Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Nooit meer

We gingen naar de Ikea voor een tafeltje en twee stoeltjes voor de kinderen. Gek dat je je op zoiets kunt verheugen terwijl je in het achterhoofd toch moet weten wat er op je wacht. Je zou naar de Ikea gaan kunnen vergelijken met kiespijn, lage rugpijn of een ontsteking in de buik: je herinnert je de pijn pas als je die opnieuw ervaart.

De oudste (3) had nu wel de leeftijd voor de befaamde ballenbak, waar meer kinderen dan ballen in lagen. Er kwam nog een hele administratie aan te pas maar uiteindelijk kregen vader en dochter een identiek nummer op de hand gestempeld.

We waren oud geworden: een jaar geleden gingen we nog wel als een mes door de boter, nu zeiden we na vijftig meter al tegen elkaar dat we niet meer konden en dat het een verkeerde beslissing was geweest om te gaan.

„Hoe stom konden we zijn… Op een zaterdagmiddag…”, zei ik tegen de vriendin die me meteen verbeterde.

„Hoe stom kon jij zijn? Jij wilde dit.”

En zo kwamen we tussen de zo sfeervol ingerichte woon-, slaap- en kinderkamers in een draaikolk van onderlinge verwijten terecht, die als je er eenmaal in zit niet meer te stoppen is.

Een goede vriend aan wie ik een dag later verslag deed, herkende het. Een conflict in zo’n bordkartonnen Ikea-woonkamer had hem zijn eerste huwelijk gekost. Nergens gaat een conflict zo met je aan de haal als daar op die verplichte looproute.

Hoezeer we ook probeerden om de irritatie te verplaatsen naar alle andere aanwezigen, echt gezellig wilde het niet meer worden. Door de omroepinstallatie werd tot twee keer toe omgeroepen dat de oudste dochter dringend moest worden opgehaald.

Ik rende tegen de richting in die hele route terug. Bij de ballenbak controleerde een medewerkster of het nummer op mijn hand wel overeenkwam met het gestempelde nummer op de arm van mijn dochter. Het kind sloeg met haar handjes tegen het glas, maar de Ikea-vrouw was immuun voor geschreeuw en keek nog eens goed.

„Ja”, zei ze uiteindelijk, „dit kind mag mee.”

Weer die tocht, nu met een onwillig kind aan de hand. We herenigden ons in het magazijn, waarna de bijl viel bij de zelfscankassa.

De kinderen huilden, het zelfscanpistool haperde en er kwam na het betalen geen bonnetje uit de kassa, waardoor we niet konden uitchecken.

In mijn hoofd knapte iets, ik ben daar niet trots op.

De Ikea-medewerkster die kwam constateerde dat ik boos was op de machine. Ik keek naar mijn dampende gezinnetje. Dit gingen ze wel onthouden, die wilden nooit meer met papa mee naar de Ikea.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen