Het ‘best bewaarde geheim van Harlem’ werkt nu samen met Gucci

Mode In de jaren tachtig maakte Dapper Dan uit Harlem, New York, kleding met de logo’s van anderen. Hij is terug, dankzij Gucci. „Dichterbij het sprookje van Assepoester kun je niet komen.”

Diane Dixon, lid van de Amerikaanse atletiekploeg die op de Olympische Spelen van 1984 een gouden medaille won op de estafette en in 1988 een zilveren, was vorig jaar een van de eersten die los gingen. „Bish stole my look!”, schreef ze op Instagram. In 1989 had Dixon een jas gekocht bij Daniel Day, oftewel Dapper Dan, oftewel Dap, de naam waarmee hij het liefst wordt aangesproken. De modeontwerper uit Harlem was gespecialiseerd in zeer opvallende, ruim gesneden jassen en jacks, vaak unica van leer of bont, die hij vrijelijk voorzag van logo’s van bekende Europese luxehuizen.

Voor Dixon maakte hij een jack van bruine nerts. De ballonmouwen waren van een glanzende stof, bedrukt met Louis-Vuitton-logo’s. In de Gucci-collectie die op 30 mei 2017 werd geshowd in Florence, zat een jack dat duidelijk was gebaseerd op dat van Dixon. Het belangrijkste verschil was dat de mouwen nu voorzien waren van Gucci-logo’s.

Dixon kwam nog dezelfde dag met haar beschuldiging. Ze gebruikte een fotocollage die iemand anders al had gemaakt van beide jassen en schreef behalve over het stelen van haar look ook: „Give credit to @dapperdanharlem He did it FIRST in 1989! #GucciRipOff

Een internet-stormpje volgde. Gucci gooide er snel een verklaring uit dat het ontwerp een ‘hommage’ was aan Dapper Dan en de stijl van Harlem. En als om de goede bedoelingen te benadrukken, zocht het huis contact met de ontwerper.

Dapper Dan’s Boutique op 125thStreet, in de jaren tachtig een pleisterplaats voor rappers, sporters, gangsters en drugsdealers, was toen al 25 jaar gesloten, maar er was wel een Instagram-account – een initiatief van Days zoon Jelani, de jongste van zijn acht kinderen. Niet lang daarna zaten Daniel en Jelani Day om de tafel met Gucci’s creatief directeur Alessandro Michele en CEO Marco Bizzarri.

Michele was niet de eerste ontwerper van een luxemerk dat naar Dapper Dan keek. In de tijd dat Day zijn logokleding maakte, had Louis Vuitton nog niet eens een modecollectie en geen enkel luxehuis had eraan gedacht kleding van stof of leer met een logodessin te maken. In de jaren negentig nam Tom Ford, destijds creatief directeur van Gucci, dat idee over.

De eerste keer dat Day niet alleen kleding van logostof maar ook een van zijn ontwerpen terugzag, was rond 2000, bij een vrouwencollectie van Marc Jacobs voor Louis Vuitton. In 2017 ging Louis Vuitton een samenwerking aan met streetwearlabel Supreme. De denim kledingstukken hadden een ingeweven dessin van de logo’s van beide merken. Dapper Dan werd door ontwerper Kim Jones genoemd als een van de inspiratiebronnen voor deze mannencollectie. „Zo zijn de dingen nu”, zei hij in een interview. Het is waar: nu streetwear en logo’s de mode domineren, zijn de ontwerpen en de visie van Daniel Day superactueel.

Day had gemengde gevoelens over zulke eerbetonen. Enerzijds was het een compliment: „Ik ben geboren en getogen in Harlem”, zegt hij. „Ik had niet gedacht dat ik ooit erkenning zou krijgen.” Maar: de grote merken verdienden geld aan zijn ideeën, hij niet.

De Gucci-Dapper Dan-collectie

Tot aan dit jaar dan. Iets meer dan een jaar nadat de roemruchte Gucci-outfit op de catwalk verscheen, ontvangt Day me in het halve townhouse dat Gucci voor hem heeft gehuurd en ingericht, schuin tegenover het beroemde Harlemse soulfood-restaurant Sylvia’s en op een paar minuten lopen van zijn oude winkel.

