Recensie

Bernard Haitink roert de zaal tot tranen in Mahlers ‘Negende’

Vervanging Gatti Haitink leidt het Koninklijk Concertgebouworkest in Mahlers Afscheidssymfonie door alle stadia van de rouw. ●●●●●

Bernard Haitink (tijdens een eerder concert). Foto Ronald Knapp

Na de pijnlijke scheiding van chef-dirigent Daniele Gatti vond het Koninklijk Concertgebouworkest woensdag troost in de warme omhelzing van twee oude beminden. Met Gustav Mahlers Afscheidssymfonie en Bernard Haitink op de bok konden de musici hun tranen wegspoelen over een verbroken huwelijk, want een chef-dirigent is een muzikale echtgenoot. En met Haitink had het orkest een ervaringsdeskundige in zijn midden. Zo’n drie decennia geleden vertrok hij met een gekwetste ziel uit Amsterdam.

Ruim twee maanden geleden dirigeerde Haitink hier eveneens die Negende. Dat concert kwam in het teken te staan van zijn struikeling en val na afloop. Maar onder de broze 89-jarige verschijning schuilt taaie levenskracht. Haitink leidde de musici door alle stadia van het rouwproces, uitmondend in afgronden van stilte en berusting. In deze muziek nam Mahler afscheid van de traditionele symfonie, van de liefde en van het leven – een wereld brokkelt af en stort ineen.

Mahler en Haitink verhulden niet dat het bestaan weinig vloeiende lijnen kent, dat het vaak een wreed en willekeurig samenspel is van emoties en toeval. De Negende weerspiegelde dat. Een eenzame hobo verhief zijn stem, maar werd begraven onder donderende strijkers en een koperen stormwind. Woede en onbegrip weerklonken, maar ook liefdevolle en warme soli van viool en fluit aan het einde van het openingsdeel, dat herinnerde aan een zomermiddag bij Claude Debussy.

Lees ook: Gatti’s interpretatie van de Eerste symfonie van Mahler was ook vijf ballen waard

Orkest en Haitink verklankten de innerlijke zee van Mahlers gemoed, waar de branding houvast zoekt op het land, maar telkens weer terugglijdt de diepte in. Het geweld van het afgebeten slotakkoord in het derde deel joeg een huivering door de zaal. In het afsluitende ‘Adagio’ opende het orkest de poorten naar een andere wereld, gaf het zich over aan het mysterie, met de glasachtige tonen in de violen, met strijkers die veranderden in een koor. De ontroering liet zich zien in de zaal, en zelfs enkele orkestmusici pinkten na afloop een traan weg. Anderhalf uur lang voelde iedereen wat het betekent om mens te zijn.

    • Joost Galema