RvS schrapt eisen Amsterdam aan raamprostitutie gedeeltelijk

De gemeente stelt terecht een maximum aan de tijd die sekswerkers in werkruimtes mogen zijn. Wel mag een toezichthouder geen intakegesprekken meer opvragen bij de exploitanten.

De Amsterdamse Wallen in 2015. Foto Robin Utrecht/ANP

Amsterdam moet een deel van de eisen aanpassen die het stelt aan de afgifte van vergunningen aan raamprostitutiebedrijven. Zo hoeven exploitanten intakegesprekken met sekswerkers niet meer beschikbaar te stellen aan gemeentelijke toezichthouders. De gesprekken zelf moeten nog wel worden gehouden, zo heeft de Raad van State woensdag bepaald.

De vorig jaar overleden burgemeester Eberhard van der Laan kondigde in 2013 strengere vergunningseisen af om mensenhandel en uitbuiting tegen te gaan. Naast de verplichte intakes mogen werkruimtes bijvoorbeeld nog maar een beperkte tijd aan sekswerkers worden verhuurd. Tegen de maximale verhuurtijd (zes dagen per week, elf uur per dag) maakte de Raad van State geen bezwaar, maar het vastleggen van gegevens over de professionele seksuele activiteit van sekswerkers kan, op basis van de destijds geldende Wet bescherming persoonsgegevens niet door de beugel. Inmiddels is deze wet vervangen door de Europese AVG.

Lees ook: 1012-beleid op de Wallen: wat is het effect?

Ook enkele andere voorwaarden zijn door de Raad van State van tafel geveegd. Zo mag de gemeente niet van een exploitant eisen dat hij lopend binnen twaalf minuten aanwezig moet kunnen zijn bij een prostitutieraam als een toezichthouder daarom vraagt. Ook kunnen zij niet verantwoordelijk worden gehouden voor overtredingen van hygiëneregels door sekswerkers wanneer zij daarop geen zich hebben en geen invloed kunnen uitoefenen. Deze vergunningseisen gaan tegen de Dienstenrichtlijn in, die het vrije verrichten van diensten binnen de EU regelt.

    • Jorg Leijten