Dicht op de huid van Neil Armstrong

Wereldpremière filmfestival Venetië Succesregisseur Damien Chazelle maakte met First Man pure ervaringscinema. En hij maakt het zich daarbij niet gemakkelijk.

Stills uit de film First Man met Ryan Gosling in de rol van Neil Armstrong.

Een patriottische film? „Full disclosure”, antwoordt filmster Ryan Gosling woensdag in Venetië, waar First Man in wereldpremière gaat. „Ik ben een Canadees, (regisseur) Damien Chazelle een halve Canadees. De Apollo-11-missie wordt overal gezien als een menselijke prestatie. Het verenigde de wereld voor heel eventjes.”

Inderdaad, de ‘Stars en Stripes’ wappert zelden in First Man, waar Gosling in de huid kruipt van Neil Armstrong, de eerste man op de maan. En juist daarom lijkt de film op weg naar Oscarglorie, wat niets nieuws is voor de 33-jarige regisseur Chazelle, Hollywoods wonderkind. Chazelle heeft al een nominatie op zak voor Whiplash (2014), over een drummer die tot bloedens toe zoekt naar perfectie. Vorig jaar won hij de Oscar voor beste regisseur met La La Land (2016). La La Land ontwikkelde hij tegelijk met First Man, de film waarvoor hij Ryan Gosling benaderde. „Toen we lunchten, bleek hij geïnteresseerd in Neil Armstrong, maar nog veel meer in Gene Kelly”, aldus Chazelle. De filmster is de baas in Hollywood, dus ging La La Land voor.

First Man kreeg een gul applaus van de filmpers in Venetië: een staaltje pure ervaringscinema, Chazelle’s camera blijft dicht op de huid van Armstrong. De intieme, semidocumentaire stijl benadrukt dat ruimtevaart geen koele, serene Star Trek-affaire is, maar ruw en chaotisch, met vulkanische raketten en akelig claustrofobische capsules die van bouten, moeren en beslagen glas aan elkaar hangen. Het raast, loeit, kleppert, kraakt en piept: geluid is in First Man minstens zo belangrijk als beeld. Bij Armstrongs Gemini 8-missie in 1965 – de eerste koppeling van twee ruimtevaartuigen – klinkt even walsmuziek: een verwijzing naar Kubricks 2001: A Space Odyssee. Maar Chazelle versterkt zo het hectische bijna dood-moment dat volgt: Gemini begint als een razende om zijn as te tollen.

Dat werkt. Iedereen weet dat het goed afloopt met Apollo 11 in juli 1969, weet van ‘the eagle has landed’, van Tranquillity Base, van ‘een kleine stap voor een man, een gigantische sprong voor de mensheid’. En toch zit je met zweet in de handen te kijken als Armstrongs maanmodule licht van zijn doel afwijkt en over richels en rotspartijen scheert terwijl de brandstof opraakt.

„Voor mijn generatie is de Apollo-11-missie een icoon, gemakkelijk en vanzelfsprekend”, aldus Chazelle in Venetië. „Ik was ook niet zo geboeid door Neil Armstrong voordat ik me ging verdiepen. Toen pas besefte ik hoe gevaarlijk en complex het Apollo-programma was, hoeveel kleine stapjes er gezet moesten worden, welke enorme kosten er zijn gemaakt.”

Lees ook: Ryan Gosling: geknipt voor rol als introverte astronaut

Geen gemakkelijke held

Een gemakkelijke held is hij niet, de gesloten en methodische nerd Neil Armstrong. Een briljant piloot en ingenieur, meneer stabiliteit: zo werd hij uitverkoren tot eerste man op de maan. Gosling: „Armstrong was gevechtspiloot en testpiloot voor hij astronaut werd. Dat is een heel vreemd slag mensen die experimentele, levensgevaarlijke vliegtuigen tot de grens pushen in dienst van zoiets abstracts als aeronautische vooruitgang.” Gosling probeerde voor de rol zelf een vliegbrevet te halen. „Dat was het minste. Neil Armstrong vloog al voordat hij auto reed.”

First Man blijft dicht bij de feiten, op een wat sentimenteel moment op de maan na. En verhult niet dat Armstrong een emotioneel geblokkeerd man is: zijn huwelijk is niet liefdeloos, wel zakelijk. Voor zijn vertrek naar de maan moet zijn echtgenote Janet (Claire Foy) hem dwingen om met zijn zonen Rick en Mark te praten: misschien komt papa niet terug. Dat heeft de afwezige Neil al jaren uitbesteed: het loopt uit op een ongemakkelijke huiskamerconferentie.

Damien Chazelle brengt die afstandelijkheid in verband met de dood van zijn tweejarige dochter Karen door een hersentumor in 1962. Na haar begrafenis zien we hoe Armstrong zorgvuldig de gordijnen sluit voordat hij het in zijn eentje op een snikken zet. En zichzelf daarna begraaft in werk. Collega-workaholic Chazelle in Venetië: „Ik voel me verwant met de manier waarop Neil oplost in zijn werk en zo zijn gevoelens verwerkt.”

First Man vult een leemte tussen twee epische films die Hollywood eerder aan het Amerikaanse ruimtevaartprogramma wijdde: het epische The Right Stuff (1983), dat eindigt met John Glenns rondje om de aarde in 1962 – de Rus Joeri Gagarin was hem voor – en bijna-rampvlucht Apollo 13 (1995), toen de wereld al zo’n beetje uitgekeken was op maanlandingen. First Man, het glorieuze hoogtepunt, is een barse film. Niks gezinsidylle en handenwringende echtgenote op aarde. Niks camaraderie onder astronauten, met barbecue, bier en schuine grappen. Niks controlecentrum vol mannen in witte overhemden dat als één man opveert wanneer het goed afloopt: het is achtergrondruis voor de gefixeerde einzelgänger Armstrong.

Chazelle maakt het zichzelf niet gemakkelijk met zo’n ontoegankelijke held, maar juist daarom zou hij met First Man alsnog de Oscar voor beste film kunnen winnen. Opnieuw ondergraaft hij Amerikaanse ethos en heroïek met het doel ze te bevestigen. Zijn helden zijn eenzaam en monomaan: drummer Andrew (Whiplash), jazzpianist Sebastian (La La Land), astronaut Neil Armstrong offeren liefde, gezondheid en geluk op het altaar van hun obsessie. Maar alleen zo bereik je iets groots, is ook hier de teneur. First Man is een monument voor de Amerikaanse workaholic.

    • Coen van Zwol