Foto Merlijn Doomernik

Zo beroemd als zijn zolen zijn, zo onbekend is Christian Louboutin zelf

Christian Louboutin is beroemd om zijn pumps met superhoge hakken en rode zolen. „We hebben allemaal dingen nodig die we niet nodig hebben.”

In museum Voorlinden in Wassenaar is een tentoonstelling van de Amerikaanse kunstenaar Wayne Thiebaud te zien. Op een zomerdag bleef een bezoeker staan voor Five Seated Figures en wees op de groene pumps van een van de twee vrouwelijke figuren op het schilderij, die een rode zool hebben. „Kijk”, zei ze, „Louboutins!” Thiebaud maakte het schilderij in 1965, 26 jaar voor Christian Louboutin zijn eerste winkel zou openen.

Zo beroemd als de roodgelakte zolen van Louboutin zijn, zo onbekend lijkt de man zelf, in elk geval in Nederland.

Op de dag van de openingsborrel van zijn boetiek aan de P.C. Hooftstraat in Amsterdam, lunch ik met hem op het terras ertegenover. De tafeltjes om ons heen worden bezet door het soort zorgvuldig opgemaakte, van designertassen voorziene vrouwen van wie je je voorstelt dat ze minstens een paar van zijn glamorous, sexy, vaak uitbundig versierde (met kristallen, glitters, spijkers, veren, linten, teksten), kostbare schoenen in de kast hebben. Niemand lijkt de kleine, donkere Fransman in zijn sportieve, gele jack en zwarte loafers met grillig motief te herkennen. Laat staan dat hij wordt gevraagd voor een selfie.

Op ditzelfde terras kwam hij op het idee hier een winkel te openen, vertelt hij – hij was er met een vriend uit Amsterdam. Eerst zag hij dat er een pand leeg stond. „En toen kwamen er vijf mensen voorbij op mijn schoenen. Dat was een goed teken.”

In de weken voor de officiële opening was het in de boetiek zo druk dat vrouwen soms in de rij stonden om naar binnen te mogen. De winkel verkoopt overigens ook mannenschoenen.

Bijna net zo bekend als Louboutins rode zolen is een aantal van zijn modellen: de Love, een van de allereerste ontwerpen voor zijn eigen merk, waarbij het woord ‘Love’ over twee neuzen is verdeeld. De inspiratie kwam van een foto van een treurig kijkende prinses Diana, die hij wilde opvrolijken. De Pigalle, een sierlijk gevormde pump met een tot dan toe fout teendecolleté (ook geïnspireerd op een foto van Diana, die zulke schoenen droeg toen ze met John Travolta danste). De Very Privé uit 2006, een pump met een ingebouwde hoge plateauzool („Dit verlengt het been”).

Zijn huidkleurige pumps zijn al jaren klassiekers. Sinds drie jaar maakt hij die ook in donkere tinten. „Ik zal je vertellen hoe dat is gekomen”, zegt hij. „Ik vertelde een groep Amerikaanse inkopers over een schoen die we in zwart en huidkleur hadden. Shandi, een meisje dat in de showroom werkte, begon op dat moment heel hard te zuchten. Ik zei later tegen haar: ‘Hoe kun je zo lomp zijn?’ Ze zei: ‘Sorry, maar je laat beige zien en je noemt het huidkleur, maar het is niet de kleur van mijn huid.’ We hebben nu huidkleur in zeven tinten, allemaal gebaseerd op die van mensen in de studio.” Nummer drie is de kleur van Louboutin zelf.

De verkoop van hooggehakte schoenen is in de VS het afgelopen jaar met 11 procent gedaald en de verkoop van vrouwensneakers met 37 procent gestegen. Merkt u dat ook?

„Vrouwen kopen bij mij ook meer sneakers en minder hakken. Mensen denken bij mij aan hoge hakken. Maar ik heb vanaf het begin ook platte schoenen verkocht. We verkopen al zeven jaar ook sneakers.”

Ik kan me niet voorstellen dat het uw favoriete schoenen zijn.

„Het hangt ervan af hoe ze worden gedragen. Maar ik maak liever pumps. Een pump zit dichter om de voet. Een mooie pump is het resultaat van een goed gebeeldhouwde leest. Het is net als met een gezicht: je kan veel make-up aanbrengen, maar als je geen goede botstructuur hebt, word je nooit een Greta Garbo. Een sneaker heeft geen botstructuur.”

