Myanmar verwerpt beschuldiging VN van genocide

De Rohingya, een moslimminderheid in het boeddhistische land, worden volgens de VN stelselmatig opgejaagd en buitengesloten.

Rohingya-vluchtelingen verkopen groenten in een vluchtelingenkamp in buurland Bangladesh. Foto Altaf Qadri/AP Photo

De Myanmarese regering heeft de beschuldigingen van genocide door de Verenigde Naties woensdag verworpen. Een woordvoerder van de president van het Aziatische land zegt de aantijgingen van extreem geweld tegen de Rohingya–minderheid “niet te accepteren”. Dat schrijft persbureau Reuters.

Volgens de regering gaat het om “valse beschuldigingen”. Eerder deze week publiceerden de VN een rapport over het optreden van het Myanmarese leger tegen de Rohingya, een moslimminderheid in het noorden van Myanmar. Ook riepen de VN op om de legertop te vervolgen.

Opgejaagd

De Rohingya worden door het leger stelselmatig opgejaagd en buitengesloten. Burgers worden volgens internationale onderzoekers verkracht en vermoord. De VN concludeerden dan ook dat het gaat om “een van de ergste misdaden mogelijk onder internationaal recht”.

Lees ook: Rohingya, de verhalen achter hun verwondingen

De regering verwerpt de beschuldigingen omdat onderzoekers het land nooit zijn in geweest. Myanmar weigert hun de toegang. Wel werden eerder dit jaar een Filippijnse en een Japanse diplomaat aangewezen om samen met twee Myanmarese functionarissen eventuele mensenrechtenschendingen te onderzoeken.

De overheid wil eerst “overtuigend bewijs” zien voor het ingrijpt tegen het leger of overgaat tot vervolging. Volgens een woordvoerder blijft de regering dan ook bij haar oorspronkelijke lezing van de situatie, namelijk dat het leger proportioneel geweld gebruikt. Het leger heeft in Myanmarese politiek veel te zeggen, een restant van het militaire bestuur dat tot 2011 in het land de macht had.

‘Apartheidsregime’

Niet alleen de VN zijn bezorgd over de behandeling van de Rohingya, ook Amnesty International stelde al eerder dat de moslimgroep onder een apartheidsregime leeft. Naar schatting zijn de afgelopen tijd 700.000 mensen uit de westelijke staat Rakhine naar buurland Bangladesh gevlucht.

Bij spanningen in het noorden van het land tussen de moslimminderheid en de boeddhistische meerderheid vielen sinds augustus vorig jaar zo’n 10.000 doden, denken de VN.

    • Maartje Geels