Op de begane grond is de showroom waar een op maat gemaakte Dapper Dan-outfit kan worden besteld. In de donkerrode houten kasten hangen rollen luxe stof, uitgezocht door Gucci – de roze en goudkleurige met ingeweven logo’s zijn het populairst. In de kelder zit het atelier. De eerste verdieping, waar VIP-klanten als Beyoncé worden ontvangen, is ingericht als woonkamer, met tapijten, leren fauteuils en donkere, houten tafels. Aan de gele muren hangen, net als beneden, ingelijste foto’s van zijn beroemde klanten: rapper Rakim (van Eric B. & Rakim) en de vrouwen van Salt-N-Pepa in de Dapper Dan-jacks waarmee ze op albumcovers stonden, LL Cool J, Jay Z en de bokser Floyd Mayweather jr., voor wie hij al jaren de kleding voor in de ring maakt, aangevuld met foto’s uit de Gucci-campagne waarvoor Day zelf vorig najaar model stond.

Op rekken hangt de net gelanceerde Gucci-Dapper Dan-collectie, een prêt-à-portercollectie gebaseerd op oude ontwerpen van Day: trainingspakken van velours en suède en uitbundige, dicht bij de originelen blijvende leren jacks met veel bruin en goud en logo’s, aangevuld met bleke jarentachtigjeans, zonnebrillen en schoenen.

Waarmee een lang verhaal dat begon met toe- eigening van andermans logo’s en overging in toe- eigening van andermans ontwerpen is geëindigd in een samenwerking die door Day wordt omschreven als „het sprookje van Assepoester”. „Dichterbij kun je niet komen. Het is geweldig, echt geweldig”, zegt hij vanaf de beige fluwelen bank in de gele kamer waar hij het liefst zit „als ik word ondervraagd”.

De Gucci-Dapper Dan-collectieFoto Gucci

Eigen logo

Voor het eerst in zijn leven heeft hij nu ook een eigen logo, voor hem ontworpen door Gucci. Het staat op elk stuk van de confectiecollectie en kan worden aangebracht op ontwerpen die op maat worden gemaakt. Vroeger wist het grote publiek niet dat zijn ontwerpen van hem waren, zegt hij. Als iemand zijn naam had gebruikt, had hij als eigenaar van een klein merk niets kunnen doen om dat tegen te gaan. Nu eindelijk duidelijk is dat de grote Europese luxemerken door hem zijn beïnvloed, is het moment daar.

Op verzoek bracht hij een kogelwerende laag aan in een jas of maakte hij een dubbele zak, zodat dingen beter verborgen konden worden

De eerste die in het openbaar verscheen met een Dapper Dan-logo, was actrice Salma Hayek, tijdens de Vanity Fair-afterparty van de laatste Oscars.

Dapper Dan is al sinds de jaren twintig van de vorige eeuw de naam van een haarpommade. Daniel Day kreeg de bijnaam als tiener, nadat hij de man die destijds die bijnaam had in Harlem versloeg met craps, een dobbelspel. Dat Day de flyest jongeman van de buurt was, was de andere reden dat hij de naam mocht dragen – dapper (verzorgd, modieus, elegant) wordt gebruikt als aanduiding voor mannen die zich goed weten te kleden. Dapper Dan is in zijn geheel ook een uitdrukking voor een stijlvolle man.

Op zijn – waarschijnlijk – 73ste (hij noemt zijn leeftijd nooit) is Day nog steeds een perfect uithangbord voor zijn bijnaam. Op deze hete julidag draagt hij loafers, riem en een enorme zonnebril van Gucci bij een zelf ontworpen outfit: een wit gilet over een wit overhemd met korte mouwen, een rood-wit geruite bermuda en een rood-wit geruite stropdas, die hij ín zijn van boven opengeknoopte overhemd draagt. „Niets zo positief als een das,” zegt hij als ik hem complimenteer. „Een das zegt dat je een fatsoenlijk mens bent die bij de maatschappij wil horen. Maar jonge mannen willen niet aan de das, dus heb ik ’m cool gemaakt.”

Lees ook: Grote merken willen nu mode met streetcred*

Niet dat Day zelf altijd het toonbeeld van aangepastheid is geweest. Als puber stal hij zijn garderobe bij elkaar; hij maakte deel uit van een grote groep jonge inbrekers die bij elke inbraak ‘Ali Baba’ riepen. Voor hij in 1982 zijn boetiek opende, verkocht hij gestolen kleding uit de achterbak van zijn auto en tot in de jaren zeventig gokte hij professioneel (hoewel: „Gokken bestaat niet, het is allemaal wiskunde.”). Hij heeft ook een paar maanden vastgezeten in Zuid-Amerika, vanwege „witteboordencriminaliteit” – de details bewaart hij voor zijn memoires, die volgend jaar verschijnen. Een daarop gebaseerde film is al in de maak.

