De Domestikator: controversieel in Parijs, citymarketing in Amsterdam

Shockart De Domestikator van Atelier van Lieshout werd in Parijs onderwerp van censuur. In Amsterdam krijgt het beeld van een man die copuleert met een dier een heel andere betekenis.

Schets voor de Domestikator en Ferrotopia van Atelier van Lieshout Atelier van Lieshout

Het had een olijke bijdrage moeten worden aan een openluchttentoonstelling afgelopen oktober, in de Tuilerieën in Parijs. Parallel aan de kunstbeurs Fiac organiseerde het Louvre daar een beeldententoonstelling waar onder meer een knettergekke sculptuur van Atelier van Lieshout zou komen te staan, huizenhoog en voorzien van kamers: de Domestikator. Maar het werd een rel, want onverwacht werd de Domestikator door het Louvre geweigerd vanwege vermeende obsceniteit. Het beeld leek te veel op een man die copuleert met een dier (al kun je het ook aanzien voor twee robots, of een man die een hond uitlaat). Overal gingen alarmbellen af: censuur! De artistieke vrijheid was in het geding.

Censuur was plots een thema. Eerder die maand had het Guggenheim Museum in New York onder druk van dierenactivisten een installatie met levende dieren teruggetrokken evenals videokunst met vechthonden en getatoeëerde varkens. Maar met de Domestikator kwam het goed: Centre Pompidou besloot het beeld op het eigen voorplein te tonen. Daar kwamen lange rijen geïnteresseerden op het inmiddels beroemde beeld af. Volgens Joep van Lieshout hadden de verslaggevende media – tot in Japan en Afrika – een bereik van 500 miljoen mensen. Daarin werd het beeld een monument voor censuur genoemd.

Sinds eind april staat diezelfde Domestikator in Amsterdam, op de NDSM-werf aan de noordoever. Vooralsnog zonder enige rel. Het beeld moet mogen, zeggen de fans, want dit is artistieke vrijheid. Maar is het dat wel? Wat voor vrijheid is dit? En van wie?

De Domestikator van Atelier van Lieshout, op het NDSM-terrein in Amsterdam.
Foto Cassander Eeftinck Schattenkerk
De Domestikator van Atelier van Lieshout, op het NDSM-terrein in Amsterdam.
Foto Cassander Eeftinck Schattenkerk

Artistieke vrijheid

Om die vragen te beantwoorden, allereerst iets over het vermeende belang van artistieke vrijheid. Dat werd vooral na 1945 een groot goed, als tegenreactie op de bezetting. Het vieren van de hervonden vrijheid werd in heel de samenleving een missie en kunst ging dat uitdrukken. Zo ontstond uit een politiek ideaal een artistiek vrijheidsstreven dat zou blijven. Artistieke vrijheid werd een middel om uit te drukken dat we een democratisch of liberaal land zijn.

Sindsdien hangt het ideaal van artistieke vrijheid samen met het beschavingsidee, bildung, dat kunst de mens zou opvoeden. Bovendien zou kunst met haar vrije expressie het maatschappelijk idee uitdragen dat vrijheid van meningsuiting belangrijk is. Alleen is dat bij de Domestikator lastig. Een copulerend mannetje is niet echt meningsuiting. Eerder is het een opzoeken van grenzen, iets wat Van Lieshout vaker doet. Te gast bij het tv-programma Zomergasten in 2006 koos hij als filmfragment de performancevideo Bouncing Balls van Bruce Naumann. Maar hij kon de geïnteresseerde interviewer niet goed uitleggen waarom we met zijn allen naar Naumanns bewegende genitaliën hadden zitten kijken. Dan resteert het gevoel van een provocatie, een goede grap. Maar daarmee doe je nog niet veel mening uit de doeken.

Al betekent dat niet dat provoceren meningsloos is. Neem Van Lieshouts vrijstaat die hij in 2001 oprichtte in de Rotterdamse haven, inclusief eigen grondwet en leger. In die rebelse daad zat wel degelijk een mening verpakt. Dat had te maken met een logisch doorvoeren van het idee van artistieke autonomie. Vrij vertaald: als wij de vrijheid van de kunstenaar echt zo belangrijk vinden als we roepen, gun die kunstenaar dan ook alle vrijheid. Een eigen natiestaat is gewoon een consequent doorgevoerde autonomie. Al lukte het Van Lieshout niet om zich politiek van Nederland af te scheiden, het leverde wel stoere foto’s op. Die beelden van de kunstenaar met blote bast en mitrailleur op een pick-uptruck werden later gebruikt toen hij een lijn kantoormeubelen lanceerde. Zo konden klanten een bureaustoel kopen die in zijn pr volkomen anti-burgerlijk was.

Joep van Lieshout in zijn atelier aan de Keileweg in Rotterdam

Foto Piet den Blanken / Hollandse Hoogte.

