Opinie

    • Luuk van Middelaar

Duitsland verzet de bakens van Europa

Terwijl Nederland de zomerse hittegolf benutte om het cultuurgoed van de Elfstedentocht voor de ondergang te behoeden – als het niet op schaatsen kan, dan maar in zwempak – praatte Duitsland over zijn positie in een wereld met Trump. De Duitsers beseffen dat het arrangement waaraan ze sinds 1949 hun welvaart en veiligheid ontlenen, Amerikaanse bescherming, niet langer houdbaar is. Op zoek dus naar een nieuw kompas, in essays, toespraken en zelfs fictie.

Vandaar het succes van de roman Hochdeutschland van Alexander Schimmelbusch, waarin de hoofdpersoon een ruig links-populistisch politiek manifest schrijft, voor meer wij-gevoel, een maximuminkomen en Europees asielrecht-plus-dichte-buitengrenzen. Vandaar een voorpaginapleidooi in Die Zeit (9/8) voor invoering van sociale dienstplicht, om weerbaarheid en burgerzin te versterken. Vandaar dat ook de politieke leiding oude reflexen achter zich laat. De jonge minister van BZ Heiko Maas (SPD) toonde zich in een stevig opiniestuk voor Handelsblatt (21/8) „sceptisch, wanneer verstokte atlantici zeggen dat we dit presidentschap gewoon moeten uitzitten”: het gaat om meer dan Trump, want de Europese en Amerikaanse belangen drijven al langer uiteen.

De minister bepleit de bouw van een „sterk, soeverein Europa” – een vocabulaire dat aansluit bij dat van president Macron – en van belasting op Amerikaanse techgiganten als Google en Apple. Wolfgang Ischinger, oud-ambassadeur in Washington, zei vorige week over hetzelfde thema: „Het is ongezond dat de veiligheid van 500 miljoen mensen [in Europa] aan anderen wordt overgelaten.” (Financieele Dagblad, 22/8)

De heroriëntatie bij de sterkste EU-macht zal ook Nederland raken. De Bondsrepubliek wil Europa meer politieke slagkracht geven. Niet alleen op de centjes passen, zoals Den Haag graag doet, maar ook handelen.

Het verklaart Merkels frappante koerswijziging in de strijd om Europese topfuncties. Onverwacht ziet ze af van het pushen van Jens Weidmann als opvolger van ECB-president Mario Draghi, herfst 2019. Weidmann, president van de Bundesbank, heeft zich met zijn harde eurobeleid zo ongeliefd gemaakt in Zuid-Europa dat zijn benoeming veel politiek kapitaal zou kosten (als het al zou lukken). In plaats daarvan, zo lekten regeringsbronnen, wil de bondskanselier inzetten op het voorzitterschap van de Europese Commissie, mogelijk voor haar vertrouweling, Peter Altmaier, de minister van Economische Zaken. (Of dat gezien anti-Duitse sentimenten elders in Europa meer kans maakt, is een vraag waaraan de Duitsers zelf vooralsnog voorbijgaan.)

Interessant is Merkels argumentatie: Europa is er niet alleen voor economie en monetair beleid, maar om politiek te bedrijven. Dan heeft het Commissievoorzitterschap in Brussel meer gewicht dan het ECB-presidentschap in Frankfurt.

In Duitsland won dit argument aan kracht door de verrassende wapenstilstand die Commissievoorzitter Juncker eind juli bereikte met Trump. Zo wendde hij een transatlantische handelsoorlog af, tot opluchting van de Duitse auto-industrie. Hulde dus voor de vaak verguisde Juncker, die de politieke intelligentie toonde zich te bevrijden van de ‘mag-niet-kan-niet’-korset van zijn ambtelijk apparaat en Trump tegemoet trad op diens favoriete terrein: als tegenstander in een harde onderhandeling, inclusief geladen pistolen. The Art of the Deal. Naar verluidt brachten beide mannen vier uur met elkaar door. Na afloop twitterde een blije Trump ongeveer hartjes naar de Luxemburger.

Uit dit succes moet wel de juiste conclusie worden getrokken. Niet: gelukkig valt het mee. Maar: de Amerikaanse president respecteert enkel kracht. Onverminderd dus de noodzaak die gezamenlijke kracht te ontwikkelen.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht (Leiden). Deze column is wekelijks.

    • Luuk van Middelaar