Denkt u dat de verminderde populariteit van hoge hakken iets te maken kan hebben met het opkomende feminisme en de #MeToo-beweging?

Louboutins pr-vrouw, die naast hem zit, begint te giechelen. Louboutin, een beetje geïrriteerd: „Ik denk niet dat vrouwen stoppen met het dragen van hoge hakken vanwege #MeToo. Wat is het verband?”

Dat de manier waarop vrouwen zich kleden minder gericht is op het verleiden van mannen.

„De eerste die wordt verleid, is een vrouw zelf. Als een vrouw een paar schoenen van mij aantrekt, gaat ze voor de spiegel staan en glimlacht ze. Dan denkt ze volgens mij niet: ik zie er verleidelijk uit voor een man.”

In 2011 zei u in The New Yorker dat uw werk meer gaat om het plezieren van mannen dan van vrouwen.

„Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat ik blij ben als mannen ook van mijn schoenen houden. Veel mannen zeiden tegen mij: ‘Voordat mijn vrouw uw schoenen kocht, keek ik eigenlijk nooit naar schoenen, maar nu zie ik de schoonheid ervan’.”

Lees ook het interview met Dapper Dan: Het ‘best bewaarde geheim van Harlem’ werkt nu samen met Gucci

Hoe zorgt u ervoor dat vrouwen op uw schoenen kunnen lopen?

„Je moet je ervan bewust zijn dat je zwaartepunt verandert als je hoge hakken draagt, dat je aan de achterkant voldoende steun aanbrengt en kussentjes op de plek waar de druk het grootst is. Ik heb vroeger voor showgirls gewerkt. Die hadden trucjes om op hoge hakken te kunnen dansen. Ik werd door hen steeds eropuit gestuurd voor kalfscarpaccio. Op een dag vroeg ik: ‘Waarom eten jullie zoveel carpaccio?’ Ze zeiden: ‘We eten dat niet, gekkie, dat is voor in onze schoenen’.”

Wat is de populairste hakhoogte bij uw vrouwenschoenen?

„Tien centimeter. Maar dat kan ook een schoen zijn met een hak van twaalf centimeter en een plateau van twee. Tot tien centimeter kun je gemakkelijk lopen, daarboven wordt het meer een uitdaging.”

Rennen is wel lastig op tien centimeter.

„De eerste twee jaar stond ik elke dag zelf in mijn winkel in Parijs. Ik hoorde dat dagelijks: ‘Ik kan er niet op rennen.’ Toen ik op een dag een slechte bui had, zei ik tegen een vrouw die daarmee kwam: ‘Sorry, maar wanneer was de laatste keer dat u heeft gerend?’ Ze zei: ‘Misschien een keer om de bus te halen. En vijf jaar geleden op een vliegveld.’ Ik zei: ‘Omdat u vijf jaar geleden op een vliegveld moest rennen, wilt u zich het plezier van hoge hakken ontzeggen.’ Ik ben een keer in een café in Parijs gaan zitten om te kijken hoeveel mensen aan het rennen waren. Ik zag er twee: mensen op sneakers en met sportkleding die het park ingingen.”

Dan had de klant die viel voor een paar roze, hooggehakte sandalen met veren voor en achter het beter begrepen. „Ze riep: ‘O mijn god, dit is zo gek, zo nutteloos, ik heb dit absoluut nodig!’ Dat is het hart van mijn beroep: we hebben allemaal dingen nodig die we niet nodig hebben. Wie heeft een nieuw paar pumps met hoge hakken nodig? Ik heb een enorme collectie dassen, wel vijfhonderd, en ik draag nooit een das. Maar ik kan ze niet weerstaan en heb er nooit spijt van.”

En u heeft zes huizen, las ik.

„Ook geen spijt van.”

Louboutin, die opgroeide in het twaalfde arrondissement van Parijs, was tussen de tien en twaalf jaar oud toen hij zijn eerste schoenen schetste. De tekening heeft hij gekregen na de dood van zijn moeder. „Ze had erop geschreven: ‘Christian, 10-12 jaar’. Op een foto stond: ‘Christian, 8-10 jaar.’ Ze was niet erg precies.”

