Marco Kroon schenkt wijn voor ‘mijn helden’

Laatste reünie Engelandvaarders

Zo’n 2000 mensen bereikten in WOII Engeland om mee te strijden tegen Duitsland. Tien van hen kwamen voor het laatst bijeen.

Al vier jaar lang was er sprake van een ‘laatste reünie’ maar deze reunie zal daadwerkelijk de laatste zijn: de Engelandvaarders zijn de 90 ruim gepasseerd en om gezondheidsredenen is een volgende reunie niet wenselijk. Foto Hollandse Hoogte / Dingena Mol

„Dit zijn mijn helden!” Majoor Marco Kroon, drager van de Militaire Willems-orde, heeft zojuist een rondje rode en witte wijn geserveerd bij de lunch van een bijzonder gezelschap negentigplussers. Op landgoed De Zwaluwenberg in Hilversum vond woensdag de laatste reünie plaats van het Genootschap Engelandvaarders. Negen mannen en één vrouw kwamen, in het bijzijn van prinses Beatrix, nog een keer samen om herinneringen op te halen aan de oorlog. Kroon: „Als kind las ik het spannende boek Engelandvaarders van K. Norel, waarvan ik erg onder de indruk was. Het was fantastisch om hen later te leren kennen op veteranendagen. Ik vind het een eer ze te mogen bedienen.”

Bekijk ook deze uitgebreide productie over de laatste nog levende vrouwelijke Engelandvaarder

Tussen 1940 en 1945 lukte het circa 2.000 mensen om vanuit bezet Nederland de overkant van de Noordzee te bereiken – rechtstreeks of via Spanje, Zwitserland of Zweden. Vaak duurde de reis meer dan een jaar. Vele honderden kwamen nooit aan: verdronken, of gepakt door de Duitsers. Omdat er nog maar enkele tientallen Engelandvaarders in leven zijn en veelal in slechte gezondheid verkeren, is besloten het genootschap dit jaar op te heffen.

Het lijkt me belangrijk als jongeren ons verhaal kennen

Rudi Hemmes Engelandvaarder

Voorzitter generaal-majoor b.d. Rudi Hemmes (1923) weet nog goed waarom hij uit Nederland weg wilde. „Ik woonde in Den Haag toen de oorlog uitbrak. Eerlijk gezegd was ik best onder de indruk van de Duitse parachutisten die bij ons in de buurt landden, maar ik kwam er al snel achter dat de moffen niet deugden. Ze stelden een avondklok in en namen radio’s in beslag: het was gedaan met onze vrijheid. Dat wilde ik niet over mijn kant laten gaan. Ik besloot na mijn eindexamen samen met een vriend naar Engeland te vluchten.”

Hemmes kon niet aan een boot komen, dus moesten ze over land, door bezet Europa. „We durfden niet via het neutrale Zwitserland, omdat dat omringd was door vijandig gebied. Daarom werd het Spanje. Maar dit was in de tijd dat je op vakantie niet verder kwam dan de Veluwe; we hadden geen idee hoe je in Spanje moest komen. Gelukkig kende ik via mijn voetbalclub HBS iemand in Parijs. Die heeft ons uiteindelijk naar Spanje geholpen, waar we in oktober 1943 aankwamen. In februari 1944 bereikten we Londen. Ik ben daar als gewoon soldaat bij de Prinses Irene Brigade gegaan. We landden in augustus 1944 in Normandië en hebben ons daarna een weg omhoog gevochten om Nederland te bevrijden.”

Het merendeel van de Engelandvaarders ontvluchtte, net als Hemmes, bezet Europa over land. Van de ruim 1.700 mensen van wie bekend is hoe hun tocht verliep, voeren slechts 172 zelfstandig over de Noordzee. Eén van hen is Eddy Jonker (1920), die op de dag van de Duitse inval meteen wist: dit pik ik niet. „We hadden thuis een kajuitbootje, waar ik een automotor in bouwde. Het was de bedoeling om daarmee naar Engeland te varen met twee vrienden, maar van dat plan kwam uiteindelijk niks terecht omdat het vaartuig niet zeewaardig genoeg was.”

Prinses Beatrix tijdens de laatste reünie van de Engelandvaarders. De reünie is tevens het einde van het Genootschap Engelandvaarders, dat in 1969 is opgericht. Foto Robin Utrecht/ANP

Jonker vond hierna aansluiting bij de verzetsgroep van Anton Schrader, die in 1943 in totaal acht bootjes de Noordzee op wist te krijgen. Vier ervan bereikten Engeland, waaronder het vaartuig waarin Eddy Jonker samen met negen anderen op 25 juli 1943 de overtocht waagde. De reis liep bepaald niet van een leien dakje. „Het lukte ons onder dekking van een mistbank het Haringvliet uit te varen, maar we liepen als snel op een zandbank, waar we maar met moeite van af kwamen. Daarna werden we beschoten door een Duitse Schnellboot, die we gelukkig kwijtraakten.”

Lees ook het interview met Engelandvaarder Eddy Jonker: 'Welcome boys, jullie zijn net door een mijnenveld gevaren'

Niet veel later hield hun motor ermee op. „Dus moesten we peddelen én hozen, want we kregen flink water binnen.” Met de blaren op hun handen en smachtend van de dorst kwamen ze op de vijfde dag van hun vlucht eindelijk een Engels marineschip tegen. „We begrepen niet waarom ze ons niet tegemoet kwamen, totdat we aan boord waren geklommen. Toen zei de kapitein: jullie lagen midden in een mijnenveld.”

Omdat ze zelf hun verhaal straks niet meer kunnen vertellen, is het goed dat die taak wordt overgenomen door het Engelandvaardersmuseum in Noordwijk, zegt Rudi Hemmes. „Ik kwam wel eens op scholen, en daar was het niet best gesteld met de kennis over de Tweede Wereldoorlog. Ik wil niet meteen roepen dat het allemaal schandalig is, maar het lijkt me belangrijk als jongeren kennis nemen van ons verhaal. Misschien komen ze ooit voor eenzelfde soort keuze te staan als wij.”

    • Bart Funnekotter