John David Washington en Laura Harrier als Ron Stallworth en Patrice Dumas in ‘BlacKkKlansman’.

Spike Lee is bloedserieus met zijn satire over de Ku Klux Klan

Interview De ‘terugslag’ van Amerika na Obama gaf Spike Lee energie voor zijn film ‘BlacKkKlansman’. Trumps schaduw hangt over de film. De naam van de president krijgt hij alleen niet uit zijn mond.

Spike Lee: „Ik ga mijn graf in met het rotsvaste geloof dat kunst de wereld verandert.”

Foto Peter Foley

Regisseur Spike Lee is niet zo van de subtiele metaforen. Op het filmfestival van Cannes gaat begin mei zijn film BlacKkKlansman in première, een wilde, energieke satire over ‘white supremacy’. Er volgt een persconferentie met een vijf minuten lange, van ingehouden woede zinderende monoloog. „Die zogenaamde Amerikaanse wieg van de democratie, dat is bullshit. De Verenigde Staten van Amerika zijn gebouwd op genocide op inheemse volkeren en op slavernij.”

Een dag later blijkt de 61-jarige regisseur nog lang niet moe. „Hebben jullie dat ook”, fluistert acteur Adam Driver. „Spike zit drie tafels verderop, toch zit ik steeds met één oor te luisteren wat hij zegt.” Spike Lee vult de hele salon op het Palais des Festivals met zijn bulderende lach. Altijd al luid en energiek, opereert hij in Cannes als een menselijke tornado die alle aandacht opzuigt.

Het is zijn moment van glorie: wellicht voelt Spike Lee al aan dat BlacKkKlansman, zijn vijfde film in Cannes, in de prijzen gaat vallen. Die had de filmveteraan eigenlijk al verdiend in 1989, toen hij er debuteerde met een broeierige autopsie van een rassenrel, Do the Right Thing. Maar de Gouden Palm ging dat jaar naar een andere debutant, Steven Soderbergh, voor Sex, Lies and Videotape, en Lee vertrok met lege handen. Hij zwoer dat hij juryvoorzitter Wim Wenders ooit ergens met een honkbalknuppel zou opwachten. Een onverantwoordelijke uitspraak, vindt hij nu.

Lees hier de recensie van ‘BlacKkKlansman’ (●●●●)

Later deze week krijgt Spike Lee de tweede prijs – of Grand Prix – voor BlacKkKlansman, zijn satirische thriller over Ron Stallworth, een zwarte agent in Colorado Springs die in de jaren zeventig infiltreerde in de lokale afdeling van de Ku Klux Klan. Een spetterende, geestige pamfletfilm vol speeches: Harry Belafonte over een gruwelijke lynchpartij uit 1916, Stokely Carmichael met ‘black is beautiful’.

Spike Lee maakt de laatste jaren films en tv-series alsof de duivel hem op de hielen zit. BlacKkKlansman, een verhaal dat komiek en regisseur Jordan Peele (Get Out) aandroeg, filmde en monteerde hij in sneltreinvaart. De ‘backlash’ na Obama gaf hem een shot energie, zegt Lee: „Ik was geschokt, want ik geloofde echt dat Amerika totaal was veranderd door acht jaar Obama. En toen werd alles wat hij heeft gedaan – woop! – met één druk op de knop met de schietstoel de ruimte in geschoten! Met de James Bond Aston Martin Ejector Seat! Weg ermee!”

De schaduw van Donald Trump hangt over BlacKkKlansman, die eindigt met beelden van de gewelddadige extreem-rechtse betoging in Charlottesville en de president die in beide kampen „goede mensen” ziet. Trumps naam krijgt Spike Lee in Cannes niet over zijn lippen: hij lijkt bijna Lord Voldermort uit Harry Potter, ‘Hij Die Niet Genoemd Mag Worden’. „Maar ik heb wel andere namen voor hem”, grinnikt Lee. Meestal is dat ‘motherfucker’, soms ‘Agent Orange’.

In Hollywood was de racistische Ku Klux Klan eerst de redder van de natie en daarna een club van achterlijke rednecks. Lees ook: De Ku Klux Klan in films: van redder van de natie tot klungel

Kan een film als BlacKkKlansman echt iets veranderen? „Hell yeah”, knikt Lee fanatiek. „Ik ga mijn graf in met het rotsvaste geloof dat kunst de wereld verandert. Kernraketten maken de Verenigde Staten niet tot de grootste supermacht ter wereld, we domineren dankzij Levi’s, Apple, blues, jazz, rock-’n-roll en Hollywood. Een atoombom haalt een Turkse jongen niet over om op zijn hoofd te spinnen bij een hiphopbeat. Gisteren zond CNN mijn persconferentie live uit. Ha! Dat is de macht van de cinema.”

