Het Theater Festival presenteert een regenboogkeuze uit het seizoen

Theater Festival De selectie van de Toneeljury geeft een scherp beeld van de gevarieerdheid in het theateraanbod. De voorstellingen zijn vanaf volgende week allemaal te zien op het Nederlands Theater Festival.

Conversations (at the end of the world) van Het Zuidelijk Toneel Foto Kurt van der Elst

‘Schaamt u zich niet?!” riep een man de weglopende bezoekers van de voorstelling Conversations na. Ze vertrokken eerst in drommen en daarna druppelgewijs, bij een catastrofale opvoering van het toneelstuk tijdens festival Theater Aan Zee, begin augustus in Oostende. Alle weglopers zaten bovenin de zaal, op een houten tribune die vreselijk kraakte bij elke stap. Waardoor hun afkeuring iedereen raakte: publiek en acteurs. Op deze zonnige dag was de hitte bovenin in een zaal zonder airco kennelijk niet vol te houden. „Je voelde de temperatuur met elke stap naar beneden dalen”, verklaarde een bezoeker na afloop.

Voor wie laag op de tribune zat, was de warmte een overkomelijk probleem, maar de ongrijpbare aard van de voorstelling van Het Zuidelijk Toneel zal flink hebben bijgedragen aan de drang om naar buiten te willen. In Conversations (at the end of the world) in de regie van Kris Verdonck, bevindt een vijftal mensen zich in een desolaat zandlandschap. Dat decor is imponerend: grijze heuvels kunstzand vullen het gehele vloeroppervlak.

De eerste man die het woord neemt, draait zichzelf moedwillig vast in een anekdote over ene Nikolai Ivanovich, die wodka drinkt. Tevens stelt de man dat er buiten en binnen Nikolai Ivanovich niets bestaat. Want het aanwezige is afwezig. In die trant volgen er anderhalf uur lang vele, met de logica strijdige anekdotes, opmerkingen, fabels en korte gesprekken, over kikkers, een man die voortdurend bakstenen op zijn hoofd krijgt en vergeten is wie hij is, etcetera – aanvankelijk begeleid door vrolijk pianospel als bij een stomme film.

Maar na tien minuten spel is er eerst een lange stilte, waarin de acteurs bijna tien minuten zwijgen en roerloos in het zand staan, als wassen beelden. Hoe zo’n passage te interpreteren? Als een uitbeelding van het afwezige aanwezige of van gestolde tijd, als ruimte voor contemplatie of als een moedwillige ondermijning van het idee dat theater moet entertainen, dat theater bestaat uit tekst en beweging? De raadselachtige fase kwam op mij vooral over als een poging tot avant-garde, van een achterhaalde soort. Alsof opwinding bij theater ontstaat door te verzaken theater te maken.

Als de verhalen worden hernomen, volgen er mijmeringen over de grenzen van tijd, ruimte en verbeelding, bijvoorbeeld over het idee dat wij de droom zijn van een man die weer zijn eigen droom is. Het is nonsens en ongerijmd, een enkele keer bijna filosofisch of poëtisch.

De teksten zijn van de Russische absurdist Daniil Charms (1905-1942). Maar in deze enscenering klinkt Charms’ bevrijdende absurdisme opgelegd en zwaarwichtig. De lach biedt maar een enkele keer een uitweg. Wat subversief zou kunnen zijn, brengt Verdonck met de air van Grote Kunst.

Conversations (at the end of the world) is een van de elf voorstellingen die de Toneeljury heeft geselecteerd als beste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Ze zijn vanaf volgende week allemaal te zien op het Nederlands Theater Festival. In de keuze van de jury ontbreken enkele spraakmakende voorstellingen (zoals Othello), maar daar staat tegenover dat de keuze een goede indruk geeft van het gevarieerde aanbod in het theater. Alsof de Toneeljury bewust alle mogelijke kleuren en smaken aan bod wil laten komen.

En dan is de keuze voor Conversations wel te begrijpen: om erop te wijzen dat er theater wordt gemaakt dat tegen beeldende kunst aanschurkt.

Abke Haring maakte eerder solo’s volgens dezelfde misvatting dat lange, zwijgzame fases en verstilling het equivalent zijn van kunstzinnige expressie. Maar haar nu geselecteerde Platina is juist een wondertje van fysiek acteren en naar het leven tastende taal: een theatraal gedicht. Haring speelt een vrouw die inpraat op een stervende geliefde die maar met moeite tot spreken te bewegen is. Haar verkrampte ziel etaleert ze met elastieke rekkingen en buigingen met hoekige gebaren. De stiltes zijn er nog, maar korter, en geladen met verbeten pijn. Waar Verdonck inzet op een plaatjesdecor zit de schoonheid van Platina in de acteurs. Dat leidt tot een boeiendere kijkervaring.

