Elk gasveld wordt een strijdperk

Gaswinning De Groningse gasproductie is verlaagd. Elders moet juist meer worden geproduceerd. Tot onvrede van burgers en gemeenten.

De bouw van een boortoren in 1998 bij Maasdijk, in het Westland, voor een proefboring van de NAM. Foto Ton Borsboom/ANP

Een tuinder is niet snel bang, weet Jelle Vreugdenhil. Prijsschommelingen, droogte, windhozen: zijn incalelies hebben alles overleefd. Maar extra gaswinning, pal onder zijn erf, dat is een ander verhaal. „Mogen de huizen en de kassen hier straks soms ook gaan scheuren?”

Vroeger ging het gasdebat aan het Westland voorbij. Ja, de aanvoer van gas is voor de telers en tuinders altijd belangrijk geweest. Dat het hier ook uit de grond kwam, al sinds de jaren tachtig, was bijzaak. Tussen de kassen, de kerkspitsen en de uitdijende dorpen vielen de boortorens nauwelijks op. Tot nu, zegt Pieter Varekamp, wethouder voor VVD Westland: „Toen het in Groningen begon te rommelen, is onze aandacht op ons eigen gas gevestigd.”

De geologische kaart van Nederland is bespikkeld met poreuze steenlagen vol aardgas. Uit meer dan 100 kleine gasvelden wordt elke dag gas gepompt. Vaak zijn ze, zoals in het Westland, decennia geleden haast geruisloos in gebruik genomen. Maar dat was voor de bevingen in Groningen en voor de energietransitie werd vastgelegd in het klimaatakkoord van Parijs. Kortom, vóórdat gas op de politieke agenda stond.

Geruisloos gaat het tegenwoordig zelden meer. Nieuwe plannen voor het uitbreiden of verlengen van gaswinning plaatsen de Rijksoverheid lijnrecht tegenover gemeenten en bewoners. Die geven zich niet gemakkelijk gewonnen. Elk gasveld is een strijdperk geworden.

Liever eigen gas dan import

Lees ook het NRC-interview met de NAM-directie over kleine gasvelden en de toekomst van het bedrijf.

De kleine gasvelden, samen goed voor 30 procent van de Nederlandse gasproductie, worden steeds belangrijker. Afgelopen week verlaagde het kabinet de jaarlijkse gaswinning uit Groningen, ooit 54 miljard kubieke meter, tot onder de 20 miljard kuub voor komend jaar. Tegelijkertijd moet een aantal kleine velden juist méér produceren dan gepland. Liever eigen gas dan import, redeneert minister Wiebes (Economische Zaken, VVD).

Dat maakt gasvoorraden zoals die onder het Westland van groot belang. Hier bevindt zich nog twee miljard kuub gas in de bodem. Een fractie van het Groningse gas, maar interessant genoeg voor de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Die wil nu niet dit jaar, maar pas in 2027 de pomp stilzetten.

Aan extra gaswinning kleven risico’s: de laatste beetjes zijn het lastigst. De steenlaag wordt brozer, de vereiste technieken bruter, de kans op verzakkingen en bevingen neemt toe, liet onderzoek van TNO dit jaar zien. Het grootst is het bevingsgevaar voor Westlanders in ’s Gravenzande, recht onder de lelies van tuinder Vreugdenhil: 42 procent. Die kans kan alles zijn tussen lichte trillingen en een aardschok met een kracht van 3,9 op de schaal van Richter.

„Dan ga je hier toch niet lopen klooien voor een beetje gas”, zegt Vreugdenhil. Hij stapt over een vloer van vertrapte lelies de kas in. De mogelijke schade voor zijn handel schat hij „in de miljoenen”. Reken maar uit, zegt hij. Weg glas, weg gewas. En een klant bedenkt zich na een beving wel twee keer voor hij weer in het Westland inkoopt.

Overheid versus overheid

Ondernemersrisico’s, landschapsvervuiling, bodemdaling: de zorgen verschillen per gasveld, maar het verzet organiseert zich steeds beter en feller. Lokale bewegingen, van Laat het Groene Hart niet barsten tot het Drents-Overijssels-Friese Gas D’rof, zien elkaar regelmatig om hun strategieën te bespreken. Nieuw is de hulp van lokale bestuurders. Die hebben juridische ervaring, mogen meepraten en kennen de ambtelijke kluwen.

Dat gemeenten nu zelfs naar de rechter stappen, wijst op een omslag, zegt woordvoerder Evert Hassink van Milieudefensie. Procederen tegen het Rijk, overheid tegen overheid, dat deed je liever niet. Tót Groningen. „Die schroom is nu wel verdwenen.”

Woon je boven een gasveld of olieopslag? Dan heb je vaak niets in te brengen.

Van een gasbesluit kom je niet zomaar af. Een gemeente mag boven op een gasbel zitten, de lokale macht reikt niet verder dan 500 meter diep. Onder die grens zijn alle beslissingen in handen van de Rijksoverheid. Het ministerie van Economische Zaken, dat ook het gas afneemt van de NAM, verleent de vergunningen. Een advies vooraf en een ‘kritische zienswijze’ na afloop: dat zijn de machtigste middelen van de gemeente.

Dus lonkt de gang naar de rechter. Daar lijken de kansen op succes te groeien. Het Groningse gasbesluit sneuvelde vorig jaar voor de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, in een zaak aangespannen door provincie, gemeenten en inwoners.

In juni hield de gemeente Krimpenerwaard bij dezelfde rechter met succes de plannen van het Canadese Vermilion tegen voor een proefboringslocatie. Het Drentse Westerveld stapt samen met het Overijsselse Steenwijkerland naar de Raad van State om nieuwe winningsplannen te laten verwerpen.

Voor Westland is de Raad van State niet het doel, zegt wethouder Varekamp. Maar als het moet, dan moet het. Liever regelt hij het zonder rechter, informeel. Lobbyen. Voor klare taal over de gevolgen, voor vergoedingen aan bewoners en ondernemers als het straks toch mis gaat. En dan helpt het, merkt hij, dat het Binnenhof op een steenworp afstand ligt. „Groningen is toch twee uur rijden. Vanaf hier sta je in twintig minuten in Den Haag.”

    • Rik Rutten