Wil Vlissingen de mariniers nog?

Verhuizing kazerne De geplande verhuizing van de marinekazerne naar Vlissingen roept verzet op onder mariniers. Bij de Zeeuwse bevolking valt dat slecht.

De kade in Vlissingen. Foto Wouter Van Vooren

In roze badjas wandelt Els de Hoon (67) naturistencamping Zeelandia over. Op naar het heuveltje. Nog heel even genieten van het uitzicht. Tussen de beschutting lonken de Westerschelde, de schepen, in de verte de haven van Breskens. Na de zomer moet de camping verhuizen. „Dit is zó supermooi”, zegt Els. „Straks kijken we gewoon tegen de dijk aan.”

Hier moet hij komen, de veelbesproken nieuwe kazerne van het Korps Mariniers. De naturistencamping moet ervoor wijken, net als een opgedoekt woonwagenkamp en een uiensorteerbedrijf. Voor het kazerneterrein in Vlissingen is een oppervlak van 70 hectare ingetekend ten zuidoosten van de stad. De mariniers nemen er in 2022 hun intrek.

Tenminste, dat is de bedoeling.

De huidige kazerne in Doorn, op de Utrechtse Heuvelrug, is sterk verouderd. Toenmalig minister van Defensie Hans Hillen (CDA) besloot in 2012 niet de bestaande kazerne te renoveren, maar een nieuwe in Zeeland te laten verrijzen. Aan de kust, met meer ruimte voor militaire oefeningen en het stallen van materieel.

Het was een haast geruisloze beslissing, totdat het korps zich enkele maanden geleden begon te roeren.

Ineens is er verzet. Mariniers verlaten in ongebruikelijk hoge aantallen de dienst, beklaagden zich in een brandbrief aan de minister en ondertekenden massaal een petitie tegen de verhuizing. Volgens de medezeggenschapsraad schiet de kazerne tekort op ‘zestig punten’ en volgens een geschillencommissie heeft Defensie niet genoeg naar het personeel geluisterd. „De mariniers”, schrijven de kranten, „willen niet naar Vlissingen.”

Die weerstand is ter plekke niet onopgemerkt gebleven. Vice versa: wil Vlissingen de mariniers nog wel?

„Dan komen ze toch niet”, hoort Albert Vader soms van inwoners. Hij is wethouder van de lokale Partij Souburg-Ritthem en heeft de kazerneverhuizing in zijn portefeuille. De meerderheid van de bevolking ziet de kazerne graag komen, benadrukt hij, maar de toon van de mariniers laat de Vlissingse trots niet onberoerd. „Je merkt dat de stad er wat onrustig van wordt.”

Waarom het verzet in het korps nu pas loskomt, en niet in 2012, weet hij niet. Misschien, luidt zijn vermoeden, geloofden ze lange tijd niet dat de verhuizing daadwerkelijk plaats zou vinden. Op Defensie werd jarenlang alleen maar bezuinigd. Pas sinds het kabinet vorig jaar meer geld beschikbaar heeft gesteld, dringt het besef door: die nieuwe kazerne, die komt er echt.

Uren rijden voor dagje Zeeland

Bij de viskar van Henk Marijs knettert de kibbeling in de frituur. Zoutelande van Bløf schalt uit de radio. „Kijk eens vanaf die dijk naar de schepen”, zegt Henk (62), grote ringen in zijn oren, om zijn nek glimt een gouden garnaal. Hij wijst. „Zo dichtbij kun je ze nergens in de wereld zien.”

Vis is in Vlissingen goede handel. Duitse strandgangers zitten uren in de auto voor een dagje Zeeland, zegt hij, én voor zijn Hollandse nieuwe. Dan zou het hier voor een stel mariniers te ver zijn?

Marijs weet ook wel dat de winters grauw en stil kunnen zijn. Maar daartegenover staan zomers met de meeste zonuren van Nederland. Mooi, betaalbaar wonen, heerlijk recreëren. De verhuizing zou de mariniers goed doen.

En de Vlissingers ook, vult zijn dochter Marieke (30) aan. „Wat meer leven kan de stad goed gebruiken”, zegt ze, terwijl ze de afgebakken kibbeling van knoflooksaus en remoulade voorziet. „En het zijn vaak aantrekkelijke mannen natuurlijk.”