Liberia

Aan het andere einde van het spectrum van de Juryselectie bevinden zich de fel-realistische, geëngageerde voorstellingen, bijna documentair theater. Zoals The Bright Side of Life, dat door de ontspannen verteltoon van acteur Bright Richards de argeloze bezoeker sluipenderwijs naar de verschrikkingen van de Liberiaanse Burgeroorlog van 25 jaar geleden leidt. Zijn verhaal is even charmant als confronterend, en het is een treffend voorbeeld van de vele voorstellingen van het afgelopen seizoen over migranten en migratie, onder meer door theatermakers met een niet-Nederlandse afkomst.

Net als The Bright Side of Life haalt Para een ‘vergeten’ historische periode terug. Deze monoloog van auteur David Van Reybrouck, gespeeld door Bruno Vanden Broecke, gaat over de Belgische vredesmissie in Somalië, ook 25 jaar geleden. Minutieus beschrijft de ex-commando die erbij was zijn liefde voor wapens, de onmogelijkheid van de opdracht, het gebrek aan alles in Somalië, de groeiende gekte onder de soldaten, de doden die vallen onder de burgers, de kritiek uit het thuisland.

Zijn openhartige relaas schuwt de excessen niet en bouwt op naar een onthullend slot met filmische effecten. Vanden Broecke is een begeesterend verteller, kalm en naturel, en net stoer genoeg om voor ex-soldaat door te gaan. Gestaag raakt hij uit de pas en wordt zichtbaar hoezeer zijn psychisch evenwicht verstoord is geraakt. Die prestatie is beloond met een nominatie voor de Louis d’Or, de prijs voor beste acteur.

Slechts twee van de elf nominaties zijn aan te merken als klassiek repertoire of regulier teksttoneel. Dat aantal weerspiegelt vrij precies de afnemende rol die repertoire speelt in deze tijd. De geoliede modernisering door Robert Icke van Oedipus levert een flitsend acteerduel op tussen Hans Kesting en Marieke Heebink. Ook bij de spitse boekbewerking van Jacob Derwig van Revolutionary Road excelleren de acteurs.

Verkleedkist

Met Daar gaan we weer (White Male Privilege) zit het theater dicht op een ander brandend onderwerp in de maatschappelijke actualiteit: het identiteitsdebat. Voor de niet-ingevoerde is deze discussie tussen drie personages, een tekst van Annelies Verbeke, een handzame uiteenzetting van mogelijke standpunten en argumenten. Maar wie het debat een beetje volgt, mist een origineel gezichtspunt.

Salam moet het juist hebben van allerlei opportunistische verwijzingen naar de actualiteit. De associaties in dit tot muziektheater herschapen bijbelverhaal over aartsvader Abraham schieten alle kanten op, van Verlichting tot terrorisme en Oostenrijkse kelders. De bonte mix van zang, dans, muziek en tekst, al decennia eigentijds, is onderhoudend genoeg, maar de opgelegde symboliek zit het verhaal in de weg. Als representant van het vele bijzondere muziektheater in Nederland is Salam niet de meest voor de hand liggend keuze.

In de hoek van opkomende theatercollectieven die dwingende vragen stellen aan het eigen medium is de keuze voor Ur van Urland wel zeer te billijken. Terug naar de magische bron van theater wil deze groep: naar de verkleedkist, de ongebreidelde fantasie. Dat lukt en het levert een aanstekelijke collage van malle en creatieve sketches op.

Zo bekeken geeft deze juryselectie zicht op bijna alle recente ontwikkelingen en actuele thema’s in het theater. In de regenboogkeuze ontbreekt wel (net als vorig jaar) de komedie, een indicatie voor het wat kwijnende bestaan dat dit genre leidt. Ook in dat opzicht valt te betreuren dat de jury voorbijging aan het satirische Gidsland.

Lees ook de recensie van ‘The Nation’: Eric de Vroedts ‘The Nation’ is de theatergebeurtenis van het jaar

Er is één voorstelling die alle categorieën overstijgt, en dat is The Nation van Het Nationale Theater. Een gloedvolle tekst, waarvoor Eric de Vroedt deze week werd genomineerd voor de Toneelschrijfprijs, een swingend spelend ensemble en een trefzekere multimedia-aanpak leveren een hyperactueel, geëngageerd en eigentijds spektakel op. Met avant-gardistische elementen – de Netflix-structuur, het vloggen, de genre-pastiches van tv-formats – die het theater ook echt een stap verder brengen.

The Nation staat aan de top van een brede piramide. Een „rijke oogst”, zag de jury onder leiding van Ferry Mingelen, die liet weten te hebben moeten kiezen uit zestien gelijkwaardige kandidaten. Daar valt over te twisten, maar de voorliggende selectie biedt ontegenzeggelijk de mogelijkheid om je op de hoogte te stellen van de stand van zaken in het theater. Op naar het Theater Festival.

    • Ron Rijghard