Nadat hij op zijn zestiende was gestopt met school leek hij net als veel van zijn vrienden te gaan eindigen in de drugshandel. „Tot ik zag waar het toe leidde.” Hij stopte met roken, drinken, drugs en vlees en ging, met steun van burgerrechtenorganisatie National Urban League, terug naar school om uiteindelijk geschiedenis te studeren. Ondertussen verdiepte hij zich in onder meer metafysica, religie, de Black Panthers en de Nation of Islam. „Ik wilde me mentaal, fysiek en spiritueel ontwikkelen.”

Passie voor journalistiek

Hij schreef voor het studentenblad Forty Acres and a Mule, genoemd naar de belofte die ten tijde van de afschaffing van de slavernij werd gedaan aan voormalig tot slaaf gemaakten en hij werd uitgekozen voor een educatieve reis door Afrika, die bijna niet doorging – toen duidelijk werd hoe radicaal Forty Acres and a Mule was, werd vliegtuigmaatschappij Pan Am, die de tickets beschikbaar stelde, van overheidswege gedwongen zich terug te trekken. Een anonieme weldoener nam op het laatste moment de kosten op zich.

In 1974 ging hij nog eens terug voor de legendarische bokswedstrijd tussen Muhammad Ali en George Foreman in Zaïre. Nadat hij alles wat hij bij zich had daar had ingeruild voor schilderijen en houtsnijwerk, liet hij in Liberia voor het eerst kleding maken: pakken met broeken met wijde pijpen, gemaakt van Afrikaanse stoffen.

Als je mode een reflectie is van jezelf. zien de mensen je vanzelf

Dapper Dan

Journalistiek, zegt hij, is altijd zijn passie gebleven. Dat het mode werd, was niet alléén „omdat ik alDapper Dan was voordat Dapper Dan’s Boutique openging”. „Voor mensen die sociaal en politiek volwassen worden, is niets zo transformatief als kleding. Je hoeft er niet voor te studeren of carrière te maken. Je kunt een winkel uitlopen als iemand anders en ergens bijhoren.”

Hij begon met bont, omdat dat samen met diamanten het duidelijkste symbool van geld en status is dat hij kende. De start van de winkel was niet gemakkelijk. „Grote merken, kleine merken, niemand wilde zaken met mij doen”, zegt hij. „Ik denk dat ze niet wilden dat mensen van kleur hun kleding droegen. Hiphop heeft dat veranderd. De mensen voor wie ik kleding maakte, werden de movers en shakers van deze wereld. Zij gingen bepalen wat verkocht, en dat is alleen maar sterker geworden.” Hij zwijgt even en zegt het dan nog een keer: „Dat is alleen maar sterker geworden.”

Dat er desondanks zo weinig zwarte ontwerpers zijn doorgedrongen tot de top komt volgens hem doordat de meesten „meer wit dan zwart waren”. „Ze waren vaak geniaal, maar ze hadden geen invloed op óns. Zij gingen de Europese trap op. Als je mode een reflectie is van jezelf, zien de mensen je vanzelf.” En dan nog iets: „Je moet niet beleefd vragen of de deur open mag, je moet hem intrappen.”

Dapper Dan in zijn nieuwe showroom in Harlem. Foto Renell Medrano

De enige die begin jaren tachtig wel met Day in zee wilde, was bontfamilie Schwartz. In Dapper Dan’s Boutique werden de met bont gevoerde leren jacks van hun merk Andrew Marc verkocht voor 800 dollar, terwijl een andere winkel in Harlem er 1.200 dollar voor vroeg. Van de familie mocht hij ze goedkoper verkopen, als hij het label er maar uithaalde. „Maar daarmee was de hele salespitch ervan weg”, zegt hij. Hij dacht aan zijn ervaring in Liberia en besloot zelf te gaan produceren. Op straat sprak hij Afrikanen aan en vroeg of ze landgenoten kenden die konden naaien. „Ik begon met één, twee, toen acht mensen, en op gegeven moment had ik er 23: twaalf overdag, en elf in de nachtploeg.”

