OM eist in hoger beroep 14 jaar cel in zaak Nicole van den Hurk

Van den Hurk uit Eindhoven verdween in oktober 1995. Pas in 2014 arresteerde de politie Jos de G. na een directe DNA-match. Hij werd veroordeeld voor verkrachting.

De vindplek van het lichaam van Nicole van den Hurk. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Justitie heeft in hoger beroep woensdag 14 jaar cel geëist tegen Jos de G., de verdachte in de zaak Nicole van den Hurk. Het OM in Den Bosch verdenkt De G. er niet alleen van het vijftienjarige meisje in de jaren negentig verkracht te hebben, maar denkt ook dat De G. haar gedood heeft.

Lees ook: Lange tijd werd de vader van Nicole van den Hurk beschuldigd van de moord. Lees hier het interview met Ad van den Hurk dat NRC uit 2014.

Van den Hurk uit Eindhoven verdween in oktober 1995. Haar lichaam werd anderhalve maand later teruggevonden in de bossen bij Mierlo en Lierop, in het noorden van Brabant. Pas in 2014 arresteerde de politie De G. nadat in 2011 een directe DNA-match was gevonden tussen sporen op het lichaam en zijn genetisch profiel. Hij bleek al in een tbs-kliniek te zitten vanwege een verkrachtingszaak in 2000.

‘Geen tbs’

Het OM eiste woensdag geen tbs omdat niet waarschijnlijk kan worden vastgesteld dat hij in 1995 al leed aan de stoornis die in 2000 gediagnosticeerd werd. Justitie gaat nu uit van volledige toerekeningsvatbaarheid, maar of de rechter daarmee akkoord gaat moet nog blijken. Justitie eist de maximale gevangenisstraf. Dat is in dit geval 14 jaar omdat zij rekening moet houden met de straffen die De G. al opgelegd heeft gekregen.

In 2016 wilde het OM ook dat hij veertien jaar celstraf zou krijgen, maar de rechter vond dat er niet genoeg bewijs was voor doodslag. Het was volgens de rechtbank niet uit te sluiten dat een ander het meisje na het seksueel misbruik had gedood en dus werd De G. werd alleen veroordeeld voor verkrachting.

Justitie ging daartegen in beroep, net als De G. Hij beweert dat het meisje destijds vrijwillig seks met hem had. In december vorig jaar werd bekend dat de politie een undercoveragent op de zaak zou zetten om alsnog te bewijzen dat hij haar had omgebracht.

Getuigen

De G. zou jaren geleden al tegenover getuigen hebben toegegeven dat hij het meisje had gedood. Het OM gebruikte die verklaringen niet eerder omdat deze “niet concreet” genoeg waren. Voor het hoger beroep werd besloten om via een undercoveragent meer informatie te krijgen.

De G. heeft altijd ontkend iets met de zaak te maken te hebben. Woensdag stelde hij opnieuw dat hij “onschuldig” is.

    • Maartje Geels