Arbeidsmarkt

Niet-westerse mbo’er komt moeilijker aan stage, minister wil maatregelen

Mbo’er zoekt stage

Nederlandse mbo-studenten met een migratieachtergrond komen moeilijk aan een stageplek. Dat blijkt uit onderzoek dat minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De bewindsvrouw heeft maatregelen aangekondigd.

Ongeveer een kwart van de studenten met een niet-westerse migratieachtergrond moet minstens vier keer solliciteren om een stageplek te vinden, blijkt uit gegevens van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt, dat is verbonden aan de Universiteit Maastricht. Zo’n stage is nodig om een mbo-opleiding af te ronden. Slechts circa één op de tien autochtone mbo-studenten hoeft zo vaak te solliciteren. Zij vinden in 68 procent van de gevallen na één sollicitatie een stageplek. Voor studenten met een niet-westerse migratieachtergrond is dat 48 procent.

Volgens de minister gaat het „vaak om (onbewuste) discriminatie van veelal meisjes met een hoofddoek”. Ze spreekt van „een onaanvaardbare situatie”. „Ik ben benieuwd of werkgevers beseffen wat ze aanrichten.”

Van Engelshoven stelt een aantal maatregelen voor. Zo wil ze het contact tussen scholen en bedrijven verbeteren middels „honderden bedrijfsbezoeken”. Ook krijgen hr-afdelingen training in „selecteren zonder vooroordelen”. (NRC)