Het idee voor de logo’s kwam nadat een man met een logotasje van Louis Vuitton in de winkel kwam, die daar duidelijk erg trots op was. Als zo’n man zich al zo voelt met een tasje, dacht Day, wat zou er gebeuren als de tas een hele outfit werd?

Aanvankelijk kocht hij met logo’s bedrukte kledinghoezen om die te verwerken in zijn ontwerpen, maar al snel begon hij zelf te zeefdrukken. Op stof, maar ook op soepel lamsleer. Hij maakte er niet alleen kleding van, maar ook autobekleding – zelf had hij een ‘Gucci’-Mercedes en een ‘MCM’-Jeep voor de deur staan; het Duitse MCM was in de jaren tachtig een bekend luxemerk. Andersom zette hij ook logo’s van automerken op kleding – een Alfa Romeo kun je tenslotte niet meenemen een club in.

Gangsters en dealers waren de influencers

Dapper Dan

Vindt hij niet dat hij iets afpakte van de merken? „Maakte ik iets na dat van hen was? Het antwoord daarop is nee. Er kon geen misverstand over bestaan: mijn ontwerpen waren niet hun producten. Het waren knock-ups, geen knock-offs. Wat ik deed was meer samplen, zoals in hiphop.” Blackenizing is een woord dat hij gebruikt voor zijn werkwijze.

Later in het gesprek geeft hij toe dat hij wel het trademark van de merken schond en profiteerde van hun status en hoge prijzen. „Als Gucci T-shirts van 10 of 20 dollar zou verkopen, zou het Gucci-logo dood zijn.” De kleding van Dapper Dan was vaak zeker zo duur als die van designermerken: Diane Dixon betaalde zo’n 4.000 dollar voor haar jas.

24/7

Gangsters en grote drugsdealers waren de eersten die Days winkel wisten te vinden. „Dat waren toen de influencers”, zegt hij. „De broer van John Gotti, Gene Gotti, beheerste de handel in Harlem. Een van zijn luitenanten, Jack Jackson, kwam bij mij in de zaak, en ik zorgde ervoor dat hij er beter uitzag dan zijn baas. Zo kreeg ik alle pins binnen. En de rappers kwamen weer omdat ze wilden zijn zoals de gangsters. Die werelden zijn altijd tot elkaar aangetrokken geweest. Nu beïnvloeden de rappers de gangsters, omdat zij zo rijk en beroemd zijn.”

Voelde hij zich niet bezwaard dat hij profiteerde van misdaad en van de drugsepidemie van de jaren tachtig? „Zeer! Ik heb altijd geweigerd iets te maken waardoor mensen geassocieerd konden worden met een bepaalde gang.” Evengoed bracht hij op verzoek een kogelwerende laag aan in een jas of maakte hij een dubbele zak, zodat dingen beter verborgen konden worden.

Daniel Day (‘Dapper Dan’), links, met rapper LL Cool J in ‘Gucci’
Rapper Rakim in ‘Gucci’ door Dapper Dan
Jay Z in ‘Gucci’ van Dapper Dan tijdens een optreden in New York, november 2004
Foto’s Renell Medrano, Getty Images, Janette Beckman, Dapper Dan
Boven: Daniel Day (‘Dapper Dan’) met rechts van hem rapper LL Cool J in ‘Gucci’. Onder links: Rapper Rakim in ‘Gucci’ door Dapper Dan. Rechtsonder: Jay Z in ‘Gucci’ tijdens een optreden in 2004.
Foto’s Dapper Dan/Getty Images

Dapper Dan’s Boutique was zeven dagen per week, 24 uur per dag open. Achter in de winkel had Day een appartement ingericht, zodat hij ’s nachts niet naar huis hoefde. Nee, dat harde werken vond hij nooit een probleem. „Mijn vaders vader werd geboren in slavernij. Mijn vader kwam op z’n twaalfde in zijn eentje vanuit Virginia naar Harlem en had drie banen. Mijn moeder werkte ook, en nog hadden we niet genoeg. Mijn eerste uitvinding was linoleum in mijn schoenen doen, omdat die altijd kapot waren – ik vond dat in leegstaande gebouwen. Als dat je achtergrond is, stelt het niks voor om zoveel te werken.” Op het hoogtepunt kwam er 10.000 dollar per dag binnen. Voor zijn vrouw en vier dochters was de winkel verboden terrein: „Ik wilde niet dat zij in contact kwamen met de subculturen waarmee ik te maken had.”

