Zingeving is hier: een sigaret, een cavia

Grunberg in het verpleegtehuis #8

Schrijver Arnon Grunberg verblijft 14 dagen in een Vlaams verpleegtehuis en schrijft daar dagelijks over.

In Zuiderlicht gaat het niet meer om genezing. Voor veel bewoners, misschien ook voor enkele zorgverleners, hebben levenskwaliteit en zingeving de vorm aangenomen van de sigaret. Ik zou zeggen, de sigaret is de Messias.

Daar is Engin, die me eerst meed, maar me nu altijd een hand geeft als ik hem zie. Klein, schuw en toch brutaal. Steevast ietwat morsig, zijn autonomie zit in de morsigheid. Elk uur mag hij een sigaret, hij wacht op het hele uur als een hoogzwangere vrouw op haar kind. Hij smeekt de verpleegkundigen, zij zeggen: „Nog vijf minuten, Engin.”

Dan is er Magda (afdeling voor mensen met een psychische kwetsbaarheid). In haar decolleté zit een aansteker waaraan ze zich vastklampt als haar kostbaarste, misschien wel enige bezit. Sigaretten krijgt ze van de zorgverleners. Geregeld vraagt ze of ik met haar wil wandelen, ze zit in een rolstoel. We zijn nog niet buiten of de aansteker wordt uit het decolleté gevist en de sigaret wordt aangestoken. De sigaret is nog niet op of ze wil naar binnen. Binnen drinkt ze koffie met melk en ze vraagt hoe ik heet.

Emile, broodmager, maar aan zijn sigaretten lurkend alsof hij in de bloei van zijn leven is. Na zijn dood zal hij het roken voortzetten. Zijn zonnebril met blauwe glazen die hij ook draagt als er geen zon is, zal hij evenmin afzetten.

Maar er is ook muziek, de zingeving blijft niet beperkt tot de sigaret. Etienne (afdeling jongdementie), normaal gesproken geheel verstijfd, heeft op de accordeon gespeeld, op de gitaar, en ook heeft hij met twee lepels muziek gemaakt. Medebewoner Marleen heeft Bill Withers’ ‘Ain’t no Sunshine’ gezongen. Zelden heb ik haar zo gelukkig gezien. Later op de dag roept Marleen dat ze naar huis wil. Soms is het verpleegtehuis niet huis genoeg.

Corry, een kunstenares, komt naast me zitten. Ze komt hier voor een project, maar is aan het wachten op subsidie. Ze wil weten hoe ik omga met de hopeloosheid. Corry draagt een blouse met balletjes erop en is flink opgemaakt.

„Er zijn gradaties van hopeloosheid”, zeg ik. „Het is begrijpelijk maar hoogmoedig te denken dat je niet bij de hopelozen hoort.”

Roger (afdeling psychische kwetsbaarheid), een oudere heer, zit tevreden in zijn rolstoel met een cavia op schoot. Het beest wordt teder geaaid.

Sigaretten, muziek en cavia’s, meer heb je voor zingeving niet nodig.

En voor een enkeling een snuifje literatuur.

(Wordt vervolgd)

    • Arnon Grunberg