Alles met een negatieve energie vind ik uitputtend en saai

Christian Louboutin

Christian was haar vierde kind. Toen hij werd geboren, waren zijn drie zussen al tieners . Dat zijn vader niet zijn biologische vader was, ontdekte hij pas vijf jaar geleden – zijn oudste zus vertelde dat hij het kind was van de minnaar van zijn moeder, een man van Egyptische afkomst. Zijn zus had hem ook gekend. „Ik vroeg haar waarom ze dit nu pas vertelde. Ze zei dat ze had gewacht tot allebei onze ouders overleden waren, omdat anders de dynamiek tussen ons zou veranderen. Mijn vader was toen al elf jaar dood, mijn moeder nog veel langer, maar we hadden elkaar niet meer gezien sinds de begrafenis van onze vader en ze wilde het niet over de telefoon vertellen.”

Heeft u uw biologische vader nog opgezocht?

„Nee. Mijn vader is dood. Omdat hij me heeft opgevoed als zijn eigen zoon, heb ik alleen nog maar meer respect voor hem. Er zijn wel een hoop dingen duidelijk geworden voor mij. Dat mijn grootmoeder van vaders kant mij en mijn moeder haatte, bijvoorbeeld. Mijn zus vertelde me dat toen ik werd geboren, ik nog donkerder was dan nu. Mijn grootmoeder riep: ‘Dit is niet het kind van mijn zoon!’ Mijn vader zat altijd onder de plak bij haar, maar hij ging voor het eerst tegen haar in: ‘Dit is mijn zoon en ik wil nooit meer zoiets horen!’”

Louboutins vader was meubelmaker, zijn moeder huisvrouw. Veel geld was er niet thuis, maar het nakomertje werd verwend. Op zijn tiende kreeg hij een telefoon op zijn kamer. Toen hij op zijn twaalfde het huis uit wilde om te gaan samenwonen met een oudere vriend, werd hem geen strobreed in de weg gelegd, al denkt hij dat zijn ouders niet in de gaten hadden dat er sprake was van een liefdesrelatie.

„Ik ben opgevoed met veel liefde en weinig lessen: als je open blijft staan en veel van je kinderen houdt, gebeurt er niks ergs. Mijn ouders hadden gelijk: ik heb veel dingen gedaan op jonge leeftijd, maar ben nooit ergens verslaafd aan geraakt.”

Hij was zestien toen hij definitief van school werd gestuurd, nadat hij al drie keer van middelbare school was gewisseld. Zijn leven speelde zich grotendeels af in de uitgaansscene, waar hij met zijn zorgvuldig samengestelde, vaak zelfgemaakte kleren of outfits van rommelmarkten een bekende verschijning was.

En in het theater: hij had ontdekt dat als je je tijdens de pauze mengde tussen het publiek en daarna de zaal inging, niemand om een kaartje vroeg. „Een vriend had een film in huis met fragmenten van beroemde revueshows. Ik blééf ernaar kijken. Ik besloot dat ik schoenen ging maken voor meisjes die optreden in het cabaret.”

Op zijn zeventiende meldde hij zich bij het beroemde muziektheater Folies Bergère. Voor speciaal ontworpen schoenen voor de danseressen was geen geld, maar hij mocht boodschappen doen, koffie halen, naaien, lijmen, luisteren, liefdesbrieven bezorgen. „Ik was een soort huisdiertje, tot ik op een gegeven moment niet meer het leuke nieuwe dingetje was. Toen ben ik vertrokken en modehuizen gaan bellen. Bij Balmain nam niemand op. Bij Christian Dior wel. Ik zei dat ik de directeur wilde spreken en kreeg de directeur van de haute couture aan de lijn.”

Die kwam gewoon aan de telefoon?

„Het was begin jaren tachtig, hè, het was allemaal nog niet zo georganiseerd, Dior was nog geen superbrand. Ik mocht langskomen en ze bood me een stage aan bij Charles Jourdan, waar de schoenen werden gemaakt. Dat zat in Romans.”

Hij rolt met zijn ogen als hij de naam van het Zuid-Franse stadje uitspreekt.

Lees ook: Grote merken willen nu mode met streetcred*

Niet uw favoriete plaats, begrijp ik.