Foto Wouter Van Vooren

Het probleem, zeggen de mariniers in hun brandbrief, is niet de stad, maar de afstand. „Vrijwel niemand” is bereid naar Zeeland te verhuizen en hun vrienden en familie achter te laten, schreven tweehonderd jonge officieren in mei.

Hun bezwaar: Vlissingen is ver. De stad – krap 45.000 inwoners, samen met het aangrenzende Middelburg bijna 100.000 – is groter dan het dorpse Doorn (10.000 inwoners), maar mist de centrale ligging van de huidige kazerne. Onhandig voor werkende partners, stellen de mariniers. Die hebben niets te zoeken in een provincie waar veel hoogopgeleiden bij gebrek aan een passende baan over de provinciegrens werken.

De mariniers vrezen dat „de bereikbaarheid, sociaal-culturele faciliteiten, jeugdomgeving, scholen van kinderen en gewilde banen voor partners” achterblijven in Zeeland. „De keuze tussen het gezin en het Korps is pijnlijk, maar eenvoudig”, concluderen de officieren.

Tweehonderd officieren vrezen voor „een leegloop” bij het korps, schreven zij in een brandbrief.

Kiezen hóéft ook helemaal niet, zeggen stad en provincie: iederéén profiteert. Met die boodschap gaat wethouder Vader deze dagen in gesprek met de mariniers over de verhuizing, „om aan te geven wat er wel is”: dat je wél je woning verkocht krijgt als je ooit weer uit de stad vertrekt. Dat misschien niet elke werkgever in Zeeland zit, maar de gezondheidszorg en de technische sector juist naarstig zoeken naar hooggeschoold personeel. Dat vrienden en familie vást op bezoek komen. „Als je hier eenmaal zit”, zegt Vader, „is Zeeland een geweldige woonplek.”

De wethouder staat er niet alleen voor. Deze maand organiseerde de provincie Zeeland een familiedag. De mariniers en hun gezinnen konden door middel van virtual reality al kennismaken met hun nieuwe onderkomen. Plaatselijke ondernemers zetten een paginagrote advertentie in de Volkskrant om de „mariniers én partners” welkom te heten.

Geen doekje voor het bloeden

De afgelopen jaren ging het juist de andere kant op. De ene na de andere rijksdienst trok vanaf 2000 weg uit de regio. Het kadaster sloot de deuren, Staatsbosbeheer en de Keuringsdienst van Waren verkasten, meerdere rechtbanken werden opgedoekt en gevangenis Torentijd kromp in.

Torentijd is de enige gevangenis van Zeeland. In 2013 dreigde sluiting.

De komst van de kazerne is voor Zeeland „van heel groot belang”, zegt wethouder Vader in zijn werkkamer.

En, voegt hij eraan toe, waar passen de mariniers beter dan in Vlissingen? Stad aan zee, thuishaven van Michiel de Ruyter. Waar Engelsen, geuzen en Spanjaarden zeeslagen uitvochten en Duitse en geallieerde vliegtuigen tijdens de Tweede Wereldoorlog hun bommen lieten vallen. Vlissingen, dat ís de marine.

Een gefaseerde verhuizing, zoals in Den Haag is voorgesteld, wijst de gemeente af. Dat geldt ook voor de suggestie van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren om in Vlissingen een kleinere kazerne te bouwen voor gedeeld gebruik door defensie, douane en politie. Met „een doekje voor het bloeden” neemt de wethouder geen genoegen. „We geven de grond niet weg om er parkeerplekken van te laten maken.”

De verhuizing kan nog worden teruggedraaid, pas in juli 2019 wordt het besluit onomkeerbaar. Een nieuw debat in de Tweede Kamer volgt in het najaar. Staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) liet eerder weten de zorgen in de Kamer over de uitstroom van militairen te begrijpen. „Maar dat is geen reden om te stoppen. Het besluit is al genomen.”

En in Vlissingen? Daar gaan de voorbereidingen onverminderd door. Camping Zeelandia moet aan het eind van de maand „ingepakt en opgebroken” zijn.

„Echt jammer”, zegt Els de Hoon. „Maar ja, wat doe je eraan?”

Ze zit in het verenigingsbestuur, maar voor procederen tegen Defensie voelt ze niets. „Dat heeft toch geen zin. De plannen zijn gemaakt, daar moet je in mee.”

    • Rik Rutten