Fossiel van 184 miljoen jaar oude zoogdierachtige ontdekt

Evolutie In de VS is een zoogdierachtig fossiel van 184 miljoen jaar ontdekt. Het dier leek vermoedelijk meer op de reptielen dan op de zoogdieren van nu.

Het in Arizona opgegraven fossiel, Kayentatherium wellesi, was een tritylodont, een inmiddels uitgestorven zoogdierachtige die leefde aan het begin van het Jura-tijdperk (zo’n 201 tot 174 miljoen jaar geleden). Foto Eva Hoffman

Ze hebben relatief weinig nakomelingen, die ze vrijwel altijd levend baren en vervolgens grootbrengen met moedermelk: dat is, kort samengevat, de voortplantingsstrategie van zoogdieren. Maar omdat zoogdierembryo’s en pasgeboren jongen zelden bewaard blijven als fossiel, is er weinig bekend over de evolutie van die strategie – bijvoorbeeld over het moment waarop het aantal nakomelingen begon af te nemen. Juist daarom is de ontdekking van een zoogdierachtig fossiel van 184 miljoen jaar oud zo interessant, schrijven de Amerikaane paleontologen Eva Hoffman en Timothy Rowe deze week in Nature. Daaruit blijkt dat deze vroege voorouder van de huidige zoogdieren qua voortplantingswijze meer overeenkomsten vertoonde met huidige reptielen.

Het in Arizona opgegraven fossiel, Kayentatherium wellesi, was een tritylodont, een inmiddels uitgestorven zoogdierachtige die leefde aan het begin van het Jura-tijdperk (zo’n 201 tot 174 miljoen jaar geleden). De vondst bestaat uit een volwassen vrouwtje naast ten minste 38 jongen: twee keer zo veel als de gemiddelde worp van de Noord-Amerikaanse opossum (een van de nakomelingenrijkste zoogdieren), en vergelijkbaar met het aantal nakomelingen bij reptielen. Dat de jonge dieren tot hetzelfde nest behoren, is aannemelijk omdat ze qua grootte en gebitsontwikkeling nagenoeg identiek zijn.

De schedelvorm van de fossiele nakomelingen is vergelijkbaar met die van het volwassen vrouwtje. Dit duidt erop dat Kayentatherium wellesi zich ontwikkelde zoals hedendaagse reptielen, en niet zoals hedendaagse zoogdieren (waarbij de schedel van vorm verandert naarmate ze volwassen worden).

Hersenomvanghypothese

Vermoedelijk zijn de bescheiden nestgrootte en veranderende schedel bij hedendaagse zoogdieren ontstaan als gevolg van een toename in de hersenomvang. Door kleinere worpen kunnen moeders meer zorg besteden aan het grootbrengen van hun nageslacht – hoe groter de hersenen, hoe langer het in principe duurt tot de jongen zijn ‘uitgeleerd’ en zelfstandig kunnen functioneren. En door een schedel die op de juiste wijze meegroeit, kan voldoende ruimte worden gecreëerd voor de hersenen. Dat de vroege zoogdierachtigen (met een klein brein) nog geen afwijkende schedelvorm hadden en dat het nakomelingenaantal groot was, ondersteunt deze hersenomvanghypothese.

Of Kayentatherium wellesi net als de huidige zoogdieren levendbarend was, is niet met zekerheid te zeggen: mogelijk kwamen de jongen ter wereld in leerachtige eierschalen – zoals ook vogelbekdieren – en die zijn in principe te zacht om te fossiliseren.

    • Gemma Venhuizen