„Ik was een clubkid dat alleen maar aan kleding en het ontwerpen van schoenen dacht, en dan kom je in een klein, racistisch stadje terecht. Nadat ik me aan de chef van Charles Jourdan had voorgesteld keek hij me aan en zei: ‘We geven hier geen drol om Parijzenaars’. Zelfs op school ben ik niet zo gepest als daar. Maar ik dacht: als je me wilt breken, moet je met zwaarder geschut komen. Aan het einde van de zomer had ik een dag vrij genomen. Ze dachten dat ik weg was en hebben mijn bureau leeggehaald en al mijn prototypes verbrand, dus ben ik ook maar vertrokken. De Charles Jourdan- collectie die ze daarna maakten was helemaal gebaseerd op mijn ontwerpen.”

Louboutin werd freelance ontwerper voor onder meer Yves Saint Laurent en Chanel. In 1988 en 1989 assisteerde hij de legendarische schoenontwerper Roger Vivier met het samenstellen van diens overzichtstentoonstelling. „Dat was als werken voor de zon, voor God”, zegt hij. „Ik dacht: hierna vind ik niemand meer die ik zo respecteer.”

Hij besloot te stoppen met alles wat met schoenen te maken had en werd tuinontwerper.

Heel lang heeft u dat niet volgehouden – twee jaar later was uw merk er.

„Je hebt geduld nodig, je hoort klein te planten. Ik was een twintiger hè, die hebben bijna nooit geduld. En ik miste de schoenen. Maar ik ben nog steeds dol op tuinieren.”

Zijn eerste winkel was een kleine boetiek in de Rue Jean-Jacques Rousseau in Parijs – hij zit nog altijd in die straat. De rode zool ontstond in 1993. Een zwart prototype dat terugkwam was te zwart, vond hij. Zijn oog viel op het potje rode nagellak waar een assistent mee bezig was – et voilà.

In 2007 vroeg hij patent aan op de rode zool, in 2011 en 2012 voerde hij een rechtszaak tegen Yves Saint Laurent, dat ook rode zolen had gemaakt. De Amerikaans rechter erkende zijn copyright, maar zei dat Yves Saint Laurent rode zolen mocht maken, mits de schoen geheel rood was. Onlangs won hij een zaak tegen het Nederlandse Van Haren. Louboutins bedrijf houdt bij welke sites handelen in nep- Louboutins – op de site kun je webadressen invoeren om ze te checken.

Wat een gedoe.

„Alles met een negatieve energie vind ik uitputtend en saai. Maar ik heb een bedrijf en daar moet ik verantwoordelijkheid voor nemen. In Amerika signeer ik vaak schoenen. Toen de rechtszaak tegen Yves Saint Laurent begon, zeiden veel mensen dat ze me steunden, daar kreeg ik een heleboel cafeïne van. Het is een klassiek David en Goliath-verhaal: iemand begint iets vanuit een droom en een groot en machtig bedrijf probeert dat kapot te maken. Mensen zijn altijd voor David.”

Een David is Christian Louboutin allang niet meer. Het merk, dat is nog helemaal van hemzelf en de twee vrienden met wie hij het oprichtte, produceert „1,2 of 1,3 miljoen paar” schoenen per jaar.

Louboutin heeft veel te danken aan de hitserie Sex and the City. De eerste seizoenen was Manolo Blahnik het favoriete schoenenmerk van hoofdpersoon Carrie (Sarah Jessica Parker) en haar vriendinnen, gaandeweg kwam Louboutin daar voor in plaats. „In het Lincoln Center in New York, kwam er een keer een mooie, jonge vrouw naar me toe. ‘Hi, Ik ben Sarah Jessica, ik ben getrouwd in uw schoenen.’ De mensen om me heen hielden hun adem in, maar ik had geen idee wie ze was. Ik had wel gehoord dat mijn schoenen in de serie zaten, maar ik had er nog nooit naar gekeken.”

U bent niet zo geïnteresseerd in celebrities?

„Neu.”

U maakt op verzoek ook wel unieke schoenen op maat. Doet u dat vaak?

„Alleen als mensen aardig zijn en me mijn werk laten doen. Een heel beroemd iemand wilde dat ik haar trouwschoenen maakte. Ze wilde dit, ze wilde dat, ze had precies in haar hoofd hoe het moest worden. Ik zei: ‘Als je het al zo precies weet, kun je beter naar een schoenmaker gaan, ik kan je het adres geven van een goede.’ Woedend was ze: ‘Wie denk je wel niet dat je bent!’ ‘Ik ben een ontwerper, zei ik.’”

    • Milou van Rossum