Opinie

    • Bob Hoogenboom

Echte misdaadbestrijding vinden we niet urgent genoeg

Het politiek-criminele mediacomplex draaide weer overuren: over ondermijning, XTC, Jos B. Het verdienmodel erachter, dat is volgens Bob Hoogenboom het echte probleem, schrijft hij in de Veiligheidscolumn.

Maastricht, 2014 Leden van de motorclub Bandidos voor het gerechtsgebouw in Maastricht. foto Chris Keulen

We hebben het te goed om criminaliteit echt aan te pakken. Er is geen urgentie om de schop dieper in de grond te steken. En de aarde echt om te woelen. We schreeuwen moord en brand over ‘ondermijning’, jihadisten, radicalisering, moslims, wildplassen, drugsgebruik en -export, fraude, witwassen en corruptie. Maar interveniëren?

Armoedig

Sinds midden jaren negentig staat de slogan ‘Follow the Money’ hoog in het vaandel van de rechtshandhaving. Maar als afgelopen weekend een schatting (18,9 miljard) wordt gepubliceerd over onze drugsexport, verzucht een insider ‘maar we weten niet waar het geld blijft’. Hoe armoedig is dat?

Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) wil nu ‘die hele criminele economie’ oprollen. Maar krachtige verbale interventies verdampen nogal eens in goede bedoelingen. Of is het desinteresse? Of gebrek aan leiderschap? De xtc-export gaat al decennialang onverminderd door. De consumptie van roesmiddelen is omvangrijk en niemand heeft last van de speldenprikken van justitie. Ja, er vinden liquidaties plaats. Obligaat worden een paar straatinterviews afgenomen (‘ja ik ben geschrokken/bang’). De volgende dag is het weer business as usual.

Schromelijk

Dan steekt de ‘ondermijningstorm’ weer op. Burgemeesters luiden van tijd tot tijd de noodklok. Er moeten meer mensen bij. Ondertussen gaat de productie, export en consumptie van drugs ongehinderd door. Het complex van politiek, het criminele milieu en de media draait overuren. Maar een paar dagen later blijkt het bestuur noch de kwetsbare sociale buurtstructuur werkelijk te zijn verkruimeld. Als de (wereld)pers de moord, brand, verloedering en mensensmokkel schreeuwt over de Wallen lijkt de hoofdstad weg te zakken in het morele/criminele moeras. Na een paar dagen – en eigenlijk gedurende de hele verontwaardigingsgolf zelf – lopen evenveel toeristen op en neer.

We zitten keer op keer in een rollercoaster van politiek, criminaliteit en de media. Als we uitstappen zijn de emoties, angst, adrenaline, onzekerheid en sensatie als sneeuw voor de zon verdwenen. Ons leven – en dat van criminelen – gaat gewoon door.
De genoemde problemen zijn fata morgana’s, ze worden schromelijk overdreven of de problemen zijn functioneel voor onze samenleving.

Hijgerig

Verbale hijgerigheid en structurele oplossingen concurreren. Het ontbreekt ten enen male aan urgentie. Sinds jaren wordt gepleit voor een forse investering in cybercapaciteit. In slow motion wordt er op gehandeld.

We kijken massaal naar de nationale knuffelcrimineel Willem Holleeder in een praatprogramma. Zijn zus verkoopt haar memoires. De oplage daarvan is groter dan die van alle criminologische boeken in de afgelopen tien jaar. Brood en spelen. Maar tegelijkertijd ligt er een businessmodel onder de emotionele achtbanen. Niemand praat daar echt over maar is dat niet het echte probleem? De gemeente Amsterdam verdient mega aan haar toeristenbeleid. De Wallen zijn en blijven een mondiale trekpleister. De media varen wel bij spanning en sensatie. ‘Geef ons onze dagelijkse dosis pulp fiction!’
Financiële instellingen varen wel bij de mogelijkheden van internationale belastingverdragen. Zij verdienen er dagelijks aan en in de praktijk zijn de grenzen tussen legaal, illegaal en grijze schemergebieden dun. Het businessmodel van veel politici dicteert dezer dagen dat het benadrukken hoe erg het is stemmen oplevert. Er is geen urgentie om het ordinaire hiervan te benoemen.