Openbare ruimte

Maar in de openbare ruimte in Parijs botst vrije artistieke expressie wel vaker. Een buttplugvormige sculptuur van Paul McCarthy werd in 2014 gesloopt door omwonenden, het jaar erop werd een vermeend vaginavormig beeld van Anish Kapoor beklad. Toch zit daar ook een andere kant aan. De Parijse controverse rond de Domestikator is voor Amsterdam juist goed nieuws: door het beeld daar te omarmen, toont het zich nadrukkelijker als vrije stad. Internationaal heeft Amsterdam sinds 1968 een progressief imago opgebouwd als hippie-drugs-hoofdstad. Zelfs al ontwierp AVL het beeld niet voor Amsterdam, bij kunst in de openbare ruimte is het zo dat de betekenis ervan mede bepaald wordt door die openbare ruimte, door zijn omgeving. In deze omgeving vormt de Domestikator geen nieuw tegengeluid, het bestendigt juist dat imago. Net zoals de recente flowerpowerachtige postercampagne dat daar deed, van zoenende mannen en vrouwen, in datzelfde stadscentrum waar je de Wallen en alle seksindustrie aantreft.

Ferrotopia omvat diverse sculpturen van Atelier van Lieshout

Foto Cassander Eeftinck Schattenkerk

Meer specifiek past het beeld ook in de gebiedspropaganda van de NDSM-werf, waar het tot de winter te zien is als onderdeel van een groter beeldenpark van Van Lieshout: Ferrotopia, dat dit jaar talloze festivals huisvest. Bij de perspreview eind april vertelde Rieke Vos, curator van de Stichting NDSM-werf, dat ze de komende jaren met kunst willen voorkomen dat dit veranderende gebied meteen al voor bijvoorbeeld woningbouw gebruikt wordt. Kunst willen ze „als een beest” inzetten, en daarom viel de keus op AVL: ruig, stoer, ruimte opeisend. Het kunstterrein van Ferrotopia bevat talloze beelden, een tentoonstellingsruimte, videokunst, de Domestikator, en het nieuwe Valhamerhuis waar objecten geplet worden (tv’s, wasmachines, een auto). Zo komen hier kunst, ambacht en sloop samen.

In dat geheel is de Domestikator als blikvanger al vanaf het water te zien. Een beeld waarvan Van Lieshout niet ontkent dat het verwijst naar bestialiteit, maar dat volgens hem gaat over veel meer. De titel verwijst naar het domesticeren van dieren. Hij ziet het kunstwerk als symbool van hoe de mens met de wereld omgaat en deze onderwerpt. Het gaat over vrijheid versus onderdrukking, vernietiging versus schepping.

Bestialiteit

Maar zie dat er maar eens aan af. Immers, als een beeld zo seksuele handelingen uitvergroot, dan verwacht je dat het gaat over seksuele vrijheid, tolerantie, emancipatie. Dat kan als je daarmee opkomt voor een verdrukte vrijheid, een minderheid. Maar er is geen lobby voor bestialiteit die zich schaart achter dit object. Sterker nog, als je kijkt naar kunstwerken die tegenwoordig worden ontwikkeld door lobby’s namens belangengroeperingen voor seksuele identiteit, zien die er totaal anders uit. De LHBTI-beweging die nu veel van zich laat horen, laat internationaal een veel intiemere kunst ontwikkelen, als middel voor openheid. Vooral in Amerika (Missouri, Chicago, New York) zijn het routes of tuinen of (voorheen heimelijke) ontmoetingsplekken, ruimtelijke ontwerpen die aanzetten tot inleving en uitnodigen tot gesprek.

De Domestikator bestaat uit diverse kamers

Foto Cassander Eeftinck Schattenkerk

Dat alles doet de assertief uitziende Domestikator niet. Dat beeld toont vooral zichzelf en eist tolerantie op jegens zijn brutaliteit – is dat tolerantie, of is het eenrichtingsverkeer? Het is gemakkelijker om tolerantie te prediken voor de eigen standpunten dan voor andermans ideeën, een vergissing die Amsterdam al eens maakte. De muurschildering Roosje van een naakte vrouw in 2004 riep verzet op van omwonenden, waarop het stadsdeel vitrages en matglas en beplanting aanbood. Oftewel: de bewoners moesten tolerant zijn jegens de kunst, niet andersom. Elk idee van onderling begrip kweken verdween achter de vitrage (uiteindelijk heeft de schilder de vagina met schaamblokjes ‘bepixeld’).

Zulke selectieve tolerantie geldt ook voor de Domestikator, dat niet werkelijk gaat over acceptatie, veiligheid, gesprek. Groot en emblematisch eist het wel ruimte op, maar dan voor iets anders, voor zichzelf, voor… de kunst. Censuur ervan, zoals in Parijs, houdt een vrijheid tegen maar het is moeilijk vol te houden dat het de vrijheid van meningsuiting beknot. Wat het beeld nu doet, is de vrijheden benutten die in Amsterdam sinds 1968 zijn bevochten en er nu als citybranding worden gebruikt. Daarmee laat dit beeld zien dat aanstootgevende kunst eerder behoudend dan vernieuwend is. Door ogenschijnlijk seksuele vrijheid of tolerantie te prediken, kan het worden ingezet als machtsmiddel of pr-instrument. Kortom, na vijftig jaar zijn de rollen omgedraaid: seksuele vrijheid is een middel om kunst op de kaart te zetten, inpasbaar in agenda’s rond gentrificatie en gebiedsontwikkeling. Is dat nou vrijheid?

    • Sandra Smets