”

Op krimp anticiperen, zoals de inspectie graag wil, is bovendien lastig, zegt Van Tilburg, die ook bestuursvoorzitter van het Noord-Hollandse Clusius College is. „Wij hebben jarenlang begroot op 1 procent krimp, maar we groeiden almaar.” Ilona Dulfer, bestuurder van het Friese Nordwin College: „De cijfers van DUO voorspellen niet altijd de werkelijkheid. Het Nordwin kreeg jaren te horen dat er minder leerlingen zouden komen, maar we groeiden toch. ”

Toch: die krimp zal komen. Dat er op agrarische scholen veel relatief kleine opleidingen zijn, is een extra risico voor de onderwijskwaliteit, aldus de inspectie. „Kleinschaligheid maakt kwetsbaar”, zegt Van Tilburg. „We ontkomen er iet aan het aantal opleidingen te verminderen.”

Groene onderwijsinstellingen zullen in de toekomst nog meer met opleidingen in de regio moeten samenwerken, denkt hij. Daar worden nu plannen voor gemaakt op initiatief van het ministerie van Onderwijs, waar de scholen sinds dit jaar onder vallen.

Op het Prinsentuincollege worden ver schillende praktijksituaties nagebootst. Foto Roos Pierson

Minder bedrijven, meer relevantie

Wat ook speelt: de agrarische sector verandert. De opdrachten uit het bedrijfsleven lopen terug, constateerde de inspectie. „Door schaalvergroting neemt het aantal bedrijven af”, zegt Van Tilburg. „En het aantal mensen dat nodig is om een kilo tomaten te produceren ook. Maar de relevantie van ‘groen’ neemt toe: denk aan het voedselprobleem, het klimaat, de circulaire stad.” Opleidingen passen zich aan: hoveniers doen ook aan watermanagement, bloemisten leren fotograferen en stylen, telers leren milieu-efficiënt kweken.

Bedrijven staan nog altijd om groen opgeleide mbo’ers te springen, zeggen Van Tilburg en Dulfer. „Ondernemers zoeken niveau 1 of 2-studenten voor productiewerk. In de hoveniers- en groenvoorzieningsbranche zijn er voor hen ontzettend veel banen.”

Dat zeggen ze op het Prinsenbeek College in Breda ook. „Er wordt aan onze studenten getrokken”, zegt afdelingsmanager Bob Schalken. „Vergelijk het met de bouw.” Van leerlingenkrimp is vooralsnog geen sprake. „Onze milieu- en dieropleidingen groeien zelfs sterk. Deze hete en droge zomer helpt daar weer een handje bij.”

    • Mirjam Remie