Mede om die reden opent BlacKkKlansman met filmfragmenten uit Gone With the Wind (1939) en The Birth of a Nation (1915). „Amerika’s grootste films aller tijden”, zegt Spike Lee. „Maar niet op mijn lijst! Uh-huh.” Het racistische The Birth of a Nation van D.W. Griffith is de eerste moderne speelfilm én een lofzang op de Ku Klux Klan. Lee: „Een wervingsfolder die in 1915 leidde tot een heropleving van de KKK en tot talloze moorden en lynchpartijen. Maar daarover hoorde je niemand op mijn filmschool, het ging alleen over de technische verdiensten van de film, de revolutionaire montage.”

En dan Gone With the Wind, dat wervelende, onder acht Oscars bedolven epos over de galante zuidelijke plantagewereld die tragisch ten onder ging in de Burgeroorlog. Birth of a Nation-Light, aldus Lee. „Je ziet de helden nog net niet met witte puntmutsen op, maar ze gaan wel naar een ‘politieke bijeenkomst’ als iemand is aangevallen door zwarten uit Darkietown.”

BlacKkKlansman opent met een glorieus ‘craneshot’ uit Gone With the Wind van duizenden gewonde zuidelijke soldaten in Atlanta en een gescheurde Confederatievlag: de slavenhouders als slachtoffers. Lee: „Scorsese heeft dat shot hergebruikt in Kundun, zoals George Lucas het einde van Star Wars leende van Leni Riefenstahls Triumph des Willens. Dat was visueel ook een baanbrekende film, maar ze waarschuwden op de filmschool tenminste nog dat het propaganda was voor Hitler en Goebbels.” Heel anders dan The Birth of a Nation, die honderd jaar Amerikaanse film en vijftig jaar televisie heeft vergiftigd, aldus Lee.

Nu, drie maanden na Cannes, stuit ook zijn BlacKkKlansman op kritiek. De radicale zwarte filmmaker Boots Riley schildert op Twitter Ron Stallworths infiltratie in de KKK in de jaren zeventig af als een betekenisloze anekdote: Stallworths hoofdactiviteit was infiltratie en sabotage van radicale zwarte groepen in dienst van de FBI, aldus Riley. Hij wijst op de twee ton die Spike Lee ontving van de NYPD, de politie van New York, om relaties met minderheden te verbeteren. BlacKkKlansman ligt volgens hem in het verlengde daarvan: politiepropaganda.

Het riekt naar de oude richtingenstrijd tussen Martin Luther King en Malcom X: coalities bouwen of in de egelstelling? BlacKkKlansman bepleit samenwerking over raciale scheidslijnen heen en met ‘goede mensen’ binnen de overheid. In de film werkt Stallworth (John David Washington), anders dan in het echt, samen met de joodse agent Flip Zimmerman (Adam Driver): een reconstructie van de zwart-joodse alliantie tijdens de strijd om burgerrechten. Spike Lee desgevraagd: „Dominee Martin Luther King marcheerde met de rabbi’s. Je hoopt dat joodse mensen tijdig inzien dat die motherfucker in het Witte Huis niet hun leider is.”

Is satire daarvoor de juiste vorm? De enige vorm, denkt Lee. „Als je wilt dat je film mensen bereikt althans. Dat is niet nieuw. Stanley Kubrick was bloedserieus over de atoomoorlog toen hij Dr. Strangelove maakte, Sidney Lumet en Billy Wilder waren serieus over Amerikaanse sensatiezucht toen ze Network en Ace in The Hole filmden.” Hoe dan ook is de tijd voor vrijblijvendheid voorbij. „Herinneren jullie je die film van Peter Weir, The Year of Living Dangerously? In dat jaar leven wij nu.” Met Mel Gibson in de hoofdrol is elk jaar gevaarlijk, grap ik. Spike Lee: „God damn, het ergste is nog dat ik nu opgelucht zou zijn als Mel Gibson onze president was. Hem zie je toch liever met de nucleaire lanceercodes.”

    • Coen van Zwol