Het begin van het einde van Dapper Dan’s Boutique was een nachtelijk bezoek van Mike Tyson. Tysons bestelling, een wit leren jack met de tekst ‘Don’t believe the hype’, bleek nog niet klaar. Wel verscheen collega Mitch Green, die twee jaar daarvoor van hem had verloren. De kranten stonden vol van het gevecht dat vervolgens ontstond. Een foto van Tyson in een Fendi-jas die bij een van de artikelen verscheen, trok de aandacht van Fendi, waar de jas niet werd herkend. Het modehuis stuurde een bevel om onmiddellijk te stoppen met illegale activiteiten. „Als ik meteen met ze had onderhandeld, was ik er met een boete van 5.000 tot 10.000 dollar van afgekomen”, zegt Day. Het was niet de eerste keer dat een luxemerk hem wist te vinden, maar nu raakte hij alles kwijt: voorraad, zijn machines, zijn fabriek, de winkel.

Hij was toen al begonnen met ‘tournees’ naar steden als Atlanta en Chicago, waar de lokale pins de Harlem-taylor in zijn customized Jeep al stonden op te wachten. Niet alleen de angst voor een nieuwe aanklacht deed hem besluiten ook daarmee te stoppen en „ondergronds” te gaan. Het kwam ook door „de druk van onderaf”; die van „de georganiseerde misdaad van het laagste niveau”. Toen hij zich eind jaren tachtig verzette bij een kidnappoging, werd hij in zijn rug geschoten. Dertien dagen lag hij op de intensive care. De kogel, die ging ‘reizen’ door zijn lichaam, zit nog altijd in zijn nek.

Het duurde even voor hij zijn leven weer op orde had. „Ik rende al mijn hele volwassen leven elke dag zes mijl door het park. Maar twee maanden lang kwam ik alleen mijn bed uit om te eten. Ik hoorde mijn dochter zeggen: ‘Woah, wat is er met papa gebeurd?’”

Puff Daddy en Nelly

Het eerste ontwerp dat hij weer maakte was een ‘Chanel’ T-shirt. Hij probeerde ze te verkopen op een plaats waar veel tourbussen stopten. „Weet je hoeveel bussen ik op een dag heb gezien? 144! En weet je hoeveel T-shirts ik heb verkocht? Nul!” De zomer erna wist hij 100.000 dollar te verdienen met ‘Timberland’-jacks. Voor het eerst deed hij aan groothandel. Een ontwerp kon hij gemiddeld zeven maanden verkopen, voordat de imitaties uit China kwamen. Omdat zijn klanten er ook belang bij hadden de leverancier van de ‘merkkleding’ voor zichzelf te houden, lukte het hem om jarenlang „het best bewaarde geheim van Harlem” te blijven. Aan het begin van het nieuwe millennium maakte hij outfits voor hiphopsterren als Sean ‘Puff Daddy’ Combs (‘Fendi’) en Nelly (‘Louis Vuitton’), nog steeds vanuit zijn geheime productiefaciliteit.

Lees ook het interview met Christian Louboutin: ‘Vrouwen stoppen niet met hakken dragen vanwege #MeToo’

Zes jaar geleden kwam hij voor het eerst weer in de openbaarheid, via een biografische video op Jay Z’s website Life + Times. Een half jaar daarna verscheen een uitgebreid profiel in The New Yorker. Je kunt je voorstellen dat een nieuwe generatie ontwerpers in die periode op zijn spoor werd gezet.

Sinds in januari zijn nieuwe atelier is opengegaan, weten „alle prominente mensen van kleur” hem weer te vinden, ook degenen die voorheen nooit een logo zouden dragen, zegt hij.

Zijn ontwerpen, die bekend werden dankzij de symbolische waarde van de logo’s van andere merken, zijn nu zelf een symbool geworden – van de vindingrijkheid, de durf, de neergang, de invloed en de wederopstanding van Daniel Day, oftewel Dapper Dan oftewel Dap.

Hij wijst naar de rekken met de collectie die hij met Gucci maakte.

„Mijn hele reis zit erin”, zegt hij.

    • Milou van Rossum