Lustig

In de informele drugseconomie zijn alleen maar financiële winnaars: huistelers, dealers, energiebedrijven, onroerendgoedeigenaren en handelaren, financiële dienstverleners, advocaten en notarissen. Het business model geldt ook voor de rechtshandhaving. Er is een constante bureaucratische strijd om de schaarse budgetten te verdelen. Lustig meepraten over de ergheid is functioneel.

Liquidaties, drugshandel, witwassen en fraude zijn niet van vandaag of gisteren. Maar waar is de urgentie om te investeren in de kwaliteit van de recherche? In 2015 is er een paar dagen een rollercoaster van politiek en de media over een vernietigende analyse over de kwaliteit van de Nederlandse recherche. We zijn nu drie jaar verder en niemand hoort er meer iets over.

Vorige week werd door de chef van de politie in Limburg trots aangekondigd dat er een doorbraak is in de moordzaak van Nicky Verstappen. Fantastisch. Maar niet door degelijk recherchewerk maar door een DNA-match. Prachtig. Maar nu de schop wat dieper in het oude rechercheonderzoek wordt gezet, blijken in de omgewoelde aarde hier en daar wat feilen en falen te zitten. Zien we dat niet wat te veel? Is dat niet het echte probleem?

Halfslachtig

Ik denk dat we het te goed hebben om structureel (misdaad)bestrijding aan te pakken. Ik denk dat we het ons kunnen veroorloven de vlucht naar voren te nemen. Die bestaat uit politieke spierballentaal, cosmetische verbeterprogrammma’s, excuses van (politieke) leiders, instelling van commissies en bureaucratische overlegstructuren. Op het niveau van de woorden is er steeds hoop.

Er is geen urgentie om het businessmodel van Amsterdam ter discussie te stellen om toeristen te lokken met de geneugten van onder meer de Wallen.

Er is geen urgentie om voorbij de ‘ondermijning’ te komen en de schizofrenie van het drugsbeleid echt te adresseren, anders dan met een halfslachtig experiment in een paar gemeenten.

Er is geen urgentie om institutionele discriminatie te adresseren en paal en perk te stellen aan populistische politici (‘ik ken geen samenleving waar de integratie is gelukt’) noch aan discriminatoir gedrag van werkgevers.

Er is geen urgentie om disfunctionerende politiemensen (nalatigheid, discriminatie, incompetentie, corruptie), officieren van justitie (illegaal afluisteren journalisten, weglaten ontlastend bewijs), procureurs-generaal (relaties met ondergeschikten en wetenschap daarvan hebben, maar niemand aanspreken) en  directeuren van wetenschappelijke onderzoeksinstellingen (valsheid in geschrifte door aanpassingen onwelgevallige conclusies) ter verantwoording te roepen.

Er is geen urgentie om een einde te maken aan de bureaucratisering van de misdaadbestrijding. Het ‘overleg’ zuigt tijd, energie en operationele slagkracht uit de hands-on interventiekracht van de werkvloer.

Er is geen urgentie, omdat de samenleving veel schade absorbeert en veel veerkrachtiger is dan we denken. We hebben het te goed. We ‘verdienen’ er allemaal aan. En we smullen van oppervlakkige sensatie: Netflix real life.

De Veiligheidscolumn (voorheen Politiecolumn) verschijnt onregelmatig en wordt geschreven door politiewetenschappers en criminologen.

Blogger

Bob Hoogenboom

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode waar hij 'fraude en witwassen' in de accountantsopleiding en 'governance/corporate governance & pps' in het modulair MBA-programma doceert. Samen met Marc Schuilenburg geeft hij het mastervak 'Politie en Veiligheid' aan de VU. Bob schrijft blogs op maatschappijenveiligheid.nl en accountant.nl over actuele fraude- en politievraagstukken en twittert als @abhoogenboom. Sinds 1988 is hij als part time docent verbonden aan de Politieacademie. Voor zijn proefschrift Het Politiecomplex (1994) ontving hij de Publicatieprijs van de Stichting Maatschappij en Veiligheid.

    • Bob